Voor opbouwen krijg je geen Orde

Waarom kapitein Kroon op 29 mei de Willems-Orde krijgt, is onbekend of geheim.

Wel is er het verhaal van een operatie in de Baluchivallei die hij nooit meer vergeet.

Meer dan vijftig jaar werd de Willems-Orde niet aan een individu uitgereikt. Libanon, Bosnië, Irak: geen van de betrokken militairen kwam in aanmerking. De afweging is aan het Kapittel der Militaire Willems-Orde met Koningin Beatrix als Grootmeester.

Kapitein Marco Kroon (38) krijgt hem wél. Deze week werd bekend dat hij op 29 mei wordt benoemd tot Ridder der Militaire Willems-Orde 4e klasse voor moed, beleid en trouw.

Waar heeft Kroon dit aan te danken? Geen idee, zei hij gisteren tegen journalisten. Hij liet bijna niets los over zijn tijd in Uruzgan. Tussen maart en augustus 2006 was Kroon commandant van een peloton commando’s. Ze deden mee aan speciale, soms geheime operaties – en daar zwijg je over.

Defensie zegt dat Kroon de onderscheiding krijgt voor „meerdere bijzondere acties en zijn totale optreden als leider, militair en mens” en dat hij „een groot aantal” keren vocht tegen de Talibaan. Hij heeft een dorp „gezuiverd” van Talibaan door negen dagen lang achtereen gevechtsacties te leiden. Ook heeft hij zijn eenheid vechtend uit een hinderlaag geholpen terwijl de boordschutter van zijn eenheid gewond was.

In een artikel in het militairenblad Carré van vorige maand wordt ook een operatie van Kroon in Uruzgan beschreven. Op een dag in 2006 moest Kroon met zijn peloton de Baluchivallei in om een Talibaanleider „uit te schakelen”. Circa dertig mannen, elk bepakt met een veertig kilo zware rugzak. Samen met Australische en Amerikaanse special forces moesten ze de vallei „leegvegen” – onbekend terrein vol Talibaan.

Het was zeker dat er gevochten zou worden. Kroon wilde meer munitie meenemen. Om ruimte te maken, gaf hij zijn mannen te verstaan eten uit hun rugzak te halen.

Met nachtkijkers op slopen ze ’s nachts de Baluchivallei in. De versterking door pantserwagens werd afgeblazen: het gevaar van bermbommen was te groot.

Ineens zagen ze een groep Talibaanstrijders aankomen, op de terugweg van een gevechtsactie. Het peloton kon geen kant op. De Talibaan naderden tot op dertig meter afstand. Toen gaf Kroon zijn mannen opdracht geluiddempers op hun geweren te schroeven en het bevel om te vuren. Gewonde Talibaan begonnen te schreeuwen. Dat trok andere strijders aan. Het gevecht werd steeds heviger. Munitie raakte op.

Kroon besloot een riskante beslissing te nemen, „eentje die ik mijn hele leven niet meer zal vergeten”, zegt hij in het militairenblad. Hij vroeg luchtsteun aan ‘met eigen troepen nabij’. Een slecht gemikt schot van het nabije AC-130 gunship zou niet alleen de strijders doden, maar ook de eigen troepen.

Er zat vijftig meter tussen de inslagen vanuit de lucht en Kroons peloton. Iedereen lag in dekking, Kroon niet. Die moest samen met één collega controleren of de luchtsteun wel juist terechtkwam. Later kwamen ook A-10 gevechtsvliegtuigen. Granaatscherven vlogen door de lucht, raakten wél de Talibaan, maar niet de Nederlandse militairen.

De rook trok op. De manschappen kwamen uit hun schuilplaats om de laatste Talibaan uit te schakelen. Het peloton trok daarna naar een Afghaans huis met muren van leem om de nacht door te brengen. Daar begonnen de Talibaan een tegenaanval. Een hevig vuurgevecht met weer alleen Talibaan-slachtoffers.

De volgende dag ging het peloton op zoek naar lijken van tegenstanders om informatie over hun identiteit te verzamelen. Er dreigde ‘normvervaging’ onder de militairen, aldus Kroon. Hij zag erop toe dat gewonde Talibaan werden verzorgd en gaf het bevel de gedode Talibaan toe te dekken. De „antipathie” na deze nacht noemt Kroon „begrijpelijk”. „Toch zul je als commandant op zulke momenten krachtig moeten optreden.”