Uitleg is lastig, met drie groepen in één lokaal

Veel zwakke scholen staan in Friesland, Groningen en Drenthe. Een deel van de verklaring is sociaal-economische achterstand. En onderwijzers moeten meer eisen van leerlingen.

Nevel verhult de horizon boven de akkers achter de openbare basisschool ’t Zonnedal. Dit is Alteveer, een Oost-Gronings lintdorp met duizend inwoners. Van oorsprong is het een veenkolonie, ontstaan aan het eind van de negentiende eeuw. „Van aarmou at men pankouk, broene bonen”, zong de provinciale cultheld Ede Staal in Doar bluit mien eerappellaand. Van armoe at men pannenkoeken en bruine bonen.

Nog altijd gelden de Veenkoloniën als sociaal-economisch achterstandsgebied. De mensen zijn er relatief laag opgeleid en er is veel taalachterstand. Ook in de rest van het noorden is sprake van achterstand. Groningen, Friesland en Drenthe hebben de laagste besteedbare inkomens van het land.

Zijn er daarom zo veel zwakke scholen in het noorden? Van de 108 scholen die door de Inspectie van het Onderwijs als ‘zeer zwak’ worden bestempeld, staan er 46 in de drie noordelijke provincies.

De sociaal-economische achterstand zorgt mogelijk voor een „ongunstige startpositie” van leerlingen, constateert de inspectie in het gisteravond gepubliceerde rapport De kwaliteit van het onderwijs in het noorden van Nederland. Leraren, schoolleiders en bestuurders zouden slechte prestaties te gemakkelijk accepteren en te weinig onderzoeken wat de oorzaken zijn.

Ook de combinatieklassen spelen een rol. Op kleine scholen, rijkelijk aanwezig in het noorden, zitten verschillende groepen vaak in één klaslokaal. Onderwijzers blijken moeite te hebben hun aandacht over de groepen te verdelen.

Dat is goed te zien op ’t Zonnedal, volgens de Inspectie een ‘zeer zwakke’ school. Deze ochtend maken de twee leerlingen uit groep acht van ’t Zonnedal de Citotoets in een zaaltje van dorpshuis De Drijscheer. Daar kunnen ze zich beter concentreren dan op school, zegt directeur Rento Verwer. Hij geeft ook les aan de groepen zes, zeven en acht, die gewoonlijk samen in één lokaal zitten, en hij is de „ICT’er” van de school.

De Alteveerse basisschool heeft 33 leerlingen. Dat is tien leerlingen boven de opheffingsnorm. „Voorlopig zitten we goed”, zegt Henk Oosterwijk, directeur van het openbaar onderwijs in de regio. De school telt drie (combinatie)klassen en vijf leerkrachten, inclusief de deeltijders.

De inspectie had op ’t Zonnedal in juli 2007 al geconstateerd wat nu model blijkt te staan voor het hele noorden. De school plande en evalueerde slecht, de leraren legden niet duidelijk uit en hielden te weinig rekening met verschillen tussen leerlingen. De resultaten van de leerlingen aan het eind van hun schoolperiode waren minder dan op grond van de leerlingenpopulatie mocht worden verwacht.

Verklaringen zijn er ook. Op de dag dat de inspecteur langs kwam, stond er net een aantal lio’s (leraren in opleiding) voor de klas. Maar het ontbrak op de school ook aan een professionele cultuur, zegt de door de school ingehuurde adviseur Bas van Loo van Cadenza Onderwijsconsult. Er waren wel afspraken over de te volgen koers, maar die werden niet consequent op papier gezet. Bovendien werd het beleid niet voldoende geëvalueerd. Zodoende kon de inspectie niet nagaan of de plannen van de school succesvol waren.

In het plan van aanpak staat dat de school „resultaat- en opbrengstgerichter” moet worden, zegt Van Loo. „En dat zonder afrekencultuur. Het is eigenlijk de filosofie van Michael Fullan.” Dat is de Canadese onderwijskundige die vorig jaar door staatssecretaris Dijksma (Onderwijs, PvdA) werd ingevlogen om mee te denken over het onderwijsbeleid. Zijn boodschap is in essentie dat het onderwijs strenger moet worden geëvalueerd, zonder dat de prettige sfeer op school verloren gaat.

Op papier is zo’n verandering gauw ingevoerd, zegt Oosterwijk. Maar alle leerkrachten moeten eraan meewerken. Er is hard gewerkt, zegt adviseur Van Loo. „Wat er is veranderd, is dat ze nu beter nadenken over waarom ze iets doen. De leerkrachten durven elkaar aan te spreken op fouten. Met zo’n klein team was dat weleens lastig.”

In alle drie de klaslokalen op de school hangen lijstjes met plannen aan de muur. Elke ochtend vertelt de leerkracht wat de kinderen gaan doen en elke middag evalueert de klas de dag. Leerlingen mogen voor een groot deel zelf de volgorde van hun ‘werkjes’ kiezen. Kan ook niet anders, als de onderwijzer zijn aandacht over drie groepen moet verdelen. Directeur Verwer: „Leerkrachten moeten van goeden huize komen om meer dan één groep te bedienen.”

Met een andere conclusie van de inspectie, over lage verwachtingen van scholen, is Verwer het „totaal niet eens”. Het team van ’t Zonnedal probeert eruit te halen wat erin zit. „Het is heel kwalijk dat de inspectie een generaliserende conclusie trekt over lage verwachtingen. Onze leerlingen kennen meer achterstanden dan op een school in Wassenaar, maar worden even hard afgerekend.”

Staatssecretaris Dijksma heeft extra geld toegezegd om de noordelijke achterstanden tegen te gaan. Rento Verwer kan dat geld goed gebruiken. „Het zou heel prettig zijn als ik een extra leerkracht kan aantrekken.” Dan hoeft de directeur zelf niet meer voor de klas te staan. Dat scheelt.