Twee kistjes

In een interviewboekje met bekende Nederlanders over ouder worden vertelde Ivo de Wijs vorig jaar de volgende anekdote. Dit als antwoord op de vraag: wat vind je van de positie van ouderen nu?

„Mijn vrouw (62) zoekt in een volle bus een zitplaats. ‘Kunt u dat kind op schoot nemen alstublieft?’ vraagt zij aan de vader van een driejarige. ‘Dat zal niet gebeuren’, zegt de vader. De hele bus zwijgt. De chauffeur kijkt voor zich. Mijn vrouw blijft staan. Ik vind dat geen hoopgevende ontwikkelingen. De maatschappij houdt van jong. Oud telt niet mee en moet blij zijn met de nieuwerwetse bedeling die ‘kortingskaart’ heet.”

Zoals Ivo de Wijs het uitlegt, zou de houding van die vader in de eerste plaats voortvloeien uit pure minachting voor de ouderdom. „Oud telt niet mee.” Ik betwijfel dat, hoe herkenbaar zijn anekdote ook is voor ouderen die veel met het openbaar vervoer reizen.

Voor mij heeft de reactie van die man veel meer te maken met een vanzelfsprekend soort hufterigheid dat je vaker ziet in de publieke ruimte. Deze man zou nog in staat zijn om zijn eigen 89-jarige moeder te laten staan, niet omdat hij het maar een onnozel oudje vindt, maar omdat hij zelf moe is en recht claimt op zijn rust.

Nogal wat mensen gaan er vanuit dat het stukje openbare grond waarop ze zich bevinden van hén is en dat het ook toegestaan is dit stukje uit te breiden als hun dat beter uitkomt. Wil de ander maar even opdonderen? Ik was hier het eerst.

In mijn eigen omgeving passeer ik bijna dagelijks een goed voorbeeld van dit type gedrag. In Amsterdam neigen nogal wat terrashouders en huiseigenaren naar clandestiene gebiedsuitbreiding. Opeens is een caféterras een half metertje opgerukt, zodat de buren er nog meer last van hebben. Nou ja, als ze van roken houden, kunnen ze lekker meeroken.

Sommige huiseigenaren willen ons graag laten delen in de onvoorwaardelijke liefde die zij voor het planten- en bloemenleven koesteren. Hele badkuipen, gevuld met plantaardig leven, worden er de stoep op gesjord om God te bewijzen hoe dankbaar wij hem zijn.

Eén huiseigenaar in mijn buurt heeft hierop een nóg brutalere variant bedacht. Hij woont aan een smalle stoep die naadloos overgaat in de straat. Op dit stoepje heeft hij twee lage, met planten gevulde kistjes overdwars met een tussenruimte van twee meter neergezet.

Daardoor is het onmogelijk geworden je wandeling over zijn stoep voort te zetten. Je moet uitwijken naar de straat waar voortdurend fietsers, scooters en auto’s passeren. Als je dat impulsief, zonder goed op te letten doet (wat je bij niet-Amsterdammers, zoals toeristen, nog wel eens ziet) loop je het gevaar ook zelf het plantaardig leven deelachtig te worden.

In het donker wacht de onvoorbereide passant nog een andere verrassing. De kistjes zijn dan onzichtbaar, zodat hij met een beetje medewerking van het altijd vindingrijke noodlot over het eerste kistje struikelt en in het tweede zijn nek breekt.

Laatst zag ik een bezoeker uit een van de huizen komen. Hij repte zich met vlugge tred monter huiswaarts, maar opeens ging hij languit onderuit als een voetballer na een smerige tackle. Beduusd kroop hij overeind en staarde naar de daders, die twee klotekistjes – de volmaakte symbolisering van het menselijk egoïsme.

Van Frits Abrahams verscheen deze week een bundel met dierencolumns: Katten & ander gespuis. Uitg.: Prometheus/NRC Handelsblad, 14,95 euro.