Seksueel probleem is deels cultureel bepaald

Seksuele voorlichting moet meer gaan over relationele vaardigheden, respect voor elkaar en weerbaarheid. Onder sommige groepen allochtonen is sprake van een „losse levensstijl waarin het ervaren en het nemen van verantwoordelijkheid voor de eigen acties niet centraal staat”. Dat stelt het onderzoeksbureau Research voor Beleid. Het bureau schreef in opdracht van staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) het rapport Seksuele gezondheid en allochtonen.

Uit onderzoek van de Rutgers Nisso Groep en Soa Aids Nederland bleek eerder dat allochtonen oververtegenwoordigd zijn als het gaat om seksueel overdraagbare aandoeningen en onbedoelde zwangerschappen. Bovendien zijn zij vaker slachtoffer en dader van seksueel geweld.

Naast campagnes via tv en internet moet seksuele voorlichting aan jongeren ook plaatsvinden via kleinschalige projecten, stelt Bussemaker in een korte reactie. Jongeren vinden scholen daar het meest geschikt voor, maar zij willen liever niet dat de docent zich ermee inlaat. De onderzoekers bevelen wel aan seksuele gezondheid een vastere plaats in het lescurriculum van scholen op te geven.

De onderzoekers constateren dat er gedeeltelijk cultureel bepaalde oorzaken zijn van problemen met de seksuele gezondheid. Zo heeft de „losse levensstijl” van een deel van de allochtonen, aldus de onderzoekers, te maken met een laag zelfbeeld en een negatief toekomstbeeld. Velen zouden het gevoel hebben dat ze hun leven niet kunnen plannen en maar zien wat er gebeurt. Dit draagt bij aan een vaak „achteloze houding ten aanzien van anticonceptie”.

Een deel van de beschreven groep – van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse en Afrikaanse afkomst – is seksueel erg actief en heeft relatief veel vluchtige seksuele contacten. De onderzoekers vinden dat een mentaliteitsverandering nodig is bij jongens en mannen en bepleit vergroting van de weerbaarheid van vrouwen en meisjes.