Provincies kopen te weinig natuurgrond

De provincies moeten de komende zes jaar veel méér gronden voor natuur aankopen dan de afgelopen twintig jaar is gebeurd. Alleen met een fikse stijging blijft voltooiing van de zogenoemde Ecologische Hoofd Structuur (EHS) in zicht.

Dat stelt Vereniging Natuurmonumenten na onderzoek onder alle Nederlandse provincies. Deze zijn verantwoordelijk voor het aankopen en inrichten van natuur. In 2015 moeten volgens afspraak alle gronden voor de operatie zijn aangekocht, in 2018 moet dit netwerk van aaneengesloten natuurgebieden volledig zijn ingericht.

Vanaf begin jaren negentig is in Nederland gemiddeld 9.000 hectare per jaar aangekocht. Dat tempo moet volgens Natuurmonumenten omhoog naar 15.000 hectare per jaar. „Er moet een schep bovenop”, aldus directeur Jan Jaap de Graeff van Natuurmonumenten. Ook het middel van onteigening moet in geval van onwillige boeren niet worden geschuwd.

Van de afgesproken hoeveelheid van 730.000 hectare natuur in Nederland, ontbreekt nog 110.000 hectare. Deze grond moet door de overheid worden aangekocht voor terreinbeheerders zoals Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer, maar ook door boeren en particulieren. Die particulieren lopen het meest achter op de doelstelling.

Volgens Natuurmonumenten verschilt de „politieke wil” aanzienlijk. Provincies als Noord-Brabant, Zeeland, Drenthe en Flevoland werken „planmatig” en doen aan voorfinanciering en het toekennen van volledige schadeloosstellingen voor boeren. Minder goed verloopt het in Noord-Holland, Utrecht en Overijssel.