Opgejaagd Verzetsleger terroriseert burgers Congo

Drie buurlanden gingen vorig jaar in het offensief tegen het Verzetsleger van de Heer. De uiteengevallen en opgejaagde strijdgroep terroriseert nu Congo. ‘Er wordt dagelijks gemoord.’

De 22-jarige Enge Ndupai kan nauwelijks meer spreken. De peuter Tambwa Py is vanaf de nek verlamd. En de twaalf jaar oude Florence wil niet meer eten. Enge Ndupai zag hoe zijn ouders met knuppels en messen werd gedood. Tambwa Py werd de nek omgedraaid en Florence verkracht. Ze zijn slachtoffers van een nieuwe golf van terreur door de van oorsprong Oegandese rebellengroep het Verzetsleger van de Heer (LRA) in het uiterste noordoosten van Congo.

Het was Kerstmis en er was een kip geslacht. Het traditionele bier vloeide overvloedig en iedereen was gelukkig. „Ik hoorde een gerucht over ruige mannen in de buurt”, murmelt Enge. „Ik rende met mijn broer naar onze akker, waar mijn ouders waren. Maar de mannen hadden ze al te pakken, ze beukten op hen in met knuppels en kapmessen. Ik zag hoe ze struikelden, ze vielen en stierven.”

Ze bonden Enge en zijn broer de handen op de rug en begonnen ook op hen in te slaan. Enge verloor het bewustzijn en ontwaakte enkele dagen later in het ziekenhuisje van Doruma, op zeven kilometer van de Zuid-Soedanese grens. Op de vloer van het hospitaal ligt een vijfjarig jongetje. Hij lag in zijn dorp vier dagen moederziel alleen te huilen naast de lijken van zijn ouders.

De oudere man Zangaine loopt verdwaasd rond, nog steeds is hij op zoek naar zijn drie vermiste kinderen. In een dorpje vlak bij Doruma woonden tachtig zielen, zeventig werden er vermoord. In een ander dorp, Faradja, arriveerden ze vlak na Kerstmis, ze plunderden, brandden huizen af en doodden 150 kerkgangers.

De meest brute rebellenbeweging van Afrika heeft weer toegeslagen. Het LRA begon ooit als verzetsbeweging in Noord-Oeganda ter verdediging van de belangen van het plaatselijke volk van de Acholistam. Maar 22 jaar later is het nog louter een terreurorganisatie van niet veel meer dan duizend strijders, met gekidnapte kinderen en seksslaven in zijn gelederen. De LRA-strijders trokken onder militaire druk weg uit Noord-Oeganda naar Zuid-Soedan, en vervolgens zochten ze twee jaar geleden een veilig heenkomen in Congo. Congo heeft nauwelijks infrastructuur en een ineffectief leger. In hun schuilplaatsen in het wildpark Garamba wisten ze zich veilig.

Vredesbesprekingen met het LRA sleepten zich twee jaar voort tot LRA-leider Joseph Kony eind vorig jaar voor de derde keer weigerde een verdrag te tekenen wegens een arrestatie bevel van het Internationale Straf (ICC) in Den Haag tegen hem en twee andere leiders.

Vanaf september hervatte het LRA zijn aanvallen tegen burgers in Congo en de Centraal Afrikaanse Republiek. Op 14 december vielen bij een door de Verenigde Staten geplande en deels betaalde operatie Oegandese regeringssoldaten Congo binnen in een poging het LRA voor eens en altijd te verslaan. Die operatie had rampzalige gevolgen voor Congolese burgers. Ruim 130.000 Congolezen raakten ontheemd, het LRA vermoorde negenhonderd burgers en ontvoerde er zevenhonderd, onder wie 620 kinderen.

Deo Akiiki is woordvoerder van het Oegandese regeringsleger. In de Congolese stad Dungu noemt hij de militaire actie van zijn mannen een succes. „We hebben de commandostructuur van het LRA uiteengeslagen”, zegt hij. „We vernietigden vijf LRA-kampen, waaronder het Swahili-kamp in het Garambapark van Joseph Kony. Hij had er verspreid over 25 vierkante kilometer gewassen verbouwd. We hebben alles vernietigd.”

Na de bombardementen op de kampen duurde het drie dagen alvorens grondtroepen arriveerden. Toen had het LRA zich al verspreid. De strijders opereren nu in kleine groepjes van hoogstens veertig man. „De twee door het Strafhof gezochte LRA-commandanten Okot Odhiambo en Dominic Ongwen belden hulporganisatie met de boodschap zich over te willen geven. En Kony zelf sloeg op de vlucht.”

De tevredenheid van woordvoerder Akiiki over het optreden van het Oegandese leger roept de vraag op waarom het LRA dan toch rond Kerstmis gecoördineerd tientallen acties kon uitvoeren. En is „de schade” van negenhonderd doden niet een te hoge prijs? „Om de LRA-strijders in het Garambapark te laten zitten was geen optie”, antwoordt hij, „ze terroriseerden de bevolking en konden ieder moment weer in Oeganda aanvallen gaan uitoefenen.”

Het Oegandese leger kwam met de Congolese regering aanvankelijk overeen dat de actie één maand zou duren. „Later kregen we toestemming om nog 21 dagen te blijven, en die toestemming loopt deze week af. We zijn nieuwe onderhandelingen begonnen in de Congolese hoofdstad Kinshasa of we nog langer blijven”, zegt Akiiki. De kans op een spoedig vertrek lijkt klein, want het LRA is niet verslagen.

„Er worden nog dagelijks burgers door het LRA vermoord”, vertelt de Zwitser Fabrice Coppex, een dokter van Artsen zonder Grenzen in Doruma. „De bewoners durven niet terug naar hun dorpjes.” De door een panische angst gegrepen ontheemden klagen door niemand te worden beschermd. De Verenigde Naties hebben een vredesmacht van ruim 16.000 man in Congo. „Ik zie hier geen VN-soldaten”, merkt Coppex bitter op. „Er zijn hier alleen Congolese en Oegandese soldaten.”

Falen de VN in de bescherming van de bevolking? John Holmes, ondersecretaris van de VN voor Humanitaire zaken, bezocht afgelopen weekeinde Doruma en Dungu. „De militaire actie van het Oegandese leger had een goed doel, maar met catastrofale gevolgen”, zegt hij. Hij erkent de beperkte rol van de VN-vredessoldaten. „We hebben de capaciteit niet om alle burgers in Congo te beschermen en om nieuwe wraakacties te voorkomen.”