Ook Tamil-vluchtelingen in Sri Lanka zijn verdacht

Sri Lankanen die vluchten voor de oorlog worden in kampen opgesloten. Het leger wil controleren of er Tamil Tijgers bij zijn.

Net als elke dag is Nieroshine (14) vanochtend vroeg naar school gefietst, het Bloementuin College in Vavuniya. Maar vandaag krijgt ze geen les. Met haar vriendinnetjes en nog tientallen leerlingen in witte schooljurkjes kijkt ze verbaasd toe. Haar school is afgelopen nacht het toevluchtsoord geworden van honderden vluchtelingen uit het gebied in het noorden van Sri Lanka waar het leger en de nog resterende eenheden van de Tamil Tijgers verwoede strijd leveren.

Nieroshine mag het schoolplein niet op. Het hek blijft gesloten, langs het grasveld liggen rollen prikkeldraad en politiemannen houden de boel in de gaten. Niemand mag de school binnen, zelfs de leiding niet. De plaatsvervangend conrector weet ook niet goed wat hij met de situatie aan moet. Hij loopt wat verloren rond en besluit dan om de leerlingen naar huis te sturen. Wanneer ze weer terug kunnen komen, weet hij niet.

Vavuniya ligt een behoorlijk eind verwijderd van het huidige strijdgebied ten noordwesten van Mullaitivu, hemelsbreed zo’n 75 kilometer. Nu steeds meer burgers ontsnappen uit het directe oorlogsgebied is onder strakke regie van het leger een grote vluchtelingenstroom op gang gekomen naar deze relatief veilige streek. Overal in de stad en in de wijde omgeving worden scholen en openbare gebouwen vrijgemaakt en worden tentenkampen opgezet voor de opvang van vluchtelingen. Tot gisteren zijn naar schatting 14.000 ontheemden gearriveerd, vandaag zullen er weer duizenden bij komen, is de verwachting.

Niemand mag naar de vluchtelingen toe en zij kunnen niet van het terrein af waar ze zijn ondergebracht. Alleen hulpverleners van de Verenigde Naties en van het Internationale Rode Kruis krijgen toegang. Voor de Technische Hogeschool, een paar kilometer buiten Vavuniya, staan zeven rode bussen. Door de ramen zijn de vermoeide gezichten te zien van de nieuwkomers. Sommige vrouwen staren uitdrukkingsloos naar buiten, met hun kind op de schoot, anderen glimlachen flauwtjes. Eén voor één mogen de bussen het terrein op. Pas als alle inzittenden zijn geregistreerd en hun schamele bagage is doorzocht, kan de volgende bus naar binnen.

Een soldaat („eigenlijk mag ik helemaal niet met u praten”) zegt dat het leger extra voorzichtig is geworden na de zelfmoordaanslag begin deze week in een opvangkamp, waarbij twintig soldaten en acht burgers werden gedood. De gruwelijke beelden daarvan werden tot in alle details van de verminkte lichamen uitgezonden op de Sri Lankaanse televisie, met linksonder in beeld de tekst: „The Nation First”.

Er is nog een reden waarom de vluchtelingen worden afgesloten van de buitenwereld. „Ziet u die gezichten? Dat zijn ongetwijfeld kaders van de Tijgers”, weet een andere soldaat, terwijl hij naar een groepje mannen wijst dat, aan de andere kant van de afzetting, onder een opgehangen zeildoek op de grond zit.

Vervolg Sri Lanka: pagina 5

‘Vrede zal altijd een droom blijven’

De soldaat verwoordt de vrees van het leger dat strijders van de Tamil Tijgers zich hebben overgegeven om later de strijd weer te kunnen hervatten. Hulpverleners houden er daarom rekening mee dat de ontheemden voorlopig hun kampen niet mogen verlaten. Eerst zullen de militairen uitgebreid de tijd willen nemen om de antecedenten van de ontheemden te onderzoeken. Los daarvan: zolang de strijd in het noorden niet werkelijk is beëindigd en de regio volledig is gepacificeerd, kunnen de verdreven inwoners niet terug naar hun dorpen.

De gedwongen afscheiding van de ontheemden levert aangrijpende taferelen op. Langs de zandweg die naar een ander kamp leidt, een tiental kilometers ten noordwesten van Vavuniya, zit een huilende vrouw op de grond. Haar twee dochtertjes proberen haar te troosten. De vrouw komt uit de hoofdstad Colombo, en is hier naar toegereisd omdat ze heeft gehoord dat haar oudste dochter met haar gezin in het kamp zit. In de verte heeft ze haar gezien, ze zwaaide. Maar de soldaten zijn onverbiddelijk: ze mag niet dichterbij komen.

Ook een predikant uit Vavuniya die voedsel heeft meegenomen voor het gezin van zijn zwager, mag niet verder. Als in de verte de bus naar Vavuniya aankomt, rennen hij en zijn vrouw snel naar de verharde weg om terug te kunnen reizen.

George (47) kan zijn woede over de gang van zaken nauwelijks verbergen. Gisteren hebben hij en zijn vrouw te horen gekregen de volgende dag terug te komen om nieuws over zijn zwager en zijn gezin te vernemen. Vanochtend kreeg hij dezelfde boodschap. Maar al snel blijkt dat zijn woede veel dieper gaat. ,,Ja, ja, ik ben zakenman, maar hoe kan ik zaken doen als ik niet eens ongehinderd naar Colombo of andere plaatsen mag reizen?”, zegt hij. ,,Als ik wil reizen, moet ik vooraf toestemming vragen, en precies zeggen wanneer ik waar zal verblijven.”

Zeven jaar geleden vluchtten hij, zijn vrouw en hun kinderen uit het noordelijke schiereiland Jaffna. Hun huis werd aan puin geschoten. Sindsdien wonen ze in Vavuniya. ,,Alleen God weet of er vrede komt” , zegt George. Hij weet wel dat hij er zelf weinig vertrouwen in heeft. De Tamils worden als ,,slaven” behandeld, zegt hij. ,,Iedere Tamil is een Tamil Tijger in hun ogen.” Heeft hij dan geen begrip voor de houding van het leger na de zelfmoordaanslag deze week? ,,Het spijt me dat daarbij ook burgers zijn gedood”, antwoordt hij.

Even verderop hebben bulldozers een groot terrein geëgaliseerd. Hier, in een nog onbewoonde omgeving in de natuur, worden voorbereiding getroffen voor de bouw van een semi-permanent dorp voor ontheemden – wat er op duidt dat ze in de nabije toekomst niet terug naar huis kunnen. De Sri Lankese regering heeft gezegd dat er zeker drie van dergelijke dorpen zullen worden aangelegd, met in totaal 32.400 huizen. ,,Hier moeten de mensen blijven totdat ze in veiligheid en waardigheid naar hun woonplaatsen kunnen terugkeren”, zei minister van Buitenlandse Zaken Rohitha Bogollagama onlangs.

De 54-jarige Luxmy weet wat het is om lang van huis te zijn. Twaalf jaar geleden kwam haar dorp in de buurt van Kilinochchi, de ‘ hoofdstad’ van het tot voor kort door de Tamil Tijgers gecontroleerde gebied in het noorden van Sri Lanka, onder vuur te liggen. Alle inwoners van het dorp moesten halsoverkop weg. Elf jaar zaten ze in een tijdelijk opvangkamp, ruim een jaar geleden hebben ze hun intrek genomen in hun hudige dorp, aan dezelfde weg waarlangs de nieuwe vluchtelingen uit het noorden naar hun kampen worden gebracht.

Luxmy zegt niet terug te willen naar Kilinochchi. Ja, ze wil wel terug, maar alleen als ze zeker weet dat het absoluut veilig is en dat er geen nieuwe gevechten zullen uitbreken. ,,Dat is een droom die toch niet zal uitkomen”, zegt ze.

De omstanders knikken. ,,U moet niet over ons schrijven. We hebben nu tenminste een huis om te wonen. En we hebben te eten. Maar die arme mensen die hier nu aankomen, die hebben niks meer. Alleen de kleren die ze aan hun lijf hebben”, zegt een buurvrouw.

Eerdere reportages uit Sri Lanka via nrc.nl/buitenland