Onherstelbaar beschadigd in vruchtwater met alcohol

Alcoholgebruik tijdens de zwangerschap heeft vanaf het prilste stadium een nadelig effect op de vrucht. Het foetaal alcohol syndroom leidt tot fysieke en sociale problemen.

Martha Krijgsheld dacht jarenlang dat het gedrag van haar pleegzoon was toe te schrijven aan de verwaarlozing tot zijn tweede. Zijn moeder was en is alcoholist. Het jongetje was druk, niet al te slim en vooral: gewetenloos. Hij kon regels niet onthouden. En als hij een ander pijn deed, wist hij niet van ophouden.

Maar toen haar tweede pleegzoon, van dezelfde moeder, rond zijn derde hetzelfde gedrag ging vertonen, begon Krijgsheld te twijfelen. Want hij was na zijn geboorte onmiddellijk bij haar komen wonen. Hij was niet verwaarloosd. „Het verhaal dat liefde en structuur de verwaarlozing zouden compenseren, ging niet op. Ik ben me toen in FAS gaan verdiepen: het foetaal alcohol syndroom. En ik kwam erachter dat de hersens van beide jongens zijn beschadigd in de baarmoeder. Want hun moeder dronk. Die schade is niet meer te herstellen.”

De oudste is nu 13 en woont in een tehuis – in het pleeggezin was hij onhandelbaar. De jongste is 10 en volgt speciaal onderwijs.

Een zwak sociaal kompas of zelfs crimineel gedrag komt niet per se door sociale omstandigheden of een beroerde opvoeding. Ook criminologen, bleek onlangs in deze krant, raken overtuigd van de theorie van oud-hoogleraar criminologie Wouter Buikhuisen: beschadigde hersens kunnen een oorzaak zijn van criminaliteit.

Neurowetenschappers wisten het al langer: wie bepaalde beschadigingen in de hersens heeft, kan niet leren van negatieve ervaringen. Of zoals Krijgsheld het zegt: „Je moet er als opvoeder hun leven lang bovenop blijven zitten.”

Ontwikkelingsachterstand kan al ontstaan in de baarmoeder, legt de Amsterdamse neurobioloog Dick Swaab uit. „Als een zwangere vrouw drinkt, rookt of drugs gebruikt, dan beschadigt dat de hersens van embryo of foetus.”

Of die achterstand leidt tot een gedragsstoornis, een laag moreel besef, ADHD of depressie, is afhankelijk van de genetische aanleg van het kind, wanneer de schade is ontstaan en de ernst ervan. Swaab: „Aangezien niemand weet welke aanleg zijn kind heeft, moet een moeder dus helemaal niet drinken, roken of drugs gebruiken tijdens de zwangerschap.” De Gezondheidsraad adviseert al drie jaar zwangere vrouwen niet te drinken. Nog altijd doet in Nederland eenderde van hen dat wel.

FAS is een van de meest voorkomende vormen van foetale hersenbeschadiging, omdat drank op grotere schaal wordt gebruikt dan drugs. Aantallen zijn lastig te geven, maar de enige FAS-poli in Nederland, in het Zutphense Gelreziekenhuis, heeft in zijn bijna driejarig bestaan vijftig keer de diagnose FAS gesteld. „Het topje van de ijsberg”, zegt psycholoog Dianne Wesselink, die er werkt met een Zuid-Afrikaanse kinderarts. Hij kende FAS uit Zuid-Afrika, waar bijna 1 procent van de kinderen eraan lijdt. Wesselink en hij pionieren in Nederland.

Nieuw is FASD, fetal alcohol spectrum disorder: een grotere groep kinderen met klachten ‘in het spectrum van FAS’. Ook hun hersens zijn in de baarmoeder beschadigd, maar in lichtere mate dan die van echte FAS-kinderen.

Nogal wat mythes doen de ronde over drankgebruik tijdens de zwangerschap, zegt Martha Krijgsheld, ook voorzitter van de FAS Stichting. „Men denkt dat één keer te veel drinken tijdens de zwangerschap (ruim vier glazen) geen schade aanricht. Maar dat is juist schadelijk, omdat het kind in een klap veel alcohol moet verwerken. Bovendien drinkt de vrucht de alcohol opnieuw omdat hij het uitplast in het vruchtwater, dat hij weer drinkt. Ook tijdens de eerste twee weken van de zwangerschap werkt alcohol als gif, al denkt iedereen van niet.”

FAS-kinderen zijn herkenbaar. Ze zijn kleiner dan gemiddeld en lichter. Het hoofd is iets te klein, de oren zijn iets naar achteren gedraaid, de ogen te klein, de kin wijkt naar achteren, de bovenlip is te smal en het gootje tussen lip en neus is plat. Vaak hebben ze een zwakke motoriek, een slecht geheugen en moeite met de eisen die de sociale omgeving aan hen stelt. 80 procent van hen groeit op in een tehuis of een pleeggezin.

Nieuw is FAS niet: er zullen patiënten rondlopen van in de zeventig, want ook vroeger raakten alcoholisten zwanger. Wel nieuw is dat de hersenbeschadiging door alcohol te zien is op een hersenscan. Als de frontale cortex (waar onder meer het morele besef en de remmingen zitten), de hersenbalk (die de hersenhelften verbindt) en de kleine hersenen (geheugen) beschadigd zijn, dan is vrijwel zeker sprake van FAS. Alcohol tast precies die hersendelen aan.

Bij kleine kinderen is er een scala aan klachten die FAS herkenbaar maakt, buiten de fysieke onvolkomenheden. Psycholoog Dianne Wesselink somt op: een overgevoelige huid, overgevoeligheid voor licht, geluid en aanraking, snel huilen, slecht drinken en slecht slapen.

Relevant voor de samenleving zijn de sociale gevolgen van FAS en FASD. Omdat geheugen en moreel besef meestal zijn aangetast, kunnen de kinderen sociale regels niet onthouden. FAS-kinderen, vertelt Wesselink, hebben altijd iemand nodig die hen wijst op wat wel en niet mag. „En geen vriendjes die zeggen: gooi die ruit eens in of jat dat eens. Want dat doen ze onmiddellijk. In veel gezinnen moeten FAS-kinderen zich elk half uur thuis melden. Als ze ook dat vergeten, mogen ze helemaal niet naar buiten zonder toezicht.”