Nostalgie in 'Pink Panther'

The Pink Panther 2. Regie: Harald Zwart. ***

Het tweede deel van de in 2006 hernieuwde Pink Panther-reeks ademt nostalgie. Het begint al met het recyclen van de bekende titelmuziek van Henry Mancini en de getekende roze panter die het vaste element is in de openingscredits.

The Pink Panther 2, met opnieuw Steve Martin als inspecteur Clouseau, is hoe dan ook schaamteloos in het recyclen van materiaal. Zo duikt de naamgever van de serie, de diamant die Pink Panther heet, bijvoorbeeld weer op. Deze wordt gestolen door ‘The Tornado’, die eerder de lijkwade van Turijn, het Japanse keizerlijke zwaard en de Magna Carta ontvreemdde. Om hem te pakken wordt een dreamteam samengesteld, met Clouseau aan het hoofd en verder een ijdele Italiaan (Andy Garcia), een Japanse whizzkid, een Sherlock Holmes-type (Alfred Molina) en een Indiase schone (Aishwarya Rai Bachchan).

Tijdens het onderzoek botsen alle ego’s en probeert iedereen elkaar vliegen af te vangen. Alles wordt nog eens extra gecompliceerd als de Italiaan probeert de assistente van Clouseau te versieren, wat blinde jaloezie bij de inspecteur veroorzaakt.

Hoewel The Pink Panther 2 een luie film is, blijft er veel te glimlachen. Je weet wat je krijgt: slapstick met als toefje slagroom het onnavolgbare Franse accent van Steve Martin. Aan diens personage is gelukkig weinig veranderd, hij blijft een groot kind dat ondanks al zijn gestuntel toch de misdaad oplost, tot diepe teleurstelling van chef Dreyfus (John Cleese) – ook hier niks nieuws.