Kom nu even niet aan de hypotheekrenteaftrek

Afschaffen van de aftrek van de hypotheekrente leidt tot minder kopers. Ook omdat de betaalbaarheid van een eigen woning de laatste jaren is verslechterd, betoogt P.M.A. Eichholtz.

De discussie over de hypotheekrenteaftrek heeft de laatste jaren een slapend bestaan geleid, mede door de afspraken die daarover tijdens de kabinetsformatie zijn gemaakt. Echter, sinds dit weekeinde lijkt het H-woord weer op de agenda te staan. Dat gebeurt op een zeer slecht moment. De financiële markten en de economie worden gekenmerkt door een onzekerheid die zonder precedent is. De woningmarkt wankelt en de nieuwbouw dreigt vrijwel tot stilstand te komen.

Het nu afschaffen van de hypotheekrenteaftrek zou aan deze instabiele cocktail een explosief element toevoegen. Zelfs de felle discussie die hier nu in het kabinet over lijkt te woeden is al slecht, want die wakkert de angst en onzekerheid onder potentiële huizenkopers aan, juist op het moment dat zij behoefte hebben aan rust en geruststelling.

De afgelopen jaren zijn door uiteenlopende partijen schattingen gemaakt over het effect van afschaffing van de aftrek op huizenprijzen. Dat effect blijkt afhankelijk van de vraag hoe de afschaffing plaats gaat vinden en in hoeverre de extra belastingopbrengsten worden gebruikt om de tarieven te verlagen. In alle gevallen is echter sprake van een negatief prijseffect. In de afgelopen 10 jaar zou dit prijseffect binnen één of enkele jaren door de trendmatige prijsstijging zijn opgevangen, zonder veel pijn voor de huiseigenaren. Maar de tijd van prijsverhogingen is waarschijnlijk voorbij. De gevolgen van afschaffing zouden dus nu zonder verdoving op de Nederlandse woningbezitters terechtkomen. Het is geen goed idee om 56 procent van de huishoudens daar nu aan bloot te stellen.

Minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, CU) betoogde eerder deze week dat het aankondigen van afschaffing zou leiden tot meer woningtransacties: als huishoudens weten dat ze nu een woning kunnen kopen met aftrek, maar dat dit voordeel niet meer geldt als ze te lang wachten, dan zouden ze nu massaal een woning gaan kopen. Dit ‘argument Rouvoet’ is gebaseerd op een misvatting, want het gaat voorbij aan de mogelijke prijseffecten van afschaffing en de gevolgen daarvan op de beslissing om al dan niet een woning te kopen. Of de afschaffing geldt voor alle huishoudens of alleen de nieuwe kopers, maakt voor het negatieve effect op de woningprijzen niet uit. Het zijn immers de nieuwe kopers en hun maximale netto woonlasten die bepalend zijn voor de woningprijzen. Als huishoudens weten dat er een grote kans is dat de woningprijzen op termijn gaan dalen, dan gaan ze nu niet kopen. Het nu aankondigen van afschaffing leidt dus niet tot meer kopers, maar juist tot minder kopers.

Bovendien is de betaalbaarheid van een eigen woning de laatste 2,5 jaar sterk verslechterd, doordat de hypotheekrente (al vóór de kredietcrisis) met bijna 50 procent is gestegen. Normaal gezien zou dat moeten leiden tot een scherpe prijsdaling. Dat dit niet is gebeurd, duidt op een extreem gespannen markt. Een afschaffing van de aftrek zou die betaalbaarheid, voor de bestaande en voor de nieuwe eigenaren, nog veel verder verslechteren. Het is zeer twijfelachtig of de huizenprijzen dat zouden weerstaan.

Dat ook de minister van Financiën zo lichtzinnig spreekt over dit onderwerp is verrassend, gezien zijn belang bij een spoedig herstel van de Nederlandse banken. Die staan er niet echt florissant bij, maar gelukkig doen hun portefeuilles Nederlandse hypotheken het nog goed. Het aantal gedwongen verkopen gaat weliswaar wat omhoog, maar dit blijft vooralsnog zeldzaam en wanbetaling is uitzonderlijk. Ondanks de relatief hoge nationale hypotheekschuld lijkt de markt stabiel. Dat zal heel anders worden wanneer sprake zou zijn van een brede prijsdaling, zelfs als die niet heel groot zou zijn. In dat geval zouden veel huiseigenaren te maken krijgen met een negatieve eigen vermogenspositie in hun huis en de wetenschappelijke literatuur geeft aan dat dit kan leiden tot massale hypotheekfaillissementen. Het is onwaarschijnlijk dat de Nederlandse banken sterk genoeg zijn om zo’n ontwikkeling gezond te weerstaan.

Hoewel de meeste economen het erover eens zijn dat de hypotheekrenteaftrek op termijn beter kan verdwijnen, is het nu niet het moment daarvoor. Afschaffing kunnen we ons veroorloven als de woningmarkt er gezond bij staat, niet als die op het randje balanceert. Het zou goed zijn als het taboe van Beetsterzwaag weer vaardig wordt over dit onderwerp.

Prof. dr. P.M.A. Eichholtz is hoogleraar Vastgoedfinanciering aan de Universiteit Maastricht. Bron: mejudice.nl