In EU weerklinkt 'eigen arbeiders eerst'

Europese bonden willen de regels voor vrij verkeer van werkenden aanscherpen. ‘Het is voor werkgevers te makkelijk om buitenlandse arbeid als goedkoop alternatief te gebruiken.’

Moet Europa zich opmaken voor arbeidsonrust met als motto ‘eigen arbeiders eerst’? Na de stakingen vorige week in Engeland tegen Italiaanse en Portugese werknemers, de felste protesten daar in jaren, wordt van veel kanten gewaarschuwd dat de financiële crisis en de recessie gevoelens van buitenlanderhaat, protectionisme en kortzichtig eigenbelang kunnen aanblazen tot een zeer explosief mengsel.

Dit is allang geen louter Britse aangelegenheid meer. De Britse stakers hebben Europese grondregels over het vrije verkeer van werknemers ter discussie gesteld. Vakbonden in andere landen steunen het voorstel om die regels bij te stellen. Europarlementariërs willen dit in Brussel aankaarten. En deskundigen voorspellen dat ook landen als Ierland en Spanje, waar een explosieve groei van de onroerendgoedsector veel buitenlandse arbeiders heeft aangetrokken, grote sociale spanningen te wachten staan.

„Het was misschien onvermijdelijk dat protectionistische neigingen en rauwe nationalistische instincten weer naar boven zouden komen in de grootste economische crisis in Europa sinds de jaren dertig”, schrijft Emma Marcegaglia, voorzitter van de Italiaanse werkgeversorganisatie Confindustria, in de Financial Times. „De sleutel tot alles is nu ervoor te zorgen dat deze gevaren niet oncontroleerbaar worden.”

Lukt dat? In heel Europa, in de commentaren in de kranten en de uitspraken van politici, klinkt het dat de recessie van de jaren dertig heeft geleerd dat protectionisme helemaal verkeerd uitpakt. Maar het probleem is, constateert de Spaanse krant El País in een hoofdartikel, dat „de regeringen in het openbaar de noodzaak verdedigen om de vrije handel te versterken, maar zonder aarzeling barrières opwerpen om de interne publieke opinie, die gealarmeerd is door de crisis, te kalmeren.”

„Britse banen voor Britse arbeiders”, hadden de demonstranten bij de olieraffinaderij van Lindsey op hun borden geschreven. Het was een echo van wat premier Gordon Brown eerder had geroepen – al zegt hij nu dat het om scholing ging. Geeft president Sarkozy niet hetzelfde signaal als hij het „niet gerechtvaardigd” noemt dat auto’s voor de Franse markt worden gemaakt in Tsjechië? En wordt die Britse strijdkreet, nu de werkloosheid overal stijgt, de inzet van vakbonden elders in Europa?

„Die Britse stakers hadden een punt”, zegt Macdara Doyle, woordvoerder van het Ierse Vakbondencongres. „De Europese regels kloppen niet, tenminste, de interpretatie die het Europese Hof van Justitie daaraan heeft gegeven is eenzijdig.”

In 1996 is de zogeheten Detacheringsrichtlijn van kracht geworden. Die bepaalt dat buitenlandse bedrijven die een project gaan doen in een ander land, daarvoor hun eigen mensen mogen meenemen, op voorwaarde dat dit tijdelijk is en gebeurt tegen de lokale voorwaarden.

„Dat is precies wat we gedaan hebben”, vertelt Giovanni Musso. Hij is vicepresident van Irem, het Italiaanse bedrijf dat mikpunt was van de Britse stakers omdat het een paar honderd Italiaanse en Portugese werknemers had meegenomen, ondergebracht op een schip, voor een project op de raffinaderij van Lindsey. „Het ging om een project van vier maanden, gespecialiseerd werk, en qua salaris hebben we ons aangepast aan de normen. We werken in heel veel landen en hebben nog nooit dergelijke problemen gehad. Europa is toch een gebied waarin mensen en middelen vrij kunnen circuleren? Dat moet wel zo blijven.”

Maar over de vraag hoe die lokale normen en voorwaarden precies moeten worden geïnterpreteerd, is felle strijd gevoerd. Het Europese Hof van Justitie heeft daaraan in december 2007 een voorlopig einde gemaakt in een geruchtmakend arrest. Een Lets bouwbedrijf, Laval, wilde in Zweden een school bouwen met Letse bouwvakkers die geen Zweeds cao-loon kregen. Zweedse bonden waren woedend en begonnen een protestactie, maar het hof bepaalde dat Laval niet gehouden was aan de Zweedse cao, omdat Zweden geen algemeenverbindendverklaring van cao’s kent.

„De Europese rechters vonden het recht op ondernemen belangrijker dan het recht op werk en andere mensenrechten, waartoe ik ook de bescherming door een collectieve arbeidsovereenkomst reken”, zegt Doyle, de Ierse vakbondsman. „Dat is wat moet veranderen, anders is het voor werkgevers veel te makkelijk om buitenlandse arbeid als een goedkoop alternatief te gebruiken.”

Naast alle emoties over Italiaanse mannetjes met zonnebrillen en strakke jasjes was dat het eigenlijke mikpunt van de Britse stakers: de status van een collectieve overeenkomst. In het Verenigd Koninkrijk bestaat geen algemeenverbindendverklaring van een cao, net zo min als in Zweden en Denemarken – daarom spraken Zweedse en Deense vakbondsleiders ook meteen hun steun uit voor hun Britse collega’s.

„Eigenlijk ging het in Lindsey niet zozeer om Britse tegenover Italiaanse of Portugese arbeiders”, zegt John Monks, voorzitter van de Europese Vakbondsconfederatie. „Het protest had niets te maken met nationaliteit, maar alles met het ondermijnen van een proces van collectieve onderhandelingen. Dat zouden we niet langer moeten toestaan. Natuurlijk is een collectieve arbeidsovereenkomst op Europees niveau onwenselijk. Daarvoor zijn de productiviteitsverschillen te groot. Maar ik zeg altijd: When in Rome, do as the Romans do. Houd je aan de collectieve afspraken van een land, ook als die niet officieel algemeen verbindend zijn verklaard en meer de status hebben van een herenakkoord.”

Monks lobbyt voor een speciaal protocol als aanvulling op het Verdrag van Lissabon, waarin moet komen te staan dat een collectief akkoord moet worden gerespecteerd. „We moeten vastleggen dat Europa niet alleen gaat over vrij verkeer van personen, maar ook over fundamentele rechten.”

Daniel Gros, directeur van het Centre for European Policy Studies in Brussel, verwacht dat de uitkomst van deze lobby weinig gevolgen zal hebben op het al dan niet toenemen van het gevoel van ‘eigen arbeiders eerst’.

„Het probleem zit vooral in de grote groep mensen die ongeorganiseerd is gaan werken in een ander land”, zegt Gros. „Dat zie je vooral in Spanje en in Ierland, waar heel veel ongeschoolde arbeiders werk hebben gevonden door de enorme boom in de bouwsector van de afgelopen jaren. Door de crisis zijn die bijna allemaal zonder werk komen te zitten. En ze kunnen nergens naar toe, want in heel Europa is de bouw nu stilgevallen. Dáár zit het risico op spanningen op de arbeidsmarkt met mensen uit andere EU-landen.”

De plannen die in allerlei landen zijn aangekondigd voor investeringen in de infrastructuur, zullen volgens Gros weinig soelaas bieden voor deze groep. „Dat is procentueel gezien te klein om echt verschil te maken. Als ik realistisch ben, is er erg weinig wat je daaraan zou kunnen doen.”