Hoe gaan ze met de crisis om?

Het leek de afgelopen dagen alsof Balkenende, Bos en Rouvoet ruzie hadden.

Maar hoe groot is die onenigheid tussen de coalitiepartners?

Een minister die opmerkingen van een andere minister „onverstandig” noemt. Dat betekent gedonder in het kabinet. Zeker als het een vicepremier is die het zegt over de minister-president.

Officieel spreken de leden van het kabinet met één mond; dat staat in de Grondwet. Die plicht wordt in de praktijk vaak met een korrel zout genomen, maar die korrel was afgelopen week wel erg groot. Vicepremier André Rouvoet, ook de politiek leider van de ChristenUnie, vond het „onverstandig” dat Balkenende had laten weten dat afschaffen van de hypotheekrenteaftrek onbespreekbaar is. Want één dag daarvoor had het kabinet juist afgesproken dat een groepje topambtenaren alle denkbare maatregelen mogen bestuderen die nodig zijn om de economische crisis te bestrijden.

De coalitiepartners zouden niet vooraf blokkades opwerpen. Tot irritatie van de PvdA en de ChristenUnie deed CDA’er Balkenende dat toch. Zij vonden dat de premier hiermee partijpolitiek gewin uit de kwestie probeerde te halen. Dat hij aan het publiek wil laten zien dat hij de voor het CDA heilige hypotheekrenteaftrek te allen tijde zal beschermen, en de PvdA en ChristenUnie niet. Sommige kranten zagen een „crisis” in de coalitie.

Tot zover niets nieuws, hier zijn de gebruikelijke politieke – en vervolgens journalistieke – reflexen rond kibbelende politici. Maar het zijn natuurlijk geen normale tijden. De kredietcrisis, waar het kabinet al rond de 90 miljard euro aan uitgaf – is overgegaan in een economische crisis waarvan niemand de omvang nog kent, maar die elke dag erger lijkt te worden.

Bedrijven en burgers kijken naar de politiek. Daar moeten de oplossingen vandaan komen die het vertrouwen in de economie moeten herstellen. En wat zien ze? Drie heren die, deels via hun anonieme secondanten, verwijten uitwisselen over een onderwerp (de hypotheekrenteaftrek) waarvan iedereen weet dat het bij het bestrijden van de crisis geen acute rol zal spelen. Op het eerste gezicht geen vertrouwenwekkend beeld van daadkrachtige leiders. Waarom maken politici ruzie in moeilijke tijden?

Maar eerst: hoe erg was die ruzie eigenlijk? Hier speelt de innige dans tussen politiek en journalistiek een grote rol. Vrijdagmiddag, direct na de ministerraad, zaten de heren nog op één lijn. Er waren „onorthodoxe maatregelen” nodig om de economie te helpen, zei de premier. Alle opties worden bekeken, zei minister Wouter Bos (Financiën, PvdA). „Inclusief het politiek onwaarschijnlijke.” Hij noemde in een rijtje van moeilijke onderwerpen ook „het eigen woningbezit”. Balkenende liet zich niet door journalisten verleiden tot uitspraken over concrete onderwerpen. „We gaan even niet aan dat spel beginnen. Dan gaan we alles afpellen, en gaat u een kop maken: ‘Premier sluit niets uit’”.

Hij bleek een goed voorspeller: „Hypotheekrente niet heilig meer”, kopte de Volkskrant de volgende dag. De eerste zin? „Minister-president Balkenende sluit geen enkele optie meer uit...” Onder de adviseurs van Balkenende ontstond paniek. Dat beeld mocht nooit ontstaan. Een CDA-leider die zijn politieke lot heeft verbonden aan het in stand houden van de aftrek, mag natuurlijk niet de indruk wekken dat hij die verkiezingsbelofte opeens intrekt.

Dus belde zijn woordvoerder andere media om te vertellen dat de Volkskrant wel wat overdreef: de hypotheekrenteaftrek is onder deze premier veilig. Die boodschap werd ook weer gretig afgenomen. Zondag opende De Telegraaf met: „Heibel om aftrek, Balkenende en Bos liggen op ramkoers.” Maandag had de krant het over een „crisisberaad”, en een „explosieve” sfeer. De Volkskrant ging daar een dag later weer overheen: „Crisis zet de coalitie op scherp.” NRC Handelsblad koos er zaterdag voor het niet prominent te brengen omdat werd ingeschat dat de hypotheekrenteaftrek geen heikel punt tussen de coalitiepartners zou worden.

Zo wordt een wederzijdse irritatie dus een coalitiecrisis. En spreken verschillende media over een „crisisberaad” vanavond. Balkenende, Bos en Rouvoet komen eind van de middag samen met hun drie fractievoorzitters op het Catshuis, de ambtswoning van de premier. Een volgens bronnen binnen de coalitie volledig onterechte benaming voor dit al lang geplande overleg over salarissen in de publieke sector.

Niets aan de hand dus? Nee. Diezelfde bronnen geven ook toe dat het wel weer even tijd wordt om elkaar eens diep in de ogen te kijken, en dat het ingeplande topoverleg vanavond daar een goede gelegenheid voor is.

Want het gekibbel is een symptoom van de grote spanningen waar de coalitie aan onderhevig is. De economie giert achteruit en de rijksbegroting moet zeer waarschijnlijk worden bijgesteld. In Den Haag wordt met grote vrees uitgekeken naar de nieuwste voorspellingen van het Centraal Planbureau (CPB). Er zou voor 2009 wel eens een economische krimp tussen twee en vier procent aan kunnen komen. Zo erg was het zelfs begin jaren tachtig niet, toen de economie maximaal 1,2 procent kromp.

CDA, PvdA en de ChristenUnie moeten dus snel de belangrijkste en moeilijkste politieke vraag van vandaag beantwoorden: hoe bestrijden we de economische neergang? Een vraag met een antwoord dat mogelijk grote invloed heeft op het dagelijks leven van elke Nederlander, wellicht tot ver in de toekomst.

Over dat antwoord hebben de drie coalitiepartijen, en hun kiezers, soms fundamenteel verschillende ideeën. Alleen hebben ze niet de luxe het oneens te kunnen zijn: ze moeten er snel samen uitkomen.

Dat blijkt dus lastig. Zonder te wachten op het onderzoek van de ambtelijke werkgroep, die in alle vrijheid opties had moeten onderzoeken, is één onderwerp al onbespreekbaar gemaakt (de hypotheekrenteaftrek).

Een politiek ingrijpende maatregel die nog wel ter discussie staat is de ‘aanrechtsubsidie’. Bezuinigen op deze fiscale korting voor niet-werkende partners kan miljarden opleveren. De ChristenUnie heeft er echter grote moeite mee deze steun voor het traditionele gezin te beperken.

Ook een beperking van de regeling voor bijzondere ziektekosten, de AWBZ kan miljarden opleveren, maar ligt eveneens politiek gevoelig: hierop bezuinigen treft lage inkomens, pijnlijk voor de ChristenUnie maar vooral voor de PvdA.

Dan is er nog het verhogen van de AOW-leeftijd. De meest gehoorde speculaties gaan over het heel geleidelijk verhogen van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar. Dat zou na 2012 moeten ingaan. De overheid hoeft dan minder aan deze basisuitkering voor alle ouderen uit te geven. Een bijkomend voordeel is dat mensen langer aan het werk blijven.

Het is een voor alle drie de partijen electoraal onaantrekkelijke maatregel. Het CDA heeft er zelfs een trauma aan overgehouden. In 1994 stelde toenmalig CDA-leider Elco Brinkman de AOW ter discussie. Prompt verloor de partij de verkiezingen. Dat is voor geen enkele partij een fijn vooruitzicht. Het voordeel is wel dat de pijn van deze AOW-beperking gelijk over alle partijen wordt gedeeld. Dat maakt een ingreep kansrijker.

Als de coalitie het aandurft een paar van deze moeizame maatregelen voor de lange termijn te nemen, kunnen op korte termijn mogelijk de onderling afgesproken strenge begrotingsregels losgelaten worden. Zodat er nu extra geld in de economie gepompt kan worden. Dat ziet vooral het CDA nog niet zitten: zij hameren als christelijke partij op het belang van goed ‘rentmeesterschap’. Je mag grote economische lasten niet op volgende generaties afschuiven.

Uiteindelijk raakt het politieke antwoord op de economische crisis zo aan de fundamenten van de inrichting van de maatschappij, en daar hebben de coalitiepartijen nou eenmaal verschillende opvattingen over. Die kunnen ze niet negeren, anders zijn ze geen knip voor hun politieke neus waard. De kans op nieuwe alarmerende krantenkoppen over crisis in Den Haag is de komende weken dus groot, en politieke voormannen zullen elkaar vaker eventjes diep in de ogen moeten kijken.