Goede smaak

‘Goede smaak’ is net zo’n scheldwoord als ‘tuttig’ of ‘politiek correct’. Je wilt er niet mee gezien worden. Designers zijn als de dood voor goede smaak. Goede smaak brengt hun geloofwaardigheid in gevaar, hun rebelse vernieuwingsdrang, hun unieke prijskaartje.

’t Zijn kunstenaars, tenslotte.

Sofa’s en krukken en lampen en bloemenvazen die de goede smaak vertegenwoordigen, koop je bij de supermarkt.

Daar begint de worsteling.

Designers kunnen hun draadstalen zitstoelen van driehonderdduizend dollar of hun piramidevormige bloemenvazen van een ton toch niet aan hun klanten verkopen als... slechte smaak?

Hun klanten hebben ook eergevoel. Iets minder eergevoel dan dollars, maar toch.

De ware designer wil kunstenaar zijn en zakenman. De kunstenaar in hem wil miljonair worden en toch rebel blijven. Hoe redt hij zich daaruit?

De goede smaak achtervolgt de designer tot in zijn slaap. Meerdere scenario’s trekken in zijn nachtmerries voorbij. Moet hij zijn slechte smaak slijten als goede? Moet hij zijn goede smaak bestempelen tot slechte? Moet hij zowel de slechte als de goede smaak achterhaald noemen? Fakebegrippen? Moet hij de koper in zijn complot van slechte smaak betrekken, om die gezamenlijk tot goede smaak te verklaren?

Zo worstelt en woelt hij ’s nachts in zijn designersbedje.

Hadden ze dat woord maar nooit bedacht, verzucht de man die voor artiest wil doorgaan in stilte. Die goeie smaak komt roet in het eten gooien. Hadden ze maar nooit uitgevonden dat ik geacht word mijn klanten in ruil voor hun dollars het etiket van smaak te verschaffen. Niemand legt geld op tafel om voor een verzamelaar van prullen te worden aangezien.

Historisch gezien wordt slechte smaak vaak vanzelf goede smaak, de designer kent zijn kunstgeschiedenis. Maar hoe loopt hij op de geschiedenis vooruit? Hoe blijft hij trendsetter?

Marcel Wanders, de man van de gebreide stoel die niet van draadstaal is maar van vederlichte vezels, lost het in een interview zo op: „Ik heb me bewust altijd afgezet tegen wat zogenaamd goede smaak is, ik vind het heerlijk om naar kitsch te kijken.” En op de vraag van de interviewer of de nieuwe rijken in China en Rusland niet vooral over veel geld en slechte smaak beschikken: „Jij noemt het slechte smaak, maar misschien is het wel een veel betere smaak.”

Klandizie gered. Rebels imago ook.

Stoelen van staaldraad bestonden al. Forrest Myers en de Campana’s waren er beroemd mee geworden. Boots ze in kunststof na en verkoop ze of ze van massief goud zijn, zo komen designers de winter door.