Geen thema te gek voor een liedje

Het Festival Mooie Woorden, dat dit weekeinde plaatsvindt, gaat óók over muziekteksten.

Denk bij het maken van een liedje vanuit karakters. Een liedje heeft een verteller.

Er was eens een jongen die elke dag ging vissen, maar niet van vissen hield. De jongen had een hele hobby verzonnen en een hengel gekocht, alleen maar om stiekem te kunnen roken. Daar moest een liedje van komen, dacht singer/songwriter Stefan ’t Hooft (35), die optreedt als Walker Diver. Nog diezelfde dag was het liedje klaar. „Ik vond het zo’n mooi en herkenbaar verhaal en tegelijk zo tragisch.”

Een songwriter kijkt naar de wereld en luistert goed om inspiratie te krijgen. Soms wordt een liedje je in de schoot geworpen, maar je moet je er wel bewust van zijn. Zo gaat het althans bij ’t Hooft en bij Harold Konickx (31), als songwriter beter bekend als harold k. De eerste zingt in het Engels, de tweede in het Nederlands. De eerste is docent songwriting aan de Nederlandse Pop Academie, de tweede brengt dit jaar zijn tweede cd uit en is schrijfdocent. Samen geven ze zondag een workshop liedjesschrijven op het Utrechtse literatuurfestival Mooie Woorden. Want iedereen kan liedteksten schrijven, menen ze.

De vijfde editie van het Festival Mooie Woorden vindt zaterdag en zondag in het Utrechtse Akademietheater plaats. Behalve bekende schrijvers als Arthur Japin en Ingmar Heytze en nieuw talent, is er ook veel muziek. Leine komt liedjes zingen, het toegangskaartje is een ouderwets vinylsingletje met twee gedichten op muziek, er is een literaire popquiz. En dus een workshop.

Muzikanten doen nogal eens mysterieus over die liedjes. Bob Dylan meent dat ze ‘ergens’ zijn en je ze alleen nog moet vinden. Volgens Keith Richards hangen liedjes in een boom. Tom Waits is al wat praktischer, volgens hem bestaat de basis van een goed liedje uit een stad, het weer en iets te eten. Stefan ’t Hooft is ervan overtuigd dat goede songwriters het instinctief goed doen, maar er zijn bij nadere analyse wel degelijk trucjes.

De twee zitten in een Utrechts café, op tafel liggen uitgeschreven liedjes en een schetsboek. ’t Hooft praat veel, Konickx is bedachtzaam. Ze zijn het af en toe oneens. Om alles meteen al op losse schroeven te zetten: elke songwriter werkt anders. Bij ’t Hooft dient zich bijna één keer per dag een liedje aan. Op de fiets, onder de afwas. Hij schrijft ze direct, met muziek erbij en neemt het op. „Van de pakweg honderdvijftig liedjes per jaar, blijken er uiteindelijk tien goed.” Konickx doet langer over liedjes. „Het is een ambacht”, zegt hij. Soms zit hij dagen, weken aan liedjes te sleutelen. In zijn liedje Reiger Wim kwam hij uiteindelijk uit bij het zinnetje ‘Wim is sip’. Is hij best trots op. Die tekst past bij het personage van Wim. De simpelste woorden zijn vaak de beste. Konickx: „Het liedje gaat eigenlijk over schrijfangst.”

Konickx neemt overal zijn notitieboek mee naar toe. Daarin zitten veel aantekeningen, krantenknipsels, maar ook een kerstfoto van Jan Smit met familie uit een glossy. „Die familie op zich interesseert mij niet, maar in een liedje zou dit een koninklijke familie kunnen zijn. Geen idee of ik er wat mee doe.” Zo verzamelt hij constant ideeën.

Maar een idee is nog geen liedje. Het helpt als je gitaar kunt spelen, of een ander instrument. Bij Stefan ’t Hooft dient zich bij de eerste regel ook meteen de melodie aan. „Vervolgens zijn er structuren die ik inmiddels goed ken, omdat ik het heel vaak gedaan heb. Je kunt vrij snel een paar coupletten schrijven. Het refrein moet wel anders zijn, daarin moet het regenen of de zon moet doorbreken. Als ik dat eenmaal op papier heb, kan ik gaan slapen. De volgende dag bekijk ik het resultaat en onderstreep ik de goede dingen. Die komen vaak weer terug in een ander liedje.”

Wie wilt weten hoe een goed ambachtelijk liedje in elkaar steekt, moet volgens de docenten eens luisteren naar Clouseau („herkenbaar, inventieve rijm, melodisch”) en Het Goede Doel („Vriendschap en België staan op eenzame hoogte in de Nederlandse muziekgeschiedenis”). Maar ook liedjes van bijvoorbeeld Britney Spears zitten goed in elkaar, blijkt uit het feit dat ze gecoverd worden door anderen. ’t Hooft: „Daar zitten goede songwriters achter, maar voor hen is schrijven een formule.” Toch kun je er wat van leren door de opbouw te bestuderen. Konickx: „Ik heb The man who sold the world van David Bowie echt geanalyseerd.”

Volgens de songwriters is er geen onderwerp ongeschikt om over te schrijven. Een voorbeeld is het liedje Albatross. ’t Hooft zat naar een natuurfilm over die vogel te kijken en dacht aan de Engels uitdrukking: ‘An Albatross around your neck’, iets wat aan je kleeft. Je kunt ook een ‘monkey on your back’ hebben. Zo waren de eerste twee coupletten geschreven. Toen pas dacht hij na over het thema van het liedje – een vereiste. Zoals een leerling van hem die tegen een verslaving vecht. Daarover gaat het laatste couplet. Melodietje erbij, akkoordjes, instrumenten. Klaar liedje.

Het Festival Mooie Woorden vindt plaats op 14 en 15 februari. In de voorverkoop kost een kaartje 10 euro, 12,50 euro aan de deur. Zie voor meer informatie www.festivalmooiewoorden.nl Meer over Harold Konickx: www.haroldk.nlMeer over Stefan ’t Hooft: www.walkerdiver.com