Financiële bakermat Amsterdam

De Wisselbank, van stadsbank tot bank van de wereld Marius van Nieuwkerk (redactie en samenstelling) Sonsbeek Publishers, 2009. 192 pagina’s 42,50 euro.

Gezien de financiële puinhoop bij de Nederlandse banken langs de Amsterdamse Zuidas zou je het niet zeggen, maar Amsterdam was vierhonderd jaar geleden de bakermat van voorzichtig bankieren.

In 1609 legde de Republiek der Zeven Verenigde Provincies de strijd met Spanje tijdelijk stil. In dat jaar werd ook de Amsterdamse Wisselbank opgericht. Deze publieke instelling – de bank was gevestigd in het stadhuis op de Dam – wordt beschouwd als de voorloper van de moderne centrale bank en als toonbeeld van monetaire stabiliteit. Het was een stadsbank met groter gezag dan de geldwisselaars op straat en met een reputatie van betrouwbaarheid.

Ter gelegenheid van die oprichting is een prachtig geïllustreerd gedenkboek uitgekomen. Het boek is op initiatief van De Nederlandsche Bank en de Vereniging voor de Effectenhandel tot stand gekomen.

De oprichting van de Wisselbank was het soort financiële innovatie waarover de Schotse historicus Niall Ferguson (in zijn bestseller The Ascent of Money) schrijft dat het een van de grondslagen is voor het ontstaan van het hedendaagse economische model.

De Wisselbank werd in het leven geroepen omdat er indertijd tientallen verschillende soorten munten circuleerden met uiteenlopende waardes en met verschillende goud- of zilvergehaltes. Daarnaast bestonden de handelswissels die kooplieden onderling gebruikten. Voor met name de in 1602 opgerichte Verenigde Oost-Indische Compagnie was die monetaire chaos een belemmering. De Wisselbank bracht orde in de geldtransacties. De Vroedschap van Amsterdam hoopte dat „..de coopluyden grootelicx sullen worden gerieft ende vele confusiën in ‘t stuck van de munten geweert.”

De Wisselbank was een depositobank: de klanten – kooplieden en reders – konden er hun verschillende soorten muntgeld en edelmetaal deponeren en kregen daarvoor een tegoed bij de bank. Als rekeneenheid werd hiervoor de papieren ‘bankgulden’ geïntroduceerd.

Opmerkelijk verschil met nu: tegenover elke bankgulden stond een volwaardige munt die in de kluis van de Wisselbank lag. Bovendien stond de stad Amsterdam borg voor het geld. Dit systeem was een voorloper van de hedendaagse overheidsgarantie op spaargeld.

Kooplieden die een rekening aanhielden bij de Wisselbank (kort na de opening waren dat er al 764), konden hun onderlinge vorderingen vereffenen door transacties in de boeken van de Wisselbank. Zo ontstond het eerste giraal betalingssysteem.

Marius van Nieuwkerk, de samensteller van het gedenkboek over de Wisselbank, roemt in zijn bijdrage het allesoverheersende vertrouwen dat de Wisselbank genoot. Dat maakte het geld dat was gedekt door de Wisselbank, de bankgulden, tot de meest stabiele munt ter wereld, waardoor de rente laag kon blijven.

De Republiek genoot hierdoor eeuwenlang een financieel voordeel ten opzichte van andere Europese handelsnaties. De welvaart van Amsterdam was mede hierop gebaseerd.

De Wisselbank verstrekte geen kredieten, behalve tegen het einde van de 18de eeuw en toen ging het ook mis. De bank had kredieten verstrekt aan de VOC die de waarde van de munten in de kluis ver overschreden. Toen de leningen niet terugbetaald konden worden, was het gedaan.

Uit het succes en de ondergang van de Wisselbank is voor bankiers en toezichthouders een belangrijke les te leren: de basis van economische bloei wordt gevormd door oerdegelijke financiële instellingen.

Bij de presentatie van het boek aan burgemeester Cohen is het platform Capital Amsterdam gepresenteerd, een samenwerkingsverband van financiële instellingen dat Amsterdam als financieel centrum grotere bekendheid beoogt te geven. Onder meer door later dit jaar in Amsterdam een tentoonstelling over de Wisselbank te organiseren.