Filmmaaksters uit Nederland sterk in beeldende artfilms

Vier Nederlandse films draaien op het Filmfestival Berlijn. Toeval? Of een nieuwe Nederlandse golf?

Toen een paar jaar geleden Wolfsbergen van Nanouk Leopold zijn wereldpremière beleefde in Berlijn, sprak men in Duitsland van een Nouvelle Vague Allemande Neerlandaise. Dus hoe zit dat, nu er maar liefst vier Nederlandse films in Berlijn draaien? Calimucho van Eugenie Jansen, Kan door huid heen van Esther Rots, Winterstilte in het Forum van Sonja Wyss en Het zusje van Katia van Mijke de Jong zijn alle vier geprogrammeerd. Is dat toeval of is er inderdaad sprake van een nieuwe Duits-Nederlandse golf.

Die wat omslachtige term heeft te maken met het feit dat een paar jaar geleden de Franse kranten een nieuwe Duitse filmgolf hadden uitgeroepen, de Nouvelle Vague Allemande, met Christian Petzold en zijn makkers van de Berliner Schule als belangrijkste vertegenwoordigers. Sober-intense transcendente films zijn dat, die inzoomen op het gevoel van existentiële leegte dat jonge mensen in Europa in de nadagen van de Nieuwe Economie, Euro en Eenwording in z’n greep houdt.

Het werk van Nanouk Leopold, dat weinig woorden nodig heeft, past daar goed bij. Maar het is een tendens in de moderne film die zich uitstrekt buiten Nederland, Duitsland en Europa: wereldwijd zijn de belangrijkste films van nu geheel aan het beeld toegewijd. Plot en psychologie zijn bijzaak.

Forum-directeur Christoph Terhechte, die de Nederlandse films selecteerde, vindt het te vroeg om een nieuwe golf uit te roepen: ,,Daarvoor zijn de films te divers. Maar je merkt wel dat vrouwen momenteel sterker zijn in de Nederlandse artfilm dan mannen, en dat deze maaksters aansluiten bij de trend beeld als uitgangspunt voor hun vertelling te nemen.”

De trade papers, de tijdschriften die de filmindustrie voorlichten over de commerciële kansen en in mindere mate over de artistieke kwaliteiten van een film, zijn minder overtuigd. Ter gelegenheid van de wereldpremière van Het zusje van Katia schreef Derek Elley van Variety al dat de film „no clear dramatic arc” had. Boyd van Hoeij vond in datzelfde blad dat Calimucho „lacks the narative punch”. Winterstilte wacht hier in Berlijn nog op een bespreking, maar ook bij Kan door huid heen hadden de recensenten liever meer verhalende logica gezien.

Die nadruk op plausibele verhalen is de gemene deler in de vakbladen. Alles wat afwijkt van het alledaagse moet het ontgelden. Dat is een sterk signaal van een industrie in paniek, die op safe speelt en risico’s wil vermijden.