'De computer maakt toch de dienst uit'

De muziek van De Staat ontstaat als knutselwerk op de computer van Torre Florim. Live speelt hij nu met vier man.

„Als ik eenmaal achter de computer zit, verlies ik mezelf. Dan kan ik zo lang doorgaan dat ik vergeet te eten en te drinken. Het is een soort van onbegrensde wereld. Je kunt overal naartoe. Het is nooit klaar. Ik snap ook waarom kinderen zo in World of Warcraft kunnen opgaan.”

Torre Florim (23) is verslaafd aan muziek maken. Zijn band De Staat maakte begin dit jaar furore met een bejubeld debuut. Wait for Evolution laat een kruising horen van zompige rock, slepende roots maar evengoed swingende funk, blues en soul. Nog voor de plaat uitkwam toerde de band uit Nijmegen al als voorprogramma van dEUS door Engeland en Ierland.

Maar wat heeft die droomstart te maken met ontelbare uren achter een computer? „Het begon op mijn veertiende”, zegt Florim. „Scream Tracker heette het DOS-programma waarmee ik op een simpele manier liedjes maakte. Je kon samples achter elkaar plakken en die loopen, herhalen. Het klonk nergens naar, maar dat heeft mij toen nogal gegrepen.”

Op dezelfde ambachtelijke wijze knutselde hij Wait for Evolution in elkaar. Toch klinkt die plaat niet naar een samenraapsel van samples, maar naar echte instrumenten. Dat komt omdat Florim alles één voor één heeft opgenomen. „Met een computer die dat maar net trok en de goedkoopste microfoons die nog net oké zijn”. Bas en gitaar gingen laag voor laag de computer in, het drumstel werd in losse onderdelen vastgelegd: basdrum, snare en bekkens kregen om beurten een klap. Pas talloze muisklikken copy-pasten later klonk het of er echt iemand drumde. „Dan wordt het een organisch geheel, maar wel in een robotjasje, want uiteindelijk maakt de computer toch de dienst uit.”

Hij houdt van met anderen samenspelen: „maar in je eentje kan dat ook. Dan loop je te pielen, neem je op, luister je terug en heb je daarmee weer interactie. Het is een communicatie met jezelf in het kwadraat. Dat is verslavend.”

Alles is bruikbaar, ook het knip- en plakwerk uit zijn puberjaren. „Het openingsnummer Sleep Tight begint met een soort koor: Ooooh-whoo-o-oooh-ooh. Dat heb ik al heel lang geleden gemaakt, gewoon door steeds over mezelf heen te zingen. Later heb ik er een beat bijgemaakt en ben ik er overheen gaan rappen.” Maar op de plaat is het een lome bluesballade met hetzelfde ritme waarmee een eeuw geleden treinrails werden aangelegd. Tevreden: „Het heeft de hele evolutie doorlopen.”

Zo gaat het ook met eerder gehoorde ritmes en melodieën. ,,Op de Hogeschool van de Kunsten hoorde ik ooit het liedje Habibi van de Egyptische zanger Ali Hassan Cuban. Dat ritme, boordevol percussie, heb ik nagemaakt, maar dan met handclaps, tamboerijntje, shakertje en een gruizig Braziliaans trommeltje.

Of een nummer af is weet hij nooit. „Je moet een deadline stellen, anders word je gek.” De huidige single The Fantastic Journey of The Underground Man mag dan klinken als Prince die stonerrock maakt, dat is maar één van de twaalf versies die hij maakte. ,,Laatst hoorde ik een oude versie. Die was toch eigenlijk ook wel vet. Daarom moest die plaat gewoon nu uitkomen.”

Toen moest hij nog een band zoeken die hetzelfde kon als zijn computer. „Dat viel erg mee. En ik kan zelf helemaal niet zo goed spelen, dus dat is mooi meegenomen.” Veel nummers hebben de gelaagdheid van techno met telkens een geluidje erbij. „Drummer Tim van Delft doet dat gewoon met twee handen en voeten.”

Dankzij improvisatie gaat de evolutie ook op het podium door. ,,Ik vind het saai als een band precies zo speelt als op de plaat. Elke keer als ik Queens of the Stone Age zie – ook als ze voor de achtduizendste keer No One Knows’ spelen – weet ik niet wat ik voor mijn kiezen krijg.”

‘Wait for Evolution’ van De Staat is verschenen bij Excelsior. Vanavond speelt de groep in Paradiso (uitverkocht). Inl: destaat.net