'Dances' Childs zijn louterend mooi

Dans Introdans: Lijnrecht. Tournee t/m 13/6. www.introdans.nl ****

We wisten het al, maar choreografe Lucinda Childs (1940) behoort tot de grote dansmakers van deze wereld. De Amerikaanse, meestal in één adem genoemd met Philip Glass, Robert Wilson en John Adams, heeft wat Bach en Hans van Manen ook hebben: het lijkt allemaal zo eenvoudig, die opeenvolging van noten of passen, maar het stijgt altijd boven zichzelf uit.

In Concerto (1993), dat Introdans twee jaar geleden op het repertoire nam, wervelen acht dansers in wisselende formaties door de ruimte. Concerto is streng in vorm; minimalistisch met kleine verschuivingen. Een arm of been verschuift een decimeter, een sprong draait ineens naar de coulissen; met wiskundige precisie legt Childs een caleidoscopisch patroon bloot.

In Chairman Dances (2000), nieuw bij het Arnhemse gezelschap, speelt Childs een fascinerend spel met vijftien dansers en de gelijknamige swingende muziek van John Adams. De magie slaat weer toe: de pure repetitieve bewegingen emotioneren. Het gaat verder dan esthetisch genot, je zou het in gezelschap van Aristoteles best catharsis mogen noemen. Louterend mooi.

Dat kan niet gezegd worden van de wereldpremière Optical Identity van de jonge Italiaan Mauro de Candida (1981). Hij is officieel ‘Nieuw Talent’ (de ene beleidslijn van Introdans) en probeert met synthesizerklanken, fluisterstemmen en knalroze buizen diepzinnigheid te suggereren. Statisch klitten dansers in elkaar, dan komt er een keurig groepje aan. De bewegingen hangen echter als los zand aan elkaar, de pasjes zijn braaf. Wat Candida wil, blijft vaag.

Van Manen sluit af met Three Pieces (1968), een nog anekdotisch werk over groep versus eenling (een overtuigende Diego Benito Gutíerrez), dat al Van Manens latere humor en talent voor strakke vormen aankondigt. In Lijnrecht bewijzen Van Manen en Childs dat het tonen van bijna vergeten werk van Oude Meesters (Introdans’ andere beleidslijn) veel zin heeft.