Bolt

Bolt. Regie: Byron Howard, Chris Williams. Nederlands, Engels en 3D. ****

Naar Bolt werd vol verwachting uitgekeken. Vanaf midden jaren zeventig teerde het concern op oude titels, tot de nieuwe baas Michael Eisner in de jaren negentig nieuwe hits bracht: The Beauty and the Beast, The Lion King.

Bolt levert de studio de eerste Oscarnominatie op sinds 2003, en daarop valt weinig af te dingen. Het hondje Bolt speelt de hoofdrol in een tv-serie: met superkrachten redt hij telkens het meisje Penny van de kwaadaardige dr. Calico. De studio laat Bolt in de waan dat hij echt een superhond is. Tot hij in een postpakket voor New York belandt en op de lange terugreis naar Hollywood ontdekt dat hij weliswaar een gewone hond is, maar wel degelijk een held. En uiteraard maakt hij onderweg onwaarschijnlijke vrienden: de cynische straatkat Mittens, de hysterische hamster Rhino.

Bolt herinnert aan andere misleide showhelden: speelgoedastronaut Buzz Lightyear uit Toy Story en dierentuinleeuw Alex uit Madagascar. Anders dan in die buddymovies ligt het hart van deze film niet in de identiteitscrisis, maar in Bolt’s trouw aan Penny. Want bij Disney draait het om familie.

Bolt is niet erg hip, zo hoort dat, Wall-E en Ratatouille waren dat ook niet. Het hoeft ook niet. Het gaat om computeranimatie die een pl;aats inneemt in de eredivisie. En dat is gelukt. De karakters hebben genoeg charisma voor een mooie plek in het Disneypantheon, het scenario is niet al te voorspelbaar en door nieuwe software die de harde randjes afvijlt, oogt de film zachter en schilderachtiger dan andere 3D-animatie. In de Oscarrace blijft Bolt de underdog tegenover Wall-E, maar de muis brult weer.