'Bescherm slachtoffer handel in mensen'

Vreemdelingen in Nederland die slachtoffer zijn van mensenhandel moeten een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen zonder dat ze aangifte hoeven doen tegen hun uitbuiters. Nu is aangifte doen nog een voorwaarde. Een meerderheid van de slachtoffers kan of wil niet meewerken aan het strafrechtelijk onderzoek en moet, na drie maanden bedenktijd, terug naar het land van herkomst. Zij lopen groot risico het slachtoffer te worden van wraakacties van hun handelaren.

Dat stelt de onafhankelijke Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) in het binnenkort te verschijnen advies De mens beschermd en de handel bestreden dat op verzoek van de staatssecretaris Albayrak (Justitie, PvdA) werd opgesteld. Volgens de ACVZ moet de bescherming van het slachtoffer voorop staan en niet het opsporingsbelang, zoals nu het geval is, al erkent de adviescommissie het grote belang van opsporing.

Volgens de ACVZ moeten mogelijke slachtoffers hoe dan ook een tijdelijke verblijfsvergunning van zes maanden krijgen. De eerste drie maanden gelden als rustperiode. Daarna moet de staatssecretaris van Justitie beoordelen of de persoon inderdaad slachtoffer is. In dat geval moet de persoon als ‘erkend slachtoffer’ een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen voor een jaar. Die vergunning moet na anderhalf jaar worden omgezet in een definitieve als het erkende slachtoffer besluit mee te werken aan de opsporing.