Afgestudeerde moet met minder genoegen nemen

Wie binnenkort afstudeert, heeft een probleem. De arbeidsmarkt zit de komende jaren potdicht. Maar de generatie waar het om gaat, maakt zich nog geen enkele zorgen.

Ze zijn geboren met een gouden lepel in de mond. Groeiden op in de welvarende jaren negentig. De generatie Y, geboren tussen 1980 en 1990 is niet gewend aan tegenslag. Integendeel: de deuren van werkgevers stonden wagenwijd open. Recruiters van werving- en selectiebureaus stonden letterlijk in de collegebanken om het talent van de toekomst het bedrijfsleven in te lokken met hoge aanvangssalarissen en dure lease-auto’s. Maar dat gaat nu in rap tempo veranderen.

De prognoses voor de Nederlandse arbeidsmarkt zijn slecht. Het Centraal Planbureau (CPB) houdt rekening met een verdubbeling van het aantal werklozen van 300.000 eind 2008 naar 600.000 eind 2010. In het laatste kwartaal van 2008 waren er al 7.000 werklozen meer dan de maanden daarvoor.

Er zijn twee lichtpuntjes: ten eerste zijn er nog steeds veel vacatures (al is ook daar de eerste krimp zichtbaar) en ten tweede gaat de eersten van de babyboomgeneratie (geboren tussen 1945 en 1960) over twee jaar met pensioen. Deskundigen zijn het er over eens dat deze ontwikkelingen kunnen voorkomen dat de werkloosheid in Nederland verder zal oplopen.

Maar zelfs als het blijft bij ‘slechts’ 600.000 werklozen, dan nog is er één groep die flink last zal krijgen van de neergang: de starters op de arbeidsmarkt. „Het wordt een stuk moeilijker voor jongeren om de arbeidsmarkt op te komen”, zegt Michiel Vergeer, econoom bij het CBS. „Wij zien dat bedrijven hun vacatures nu al uit voorzorg intrekken. Het wordt lastig om er nog tussen te komen.”

Starters worden al minder kritisch bij de keuze voor een werkgever, zegt consultant Cathelijn Kloeze van Campus Recruitment, het onderdeel van werving- en selectiebureau YER dat zich richt op starters. „Studenten melden zichzelf weer aan”, zegt Kloeze. „En ze vragen wat ze zelf kunnen doen om hun kansen te verbeteren. Ze zijn bijvoorbeeld bereid om een extra stage te doen of een extra cursus.”

Opmerkelijk, vindt Kloeze, want tot voor kort was het precies andersom. „Dan had ik een prachtige baan voor een kandidaat, maar zei zo iemand rustig dat hij eerst een tijdje wilde reizen.”

Voor het leeuwendeel van de huidige generatie schoolverlaters moet de knop nog om. De crisis is voor hen een abstract begrip en werkloosheid is niet iets om wakker van te liggen. Neem Ruud Vos (25), zevendejaars geschiedenis in Nijmegen. Hij wil in juni afstuderen. En daarna? „Ik ga eerst een maandje naar Zuid-Afrika en daarna wil ik een paar maanden in Londen wonen. Dat wilde ik altijd nog een keer gedaan hebben.” Vos zal voorlopig in ieder geval niet „als een dolle” solliciteren. „Ik voel helemaal geen druk”, zegt hij. „En ik ben absoluut niet pessimistisch. Als ik na een paar maanden Londen geen werk kan vinden, zie ik dan wel weer wat ik ga doen.”

Zijn moeder probeert hem intussen te overtuigen van de noodzaak om zijn kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. „Zij wil dat ik extra managementcursussen ga doen, maar ik moet er niet aan dénken.” In zijn vriendenkring bespeurt Vos dezelfde houding. „Ik ken maar één studiegenoot die nu uit paniek de lerarenopleiding gaat doen, verder is dreigende werkloosheid absoluut geen issue.” Is hij zo’n optimist? Nou nee, vindt Vos. „Ik zou mezelf eerder een pragmaticus noemen. Ik zie wel wat er op m’n pad komt. Daar ga ik me van tevoren niet druk over maken. Het komt wel goed.”

Vos is een typisch product van zijn generatie, denkt socioloog Peter Ester, hoogleraar-directeur bij OSA, de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek in Tilburg. Hij doet al jarenlang onderzoek naar generaties en hun positie op de arbeidsmarkt. „De generatie Y blaakt van het zelfvertrouwen. Dat is hun kracht. Alleen is dat zelfvertrouwen nooit op de proef gesteld.” En dat gaat nu wel gebeuren. „Als de crisis lang duurt, zal die er stevig inhakken bij deze jongens en meisjes. Dan zal zelfs hún zelfvertrouwen een deuk oplopen.”

Maar de leden van de generatie Y hebben een groot voordeel: ze zijn flexibel en verbaal sterk. Communicatie is hun kracht. Ze zullen dan ook een soepele omslag kunnen maken, verwacht Ester. „Deze jongeren kunnen zich goed aanpassen. Ze weten bovendien als geen ander hoe ze zichzelf moeten verkopen.” Zelfs op een arbeidsmarkt waar het de komende jaren dringen wordt, kunnen zij hun weg vinden, verwacht Ester. „Maar dan moeten ze wel hun flexibiliteit verzilveren. Ze moeten ook bereid zijn om even met minder genoegen te nemen.”

Ook Frank Cörvers, onderzoeker bij het ROA, het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt, verwacht dat het grootste deel van de komende lichting schoolverlaters z’n draai wel zal vinden. „Van de 200.000 jongeren die dit jaar klaar zijn met school of studie, zal een deel besluiten om nog maar even door te studeren. Mbo’ers gaan naar het hbo, hbo’ers gaan naar de universiteit, terwijl wo’ers nog een andere studie doen. Uitstelgedrag dus. Dat zagen we in het verleden ook als de werkgelegenheid afnam.”

Op zichzelf is dat uitstelgedrag geen probleem, vindt Cörvers. „Het is in feite de tegenhanger van de groenpluk, waar we de afgelopen jaren mee te maken hadden: het fenomeen dat studenten al voor hun afstuderen door werkgevers uit de collegebanken werden gelokt.” Wel waarschuwt hij voor een ander effect: verdringing. „Starters zullen een baan onder hun niveau nemen, puur om aan de slag te zijn. Jongeren met een lage opleiding vissen dan achter het net.” Een laconieke houding is niet slim, vindt Cörvers. „Ik kan me goed voorstellen dat de ernst van de situatie niet doordringt tot veel jongeren, maar het is wel raadzaam om nu strategisch te opereren. Er zijn nu nog steeds volop vacatures, maar over een half jaar wellicht niet meer. Dus ik zou zeggen: probeer juist sneller af te studeren.”