Wat achter in de ijskast leeft

Restjes. Ze kunnen een vreugde zijn en precies dat leuke extra geven wat je soep nodig heeft, of je op nieuwe ideeën brengen waardoor je je heel creatief voelt. Ze kunnen ook op hinderlijke wijze hun eigen leven gaan leiden ergens achter in de koelkast, waar ze met norse gezichten muf gaan staan doen, uitdrogen, beschimmelen, bederven, stinken of gewoon sip liggen kijken, heel lang. Van sommige weet je het al van tevoren: dat wordt niets.

Maar weggooien, dat halve stukje prei met vinaigrette, dat kommetje tomatensaus dat heus goed genoeg is voor een eenpersoons portie spaghetti, die drie kliedertjes geroosterde paprika die er zo moe bij liggen - nee. Want het is allemaal zo lekker en je weet het niet. Je weet het wel natuurlijk, je weet het heel precies, maar je wilt liever denken dat je iemand bent die zulke dingen allemaal verwerkt.

Eens in de zoveel tijd ruim je de ijskast dan maar weer eens op en gaan keiharde kontjes worst weg - of alsnog in saus en soep, daar zijn keiharde worstkontjes net als sommige kaaskorsten nog best goed voor. Er liggen zakjes groene smurrie die kruiden waren maar het niet langer konden bolwerken ondanks de geweldige bewaartechniek: goed koud afspoelen als je ermee thuiskomt, goed uitslaan maar niet kurkdroog maken en dan in een plastic zak (ja! wel doen!) in de groentela leggen.

Sommige dingen blijven gewoon heel lang staan en bederven helemaal niet. De gepekelde wijnbladeren bijvoorbeeld, die ooit in iets te grote hoeveelheid waren ingeslagen voor de dolma’s en er drie jaar later nog stonden. In pekel gebeurt niet zoveel. Dat zie je ook aan de zoute citroenen, die blijven prima, ook na lange tijd. Want zoveel doe je nu ook weer niet met zoute citroenen als je niet net in een Marokkaanse periode zit en er almaar kip mee maakt, of lamsvlees met poedersuiker of zoals ik laatst bij iemand kreeg: risotto. Heerlijk!

Maar meestal gaat die zoute citroen gewoon over de geroosterde paprika’s. Dat is echt heel lekker, met een eenvoudige dressing. Paprika’s willen ook nog wel eens restachtig gedrag vertonen en overal in huis op schalen liggen rimpelen. En dan moet er ineens iets mee, en dan rooster je ze. Maar dan zijn het er zó veel dat daar weer van over blijft, in zo’n mal klein portietje. Zo was de toestand. En toevallig had ik ook een bolletje mozzarella gekocht voor het weekend maar daar was niets mee gebeurd en dat moest toch op. Gecombineerd. „Dit kan wel in de krant”, zei de vriend die ik het voorzette.

Dus.

Paprika’s met zoute citroen

  • 3 rode en/of gele paprika’s
  • 1 el. kappertjes
  • 1 kleine zoute citroen
  • peterselie
  • 1 el. balsamico
  • 3 el. olijfolie
  • 1 bol mozzarella

Rooster de paprika’s in de oven onder de gril op aluminiumfolie. Draai ze steeds als een kant zwart begint te worden. Leg ze in een schaal, dek die af met datzelfde aluminiumfolie en laat minstens tien minuten staan.

Snijd de paprika’s open en verwijder de zaadjes, trek het vel eraf en snijd ze in repen. Vang het vocht dat eruit stroomt op, althans een deel daarvan en sla dat met peper en zout door de azijn en de olie.

Spoel de kappertjes af en hak ze iets fijn. Haal de schil af van een zoute citroen en verwijder het vruchtvlees. Hak de schil in kleine stukjes. Giet de vinaigrette over de paprika’s, kappertjes en citroenschil erbij en even goed mengen. Laat een poosje staan.

Schik de paprika met vinaigrette en al over de mozzarella en bestrooi met peterselie.