Speeddaten met andere filmmakers

Tijdens het Filmfestival Berlijn, dat deze week plaatsvindt, is er voor jonge filmmakers de Talent Campus.

„Ik heb in twee dagen meer geleerd dan in vier jaar school.”

Hoe koppel je in zes dagen 350 jonge filmmakers aan elkaar en aan hun meer ervaren vakgenoten? Voor het Filmfestival Berlijn, dat deze week in de Duitse hoofdstad plaatsheeft, is dat een cruciale vraag.

Natuurlijk. De Gouden Beren die zaterdag worden uitgereikt zijn ook belangrijk. De hoofdcompetitie van zo’n festival is een krachtmeting tussen de vaak grote namen die door de programmeurs als de top of the bill van dit moment worden beschouwd. Maar festivals worden wereldwijd ook steeds belangrijker als ontmoetingsplek voor nieuwe talenten en in het organiseren van coproductieplatforms, waar men net dat laatste beetje benodigde budget kan binnenslepen.

Dus waarom die gevestigde makers en filmprofessionals, die allemaal toch op zo’n festival aanwezig zijn, niet ingezet om hun beginnende collega’s in te wijden in de fijne kneepjes van het vak? Dat was zeven jaar geleden de gedachte achter het oprichten van de Berlinale Talent Campus, een initiatief dat op steeds meer plekken ter wereld in de vorm van workshops en trainingen navolging heeft gekregen. In Amsterdam kennen we bijvoorbeeld de IDFAcademy, die tijdens een zomerschool jonge documentairemakers helpt een script te schrijven. Het net afgelopen Filmfestival Rotterdam begeleidt tijdens het Rotterdam Lab beginnende producenten en geeft nieuwe critici een kans om festivalervaring op te doen.

Nergens echter gebeurt het op zo’n grote schaal als in Berlijn en voor zoveel verschillende onderdelen van het filmvak. Schrijvers, regisseurs, art directors, componisten, acteurs en actrices, voor iedereen wordt er wel een seminar of intieme ‘hands on’ workshop georganiseerd. Daarom vinden er elke dag zogenaamde Global Speed Matching-ontmoetingen plaats tussen regisseurs, scenarioschrijvers, producenten en andere aankomende filmprofessionals. Na een paar dagen zijn de meeste deelnemers, die uit ruim honderd landen over de hele wereld komen, al door hun visitekaartjes heen en puilen hun zakken uit van de namen en telefoonnummers.

Tijdens de megastoelendans van de Global Speed Matching-sessies hebben de filmmakers in spe drie minuten om de ander te vertellen wie ze zijn en wat ze doen. Misschien slepen ze er in de toekomst nog wel eens een job uit als cameraman in Zuid-Afrika of actrice in Bollywood. Als de onverbiddelijke bel klinkt moeten ze een plaatsje opschuiven en begint het hele ritueel weer overnieuw. „Hi, I’m Chen Chie-yao from Taiwan. This is my script.” Afvallers zijn er niet. Dat zal de hardvochtige filmindustrie straks zelfs wel uitmaken. Iedereen heeft een andere strategie. Enorm opvallen is niet eens het slimste, denken de meesten. „Je kunt beter van te voren goed oefenen wat je wilt zeggen en op allerlei vragen alvast een antwoord verzinnen”, zegt de Franse producente Elisabeth Pinto. „Als je teveel de blits probeert te maken, komt dat onecht over.”

Het is een vrolijke boel. Ten eerste lopen bijna alle ‘Talents’ rond met enorme rozerode tassen die door sponsor Hugo Boss beschikbaar zijn gesteld. Vaak ook nog met het bijpassende knalrode vest erbij, alsof ze een soort sjieke voetbalsupporters zijn. Maar de sfeer is gemoedelijk. „Lang in de rij staan voor de kaartjes is het beste wat je kan overkomen”, vindt regisseur Johan Planefeldt uit Zweden. „Daar wisselen we de beste tips uit. Naar welke films en workshops en lezingen je moet gaan, maar ook over andere opleidingen en hoe je aan geld voor je filmprojecten moet komen. Voor filmmaken en succes hebben bestaan nou eenmaal geen formules. Het is al goed om te weten dat je niet de enige bent die worstelt.”

Verantwoordelijk voor het programma van de Berlinale Talent Campus is sinds eind vorig jaar de Nederlander Matthijs Wouter Knol, die eerder vergelijkbaar werk deed voor de IDFAcademy van het Amsterdamse documentairefestival en als producent werkzaam was voor Pieter van Huystee Films. Dat hij zelf nog aan het begin van zijn carrière staat, vindt hij een groot voordeel. „Ik kan me nog goed herinneren waar ik zelf behoefte aan had toen ik net begon als producent. Soms dacht ik: ‘Wat doe ik hier in die filmindustrie met al die oude, ervaren rotten?’ Het zelfvertrouwen geven dat dat er niet toe doet, is los van alles wat er hier concreet gebeurt en wordt gerealiseerd, waarschijnlijk het mooiste van de Talent Campus.”

Over een paar maanden kunnen filmstudenten of jonge filmprofessionals zich alweer opgeven voor de editie van 2010. Op www.berlinale-talentcampus.de staat aan welke voorwaarden je moet voldoen.