Sober en grimmig beeld van armzalig worstelmilieu

The Wrestler Regie: Darren Aronofsky. Met: Mickey Rourke, Marisa Tomei, Evan Rachel Wood. In: 26 bioscopen. *****

Zo worden ze niet meer gemaakt, glundert Randy ‘The Ram’ Robinson, als hij in een café de hardrock van de jaren tachtig hoort. Dat is niet toevallig ook de glorietijd van zijn carrière als professioneel worstelaar. En niet toevallig is het ook de glorietijd van de acteur die deze worstelaar speelt en die na de jaren tachtig eveneens een diepe val maakte, Mickey Rourke. The Ram: „Toen werd er tenminste nog muziek gemaakt, voordat dat joch Cobain alles verpestte. Ik zal je wat vertellen: ik haat de jaren negentig.”

Een grappige, kleine scène, maar ook meer dan dat. Het blijkt een voorbode voor de grote apotheose van The Wrestler, als de muziek van Guns ‘N Roses klinkt; een van de effectiefste staaltjes van het gebruik van filmmuziek in lange tijd.

The Ram heeft meer reden om terug te verlangen naar de jaren tachtig, voordat Nirvana met artistieke pretenties de dommige testosteronrock die daarvoor in zwang was in diskrediet bracht. Inmiddels kan hij nog net het hoofd boven water houden in de onderste regionen van zijn sport. Worstelen is tegelijk sport en show; met onderlinge afspraken tussen de kemphanen, kostuums en een rolverdeling tussen de goede en de kwade vent.

Maar de verwondingen en blessures zijn wel echt. Sommige worstelaars zijn aan het einde van hun carrière invalide. Om deze diepe verwarring tussen wat show en wat werkelijkheid is, gaat het in The Wrestler.

Gescheiden en vervreemd van zijn inmiddels volwassen dochter (Evan Rachel Wood), woont Ram in een stacaravan. Schaars menselijk contact onderhoudt hij door nintendo te spelen met zijn buurjongen, en door zijn bezoekjes aan lapdanseres Cassidy (Marisa Tomei) in een stripclub. Zij speelt net als de worstelaar een rol, maar ze verkoopt ook haar enige en echte lichaam. Ze kunnen elkaar begrijpen.

Jarenlange doping en blessures hebben zijn gezondheid ondermijnd. Net als hij wil gaan werken aan een grote comeback wordt hij geveld door een hartaanval. Dan staat hij voor een keuze: een normale baan zoeken en zijn privéleven eindelijk op orde brengen, of een groot risico nemen en toch doorgaan.

In The Wrestler blijft steeds onduidelijk waar The Ram begint en Rourke ophoudt. Zien we hier een acteur aan het werk die een rol speelt, of een ster die vooral zichzelf is? De kracht van de film zit in dit spel met dubbele bodems, net zoals de tak van de worstelsport die in de film wordt afgebeeld een spel is met schijn en werkelijkheid.

Rourke beleefde zijn gouden jaren in dezelfde periode als zijn personage, met klassieke films als Diner en Rumble Fish. Ook Rourke leefde erop los en ondermijnde zijn gezondheid, onder meer door een poosje professioneel te boksen. Ook Rourke maakte op cruciale momenten in zijn leven domme en roekeloze keuzes. Ook Rourke viel uit de gratie en hoopt op een glorieuze terugkeer. Dat is een carrièrepatroon dat pijnlijk veel weg heeft van de worstelaar

In de grofste scène gaan The Ram en zijn tegenstander de ring in met een nietmachine. Doet het pijn, vraagt The Ram nog vooraf aan zijn collega. Erin schieten gaat wel, luidt het antwoord, maar de nietjes uit de huid halen, dat is soms een probleem.

Volgens sommige Amerikaanse Oscarwatchers is het vooral deze scène geweest die The Wrestler een Oscarnominatie voor beste film heeft gekost. Smakeloos, luidde het oordeel van veel leden van de Academy. De Oscars zijn immers één grote exercitie om de Amerikaanse filmindustrie cultureel cachet te geven.

Maar juist het realisme maakt The Wrestler zo sterk. Regiseur Darren Aronofsky en scenarioschrijver Robert D. Siegel moeten de onderbuik van deze volksport nauwgezet hebben bestudeerd en ze rapporteren erover in een gepast grimmige stijl. Zonder excuses te maken voor deze vaak armzalige wereld, zonder dedain en, wat verleidelijk moet zijn geweest, zonder te vervallen in camp. De wereld die ze portretteren is niet mooi, maar krijgt wel een zekere waardigheid, tegen de klippen op. Aronofsky, die in eerdere films zoals Requiem for a Dream en Pi vaak een stilistische trukendoos opentrok, houdt het in deze film sober.

Ook eerdere films zijn omschreven als Rourkes comeback. Deze keer is het waar, in ieder geval in artistiek opzicht. Of zijn carrière weer opbloeit moet worden afgewacht. Maar dit buitengewoon ontroerende portret, waarin hij zijn ziel blootlegt, is hoe dan ook van een zeldzaam niveau. Rourke is dan de mooiste niet meer, hij is wel echt.