Snel! Regel een EU-top

Tegen de etiquette in katten Europese regeringsleiders nu in het openbaar tegen elkaar.

Achter de schermen proberen de ambtenaren in Brussel de conflicten te sussen.

„Klopt het”, vraagt een diplomaat van een Europees land gegeneerd, „dat Tsjechië een Europese top wil organiseren over de economische crisis?” Ja, zegt de journalist: „Eind februari, in Brussel. Dat heeft de Europese Commissie vanmiddag aangekondigd.” „Oh”, mompelt de diplomaat. „Bedankt.”

Dit dialoogje vond deze week plaats in een ambassade bij de Europese Unie – niet die van Nederland. De bedoeling was dat de diplomaat uitlegde welke onderwerpen de 27 ministers van Financiën gisteren tijdens hun maandelijkse vergadering zouden bespreken. Inhoudelijk weet iemand als hij exact wat speelt: hij ontmoet zijn 26 collega’s dagelijks om ministersvergaderingen voor te bereiden. Maar wat hun hoogste bazen, EU-regeringsleiders, ermee doen om het Europese crisisbeheer electoraal naar hun hand te zetten, kunnen de diplomaten nauwelijks bijhouden. De Europese top die Tsjechische premier Mirek Topolánek aankondigde, is daarvan het zoveelste voorbeeld.

Regeringsleiders zeggen vaak dat techneuten geen Europese besluiten kunnen nemen – ze zijn immers star. Leiders moeten het werk dus op zeker moment overnemen en deals sluiten. Nu, middenin de recessie, lijkt het omgekeerd. Financiële experts ploegen zich door crisisdossiers. Zij proberen lidstaten weg te laten komen met nationale maatregelen, lippendienst bewijzend aan onhaalbaar gebleken EU-afspraken over staatssteun of begrotingstekorten, onderwijl de schade voor buurlanden zoveel mogelijk beperkend. Dan gooien hun leiders roet in het eten.

Topolánek, die het EU-voorzitterschap in januari overnam van de Franse president Nicolas Sarkozy, krijgt constant vervelende opmerkingen van Sarkozy naar zijn hoofd. Tsjechië zou geen leiderschap tonen. Omdat Tsjechië geen euro heeft, kán het niet eens leiderschap tonen. De Europese Commissie is eveneens zwak, aldus de Fransen. Frankrijk wil dat leiderschapsvacuüm opvullen. Vandaar dat Sarkozy vorige week een top van leiders van eurolanden voorstelde. Zonder Tsjechië, dus.

Anoniem katten op EU-voorzitters is okay in Brussel. Maar katten in het openbáár is tegen de etiquette.

Experts van ministeries in hoofdsteden, ambassades in Brussel en de Commissie proberen te bepalen hoe regeringen hulp aan autofabrikanten kunnen geven zonder buitenlandse fabrieken te duperen. Ze pogen afspraken te maken over het opkopen van toxic assets bij banken – iedereen mag doen wat hij wil, zolang eigen banken niet worden bevoordeeld, of buitenlandse benadeeld. Ook lopen er onderhandelingen over een herstelplan van 5 miljard euro dat de Commissie per se wil doorvoeren, maar dat de lidstaten alleen steunen als ze er zelf grote projecten aan overhouden. Dan zijn er de zorgelijke ‘spreads’ tussen rentetarieven op staatsobligaties van eurolanden. Als die toenemen, wat dan?

Daarover wilde Sarkozy een eurotop organiseren. Maar de Franse president had Duitsland wederom niet ingelicht. Bondskanselier Angela Merkel, die even principieel tégen eurotoppen is als Sarkozy ervoor is, protesteerde: dit was een alarmsignaal dat er iets mis is in euroland. Terwijl er (nog?) niets mis is in euroland. Het zou de euro juist verzwakken.

Daags hierna zei Sarkozy dat hij 7,8 miljard euro in de Franse auto-industrie steekt. Op voorwaarde dat fabrikanten geen fabrieken in Frankrijk sluiten. Fabrieken in Oost-Europa, waaronder Tsjechië, mogen wél dicht. Sterker, Sarkozy raadde productie in Tsjechië expliciet af. Topolánek, altijd stoïcijns, sprong ditmaal uit zijn vel. Hij zei dat Frans „protectionisme” de Tsjechische ratificatie van het Verdrag van Lissabon niet bespoedigt, en tot „escalatie van soortgelijke acties” leidt. De Europese Commissie, die maanden als Sarkozy’s schoothondje werd beschouwd, toont zich nu „bezorgd”.

Zaterdag sprak Sarkozy Merkel in München. De verhoudingen waren gespannen, maar ze zouden maandag samen met een plan komen, zei Sarkozy. Wat voor plan, daar hadden veel Brusselse diplomaten op maandagmorgen zelfs nog geen idee van. Zij bogen zich over bad banks en een Europese opstelling voor de G7, komend weekend.

Topolánek wist wél wat voor plan het was: Sarkozy en Merkel wilden hem een brief sturen waarin zij opriepen een top te organiseren voor alle 27 landen. Niet over de euro, maar over de crisis in het algemeen – Sarkozy had, zoals gebruikelijk, Merkel op belangrijke punten haar zin gegeven. Maar het initiatief lag nog bij hem.

Terwijl Parijs en Berlijn gisteren aan komma’s sleutelden, kondigde Topolánek snel een top aan – werkdiner, Brussel, 26 februari wellicht. Vandaag regelt hij de details met Commissie-voorzitter Barroso. Sarkozy was gepasseerd.

Zo zijn er steeds andere leiders aan zet. Veel diplomaten blijven er laconiek onder. „Iedereen zal weer zeggen: Europa ruziet, 27 landen worden het nooit eens”, redeneert één van hen. „Maar kijk naar Amerika. Eén land, en alles gaat even traag! Laat ons rustig doorwerken. Dat is de enige manier.”