Ridder na strijd in vallei tegen Talibaan

In de Afghaanse Baluchivallei leidde Marco Kroon negen dagen lang gevechtsacties tegen de Talibaan. In mei krijgt hij de Militaire Willems-Orde uitgereikt.

Meer dan vijftig jaar werd de Willems-Orde niet uitgereikt. Libanon, Bosnië, Irak: geen van de hierbij betrokken militairen kwam in aanmerking om de Orde te ontvangen. Het Kapittel der Militaire Willems-Orde weegt deze besluiten. Koningin Beatrix is Grootmeester van de Orde.

Kapitein Marco Kroon (38) krijgt hem wél. Gisteren werd bekend dat hij op 29 mei wordt benoemd tot Ridder der Militaire Willems-Orde 4e klasse voor moed, beleid en trouw.

Waar heeft Kroon dit aan te danken? Geen idee, zei hij gisteren tegen journalisten. Hij liet bijna niets los over zijn tijd in Uruzgan.

Tussen maart en augustus 2006 was Kroon commandant van een peloton commando’s. Ze deden mee aan zogeheten special force-operaties. Soms zijn dat geheime operaties. En daar zwijg je over, is het esprit de corps.

Ook Defensie is zuinig met details, behalve dat Kroon de onderscheiding krijgt voor „meerdere bijzondere acties en zijn totale optreden als leider, militair en mens” en dat hij „een groot aantal” keren vocht tegen de Talibaan. Hij heeft een dorp „gezuiverd” van Talibaan door negen dagen lang achtereen gevechtsacties te leiden. Ook heeft hij zijn eenheid vechtend uit een hinderlaag geholpen terwijl de boordschutter van zijn eenheid gewond was. Bij de officiële uitreiking van de Orde worden meer details bekendgemaakt, aldus Defensie in een mededeling.

Over Kroons daden werd vorige maand geschreven in het militairenblad Carré, als onderdeel van een artikel over leiderschap onder extreme omstandigheden. In het artikel komt naar voren hoe Kroon tijdens een operatie in Uruzgan zijn werk deed.

Op een dag in 2006 – wanneer precies is onbekend – moest Kroon met zijn peloton de Baluchivallei in om een Talibaanleider „uit te schakelen”. Circa dertig mannen, bepakt met een veertig kilo zware rugzak. Samen met Australische en Amerikaanse special forces moesten ze de vallei „leegvegen”, lopend door een vallei waar nog maar weinig Nederlandse militairen waren geweest – onbekend terrein vol Talibaan. De actie zou meer dan een week duren.

Het was zeker dat er gevochten zou worden. Daarom wilde Kroon meer munitie meenemen. Hij gaf zijn mannen te verstaan eten uit hun rugzak te halen.

’s Nachts gingen ze de Baluchivallei in. Met nachtkijkers op slopen ze verder. De versterking door pantserwagens werd afgeblazen: het gevaar van bermbommen was te groot.

Ineens zagen Kroon en zijn mannen een groep Talibaanstrijders. Deze kwamen terug van een andere gevechtsactie en liepen in de richting van Kroon en zijn peloton. Die konden geen kant op. De Talibaan waren tot op dertig meter genaderd. Kroon gaf zijn mannen opdracht geluiddempers op de loop van hun geweren te schroeven en gaf het bevel te vuren. Gewonde Talibaan begonnen te schreeuwen. Dat trok andere strijders aan. Het gevecht werd steeds heviger. Munitie raakte op.

Toen besloot Kroon een riskante beslissing te nemen, „eentje die ik mijn hele leven niet meer zal vergeten”, zegt hij in het militairenblad. Hij besloot luchtsteun aan te vragen ‘met eigen troepen nabij’. Een slecht gemikt schot van hetAC-130 gunship (een vliegtuig met aan boord een 105-mm-houwitser) dat op dat moment in de buurt vloog, zou niet alleen de strijders doden, maar ook de eigen troepen. Er zat vijftig meter tussen de inslagen vanuit de luchtsteun en Kroons peloton. Iedereen lag in dekking, Kroon niet. Die moest samen met één collega controleren of de luchtsteun wel op de juiste plek terechtkwam. Later kwamen ook A-10 gevechtsvliegtuigen met snelvuurkanon. Granaatscherven vlogen door de lucht, raakten wél de Talibaan, maar niet de Nederlandse militairen.

De rook trok op. De manschappen kwamen uit hun schuilplaats om de overgebleven Talibaan uit te schakelen. Het peloton trok daarna naar een Afghaans huis met muren van leem om daar de nacht door te brengen. Daar begonnen de Talibaan aan een tegenaanval. Een hevig vuurgevecht, weer geen slachtoffers onder leden van het peloton. Wél onder de Talibaan.

De volgende dag gingen Kroon en zijn collega’s op zoek naar de lijken van de tegenstander om informatie over hun identiteit te verzamelen.

Er dreigde ‘normvervaging’ onder de militairen, aldus Kroon. Hij zag erop toe dat gewonde Talibaan werden verzorgd en gaf het bevel de gedode Talibaan op zijn minst toe te dekken. De „antipathie” na deze nacht noemt Kroon „begrijpelijk”. „Toch zul je als commandant op zulke momenten krachtig moeten optreden.”

Wat er nog meer gebeurd is en op welke gronden Kroon de Militaire-Willemsorde ontvangt, wordt mogelijk pas duidelijk als hij zijn onderscheiding krijgt op 29 mei uit handen van koningin Beatrix.