Orgelgeloei met 'n brulboei

Het is er nog niet, maar ze werken er hard aan: een brulboei-orgel. De drie bedenkers van het orgel zoeken samenwerking met een stichting om hun muzikale waterproject waar te maken.

Hoite Pruiksma dirigeerde werken van Beethoven op een drie eeuwen oude werf in Workum. In 2000 vertolkte hij tijdens het Friese Festival op de Oudegaaster Brekken de opera Orfeo van Gluck, met Jos Thie als regisseur: „Dat was een succes; er kwamen 15.000 mensen op af. Maar ik wilde dat de muziek totaal opging in de natuur, als een onvergetelijke ervaring. En dat was niet gelukt.”

Pruiksma, tevens kerkorganist, woont in een huisje in het Friese dorpje Warns, bij Stavoren. Hij wilde ook het monnikenklooster van het oude Stavoren, dat 500 meter buitengaats op de IJsselmeerbodem ligt, met damwanden droogleggen: „Daar met het publiek naar afdalen voor een voorstelling met vervreemdende, mysterieus klinkende instrumenten rondom, zoals brulboeien.”

Samen met Klaas Toering (coördinator), aquatechnicus Sjoerd Vellinga en harmoniumrestaurateur Louis Huivenaar uit Dieren werkt hij aan een brulboei-orgel.

Toering: „Brulboeien maken geluid en waarschuwen schippers ’s nachts en bij mist. Ze zijn nooit grootschalig ingevoerd. Ze werden ingehaald door radar; bovendien is de zee bij mist vaak vlak, waardoor ze geen geluid voortbrengen. Bij brulboeien loopt een buis middendoor de boei, die van onder open is. Daardoor stuwt het zeewater lucht door de golfslag omhoog en omlaag. Bestaande brulboeien maken geluid doordat een scherpe rand in trilling wordt gebracht. Bij onze brulboeien opent zich bovenin een tong door de druk.”

Huivenaar toont een lang, dun trilplaatje van messing, een essentieel onderdeel in harmoniums en orgels, dat door luchtdruk geopend trillend een geluid voortbrengt. De ‘tong’ is met één korte zijde bevestigd aan een messing raamwerk, net als in een mondharmonica. Huivenaar: „Met twee tongetjes naast elkaar, die in tegengestelde richting worden opengeduwd, kun je luchtverplaatsing door de golfslag in twee richtingen benutten en een vrijwel ononderbroken toon laten klinken.”

Het weersbestendige brulboei-orgel zal vermoedelijk gemaakt worden van polyethyleen en de tongen van fosforbrons of titanium, zodat ze niet oxideren.

We bekijken een video die Hoite en Klaas maakten op het Duitse Helgoland. Er ligt een gigantische, zwart-gele brulboei op de wal en even later varen ze in een bootje vier kilometer buitengaats en brengt de brulboei waar ze omheen varen een klaaglijk, dierlijk geluid voort.

Vervolgens lopen we de achtertuin in. Pruiksma pakt oversized dobbers van grijze pvc-buis en gelig purschuim, onderaan omwikkeld met lood, om deze ‘brulboeien’ gewicht te geven en goed te laten drijven. Als hij ze in een regenton duwt, klinken fluitachtige klanken op.

Even later rijden we enkele kilometers, naar het haventje Laaxum, ooit kleinste zeehaven van Europa. Er liggen twee bootjes in een waterkom, door een grasbegroeid piertje afgeschermd van het weidse water. Aan het uiteinde van een korte basaltstrekdam drijven twee kleine brulboeien in het IJsselmeer. Hoite demonstreert het zware, nasale geluid dat een groter exemplaar voortbrengt als hij de onderkant het water insteekt en de golven de lucht in de buis opstuwen. Toering: „We gaan waarschijnlijk samenwerken met het Cartesius Instituut, dat vanuit technische universiteiten duurzame innovaties stimuleert en een stichting of andere rechtsvorm oprichten, zodat we subsidies kunnen krijgen. De provincie zit ons achter de vodden, die wil dat we het orgel bouwen.”

Pruiksma toont een artist impression: „We willen zeven brulboeien op eilandjes realiseren, die voortdurend klanken voortbrengen, maar ook tijdens voorstellingen bespeeld kunnen worden, doordat dansers ze in beweging brengen, net als een loopbrug en een groter eiland, opgebouwd uit beweegbare drijfelementen en een orgel, waarop ik melodieën kan spelen.”

Deze ‘klanken-archipel’ moet versleept kunnen worden. Hoite: „Het vormt een permanente toeristenattractie voor Friesland, waarmee ook voorstellingen kunnen worden gegeven, zoals tijdens Oerol.”

Lex Veldhoen