Onder deskundigen

‘Oud worden, daar kun je niet jong genoeg mee beginnen.”

Het waren woorden die vlak naast mij gezegd werden, en opeens besefte ik ten volle waar ik aan begonnen was. Om de uitnodiging te citeren: „Een rondetafelgesprek over ouder zijn, nu en later, wat zijn de behoeften van kwetsbare ouderen en hoe kunnen verpleeghuizen, woningbouwcorporaties en de overheid hierin voorzien?” Toe maar.

We zaten met een kleine groep belangstellenden in de bioscoopzaal van Kriterion in Amsterdam. Ik ga zelden in fora zitten, daar zijn de deskundigen voor, maar het doel was te goed geweest om te kunnen weigeren: de presentatie van het fraaie fotoboek Het is later, waarin Thomas Manneke het leven van een aantal bewoners van verpleeghuis Het Zonnehuis in Amstelveen heeft vastgelegd.

Eigenlijk zou je na het lezen van dat boek – er staat ook een aantal bijdragen van Nederlandse schrijvers in – er een poosje het zwijgen toe moeten doen, maar het leven gaat verder (tot het ophoudt) en zo’n boek bereikt niemand als er niets voor gedaan wordt.

Zodoende zat ik als enige niet-deskundige tussen de deskundigen achter een tafel op een podium. Dat voelt vreemd. Enerzijds ben je geneigd je er buiten te houden, omdat je er immers toch geen verstand van hebt, anderzijds valt je juist in zo’n situatie op dat deskundigen vaak in abstracties praten. Verstandige abstracties soms, nuttige relativeringen hier en daar, aansporingen om je op de ouderdom voor te bereiden (zie het begincitaat), maar ik wilde vooral weten: wat staat de hulpbehoevende oudere nu precies te wachten als hij zich in de jungle van de zorg begeeft?

Toevallig had ik er een paar dagen eerder met een groepje zestigers over gesproken. Dan merk je hoeveel onzekerheid er onder hen heerst. In ‘de zorg’ heeft men, al dan niet terecht, weinig vertrouwen. De thuiszorg heeft een slechte reputatie en verzorgings- en verpleeghuizen worden niet als een aantrekkelijk alternatief beschouwd, omdat ook daar de zorg vaak te wensen zou overlaten.

Dát is het beeld van de zorg bij de generatie die er over tien jaar, of ze wil of niet, gebruik van zal moeten maken. Vanuit dit pessimisme ontstaan plannen om in vredesnaam dan maar gezamenlijk iets te ondernemen, bijvoorbeeld de aankoop van een groot pand waarin je met een aantal bekenden je laatste jaren doorbrengt.

De zorgwereld reageert, zoals alle werelden, defensief op kritiek. Ik kreeg het ook gisteren onmiddellijk te horen: het is ‘de journalistiek’ die de ouderenzorg stigmatiseert. Daarop begon een man in de zaal, als vrijwilliger werkzaam in een verzorgingshuis, een boze uiteenzetting over de misstanden in dat huis. „Jullie moeten er gewoon eens een paar jaar gaan werken.” Het was alsof ik hem hiertoe had ingehuurd. Die man zal misschien wel gegeneraliseerd hebben, maar alle kritiek afdoen als journalistieke sensatiezucht is niet de manier om de vertrouwenskloof tussen publiek en ‘zorg’ te dichten.

Aan het einde van de middag mochten we nog de mooie film En sindsdien zitten we hier… zien van Jessica van Tijn en Pamela Sturhoofd over joodse bejaarden in het verpleeghuis Beth Shalom. Ze vertelden met indrukwekkende vitaliteit over hun zware leven. En, ‘de journalistiek’ moet het deemoedig toegeven, ze werden zo te zien liefdevol verzorgd.

Van Frits Abrahams verscheen deze week een bundel met dierencolumns: Katten & ander gespuis. Uitg.: Prometheus/NRC Handelsblad, 14,95 euro.