Om gek van te worden

De roofvissen zijn het slimst, denkt visbiologe Victoria Braithwaite.

En dat vissen flink pijn kunnen voelen is nu ook wel duidelijk.

Wie vormen de intelligentsia onder de vissen? In gedachten neemt prof. dr. Victoria Braithwaite een bestand van ruim 35.000 soorten door. „Roofvissen. Een snoek heeft indrukwekkender mentale capaciteiten dan een voorntje.”

Braithwaite is hoogleraar aan Penn State University in Pennsylvania en onderzoekt ‘cognitie en emoties bij vissen’. „Veel mensen denken dat je dan heel snel uitgepraat bent.” Ze was in Nederland om te spreken op de workshop ‘vissen’, vorige week, op een groot congres over laboratoriumdieren van de Universiteit Utrecht.

Maar er zijn meer intelligente vissen. Braithwaite: „Neem een vrij gewoon visje, de Rock Goby (paganelgrondel). Die leeft aan rotskusten die bij eb grotendeels droogvallen. Bij vloed zwemt hij actief rond en maakt een inschatting van dieptes – waar de poeltjes overblijven bij eb. Als je hem dan later in zo’n poeltje lastig valt als landroofdier, spring hij blindelings naar het volgende poeltje – en zo verder, tot wel vijf keer, tot hij de open zee bereikt.”

De vis is zo stom nog niet. Bijna eigenhandig heeft Braithwaite een ommekeer in het denken over de mentale capaciteiten van de vis bewerkstelligd. „Het meest bevredigende vind ik dat onderzoek naar cognitie. Maar het belangrijkst is onderzoek naar de vraag of vissen pijn kunnen voelen en lijden. De eerste, veelbesproken publicaties verschenen zo’n zes jaar terug. Er was nog niet gekeken of vissen pijnreceptoren hadden. Daar zaten we, in de 21ste eeuw – niemand had daar aan gedacht.”

En hébben vissen pijnreceptoren? Ja, plaatselijk in indrukwekkend hoge concentraties. Is er terugkoppeling naar de hersenen? Ja. Wordt pijn geregistreerd, met gevolg voor gedrag? Ja. Zelfs op de langere duur. Ook voor vissen is pijn een enorme stressfactor.

Braithwaite: „Ik ben nogal gefrustreerd geraakt door mensen die ingaan tegen wat we melden met als argument dat de hersenstructuren niet dezelfde zijn als bij ons. Nee, inderdaad, het hoeft ook niet dezelfde ervaring te zijn. Je kunt ook beargumenteren dat een simpeler brein het moeilijker heeft met pijn. Complexere systemen, zoals wij, kunnen rationaliseren wat er aan de hand is. Bij de tandarts ondergaan we iets pijnlijks om er beter van te worden. Weloverwogen. Maar stel je een kind voor, of een dier, met minder mentale controle. In die situatie kan lijden veel erger zijn. Intenser.”

De recente herwaardering voor de vis, die verrassend veel gemeen bleek te hebben met andere gewervelden, leidt tot een stijgende populariteit – als diermodel. Braithwaithe: „We proberen bij proefdiergebruik allemaal de drie V’s toe te passen: vermindering, verfijning en vervanging. Gebruik geen diersoort als je met een eenvoudiger levensvorm dezelfde resultaten kunt halen. Dus ja, ik ben voor het gebruik van vissen in plaats van bijvoorbeeld ratten of muizen. Onder de gewervelde dieren zijn vissen de simpeler systemen. Tegelijkertijd zeg ik: naast die relatieve simpelheid kennen die dieren ook een complexe cognitie, verfijnd gevoelsvermogen en – waarschijnlijk – bewustzijn. Blijf dus kritisch. En: omdat we weinig van vissen weten, zie je dat we er meteen maar véél gebruiken – daar ligt een nieuw probleem.”

Victoria Braithwaite gaat zich ook bezighouden met het andere uiteinde van het emotionele spectrum. Kennen vissen genoegens? Hebben ze plezier? „Ik zat laatst te denken: we hebben het altijd maar over pijn en de negatieve emoties. Het lijkt me voor alle partijen boeiend om nu ook eens die positieve emoties te bekijken. Nee, er is niet veel over bekend – mogelijk wat spelgedrag. Maar juist die kant van vissen zou mensen kunnen aanspreken.”