Nijmegen gaat leerlingen beter spreiden

Nijmegen gaat kansarme en kansrijke leerlingen beter spreiden over basisscholen. De gemeente en de schoolbesturen streven naar een mix van 70 procent kansrijke en 30 procent kansarme leerlingen per school.

Vanaf 1 april moeten kinderen die 2 jaar en negen maanden zijn via een centraal meldpunt worden ingeschreven. Ouders kunnen hun kinderen voor minimaal drie en maximaal zes basisscholen aanmelden. Mochten er meer aanmeldingen dan plaatsen zijn op een school, dan wordt aan de hand van een aantal criteria bepaald of een kind er terecht kan. Gekeken wordt of er al broertjes of zusjes op de school zitten, of het kind in de buurt woont, en hoeveel kansarme en kansrijke kinderen er al op zitten. De bedoeling is dat zo een betere balans ontstaat tussen het aantal kansarme en kansrijke leerlingen op de basisscholen.

Nijmegen is daarmee de eerste gemeente die dwingend gaat optreden bij de schoolkeuze voor kansarme en kwetsbare kinderen. Eind januari adviseerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) de overheid om leerlingen beter te spreiden. De WRR stelde toen voor scholen met veel kansrijke leerlingen te dwingen ook kwetsbare leerlingen op te nemen. In Nijmegen steunen de schoolbesturen vrijwillig dit beleid.

Wethouder Hannie Kunst (PvdA, Onderwijs) vindt niet dat de gemeente de vrije schoolkeuze met deze toelatingscriteria geweld aan doet. „Ouders worden niet verplicht hun kind naar een bepaalde school te sturen, maar ze hebben niet langer vanzelfsprekend recht op plaatsing op de school van hun voorkeur. Het komt nu voor dat kinderen graag in hun buurt naar school willen, maar er niet naartoe kunnen omdat andere ouders hun voor zijn geweest. Zij hebben hun kinderen soms direct na hun geboorte al aangemeld.” Ouders die het niet eens zijn met de keuze, kunnen zich wenden tot een bezwarencommissie.

Rini Braat, algemeen directeur van de Sint Josephscholen in Nijmegen, zegt blij te zijn met het centrale aanmeldpunt. „We hebben hier een groot aantal jaren aan gewerkt. We zien dat veertig procent van de kinderen niet naar een school gaat in de eigen wijk. Maatschappelijk gezien is dat ongewenst. Witte scholen worden witter, zwarte scholen zwarter. De kloof tussen kansrijke en kansarme leerlingen in Nijmegen groeit. Op deze manier kunnen we daar iets aan doen.”