Natuurlijke selectie

Zelfs de meest briljante wetenschappers hebben soms moeite met het samenhangend opschrijven van hun ideeën. Charles Darwin (1809-1882) had er ook last van: „Er schijnt een soort voorbeschiktheid in mijn geest te zijn die me ertoe brengt eerst mijn bewering en vraagstelling in een verkeerde of onpraktische vorm te gieten,” schreef hij in zijn autobiografie. Bovendien streefde hij naar volledigheid. Met andere woorden: de publicatie van zijn doorwrochte boekwerken was een hele bevalling.

De basiselementen van zijn beroemde theorie over natuurlijke selectie ontdekte Darwin al in 1835, tijdens zijn wereldreis met zeilschip HMS Beagle. In de Galapagos-archipel merkte hij op dat de eigenschappen van vinken op elk afzonderlijk eilandje kleine verschillen vertoonden. Voor Darwin was dat een aanwijzing dat diersoorten geleidelijk uit andere soorten moesten zijn voortgekomen. Hij verzamelde vervolgens eindeloos materiaal voor een dik boek. Het schrijven verliep moeizaam; drieëntwintig jaar na zijn wereldreis was hij nog niet op de helft.

En toen, op 3 juni 1858, lag er opeens een brief van bioloog Alfred Russell Wallace (veertien jaar jonger dan Darwin, maar met een even lange baard) op de deurmat. Deze Wallace had in Maleisië nagenoeg dezelfde theorie als Darwin ontwikkeld en vroeg aan zijn collega-wetenschapper of die er wat in zag. Bijgevoegd was een in prachtige bewoordingen opgesteld essay, dat las als een soort samenvatting van Darwins nog lang niet voltooide publicatie. Darwin schrok, en niet zo’n beetje ook. Hij besefte dat er iets moest gebeuren, anders zou Wallace met de primeur aan de haal gaan. Het gevolg: slechts een jaar na ontvangst van de brief publiceerde Darwin het revolutionaire On the Origin of Species – een vrij beknopt maar scherpzinnig overzicht van het materiaal dat hij gedurende twintig jaar had verzameld. Het zou zijn beroemdste werk worden.

Morgen is het 200 jaar geleden dat Charles Darwin werd geboren. Hij is één van de grootste wetenschappers aller tijden. Zelfs Andries Knevel omarmt inmiddels zijn evolutietheorie. En Alfred Wallace? Die werd in de negentiende eeuw weliswaar een gerespecteerd wetenschapper, maar is tegenwoordig in de vergetelheid geraakt. Kwestie van natuurlijke selectie.

Historicus Jaap Cohen onderzoekt het heden aan de hand van het verleden.