Murray gebruikt zijn nieuwe status om zich te beklagen

De Schotse tennisser Andy Murray beleefde vorig jaar zijn doorbraak naar de wereldtop. In Rotterdam plaatste hij zich gisteren ten koste van Ivan Ljubicic voor de tweede ronde.

Andy Murray bereikte gisteren voor het eerst in zijn loopbaan de tweede ronde van het World Tennis Tournament in Rotterdam, maar de Schotse tennisser heeft sportpaleis Ahoy nog niet helemaal in zijn hart gesloten. „De baan is opgebouwd uit houten panelen waarop de bal soms dood valt of juist weer hoog op stuit. Verder is de kleurschakering dusdanig dat de ballen moeilijk te zien zijn. Ik ben blij dat ik gewonnen heb”, stelde de nummer vier van de wereld na zijn eenvoudige zege in de eerste ronde tegen Ivan Ljubicic (6-3 en 6-2). In de tweede ronde treft hij morgen de Italiaan Andreas Seppi.

Murray behoorde vorig jaar nog tot een groepje tennissers dat de baan in Ahoy juist te traag vond en de ballen te zwaar. Hij werd bij zijn debuut in 2008 teleurstellend in de eerste ronde uitgeschakeld door de Nederlander Robin Haase. Toernooidirecteur Richard Krajicek had een luisterend oor voor de klachten van de profs en koos dit jaar mede op advies van Rafael Nadal voor de snelle zogenoemde ‘US Open-ballen’. Het was Murray niet ontgaan: „In vergelijking met vorig jaar zijn omstandigheden hier nu heel anders. We spelen nu met veel snellere ballen en de baan is sneller.”

In vergelijking met een jaar geleden mogen de ondergrond en de ballen van het World Tennis Tournament misschien veranderd zijn, maar Murray zelf onderging nog de grootste metamorfose. In 2008 verliet de beste Britse tennisser het toernooi van Rotterdam nog schouderophalend met de tekst: „Of dit verlies slecht is voor mijn ranking? Nee, ik speel dit jaar nog een stuk of vier, vijf van dit soort toernooitjes.”

Murray beleefde in 2008 met vijf toernooizeges en een plaats in de finale van de US Open zijn grote doorbraak naar de wereldtop. De slungelachtige Schotse jongen veranderde onder leiding van zijn coach Miles Maclagan in een sterke jonge man met groot geloof in eigen kunnen. Murray liet in de afgelopen maanden in onderlinge wedstrijden met Nadal, Federer en Djokovic zien dat hij nu tot de beste tennissers van de wereld behoort.

Murray begon dit jaar als één van de grote favorieten aan het toernooi van Rotterdam waar hij achter Nadal als tweede is geplaatst. Maandag sloeg Murray zich samen met zijn dubbelpartner James Auckland warm tegen het Oostenrijks/Israëlische koppel Julian Knowle en Andy Ram. Na afloop van zijn verloren dubbelpartij gebruikte Murray zijn status als topspeler om zich nogmaals te beklagen over de aangescherpte dopingregels.

„Ik heb hier mijn derde controle in zestien of zeventien dagen moeten ondergaan”, stelde hij vast. „En daarnaast hebben we ook nog het systeem van de whereabouts. Ik snap dat we dat zelfs tijdens een toernooi moeten aangeven, waar we toch al getest worden. Dat kan anders. We zijn wel gewoon mensen.”

Op dag twee van het ABN Amro World Tennis Tournament zette Murray zijn irritaties van zich af en begon hij met zelfvertrouwen aan de partij tegen Ljubicic. Na een gelijkopgaande beginfase nam hij langzaam maar zeker afstand van de tweevoudig finalist van Ahoy. Bij vlagen liet Murray de volle tribunes genieten van zijn fraaie techniek. Nadat hij in de achtste game van de partij de opslag van zijn Kroatische tegenstander had gebroken liep hij over hem heen. De Schot had aan een uur en dertien minuten genoeg om de tweede ronde te bereiken.

Na afloop stelde de speaker Murray de vraag wie hem moet stoppen in zijn aanval op de wereldtoppers Rafael Nadal, Roger Federer en Novak Djokovic. „Fernando Verdasco heeft dat al gedaan”, zei de 21-jarige Schotse tennisser nuchter refererend aan zijn verloren partij in de vierde ronde van de Australian Open. Tot dusver de enige nederlaag van Murray in het jaar 2009, dat hij met zijn toernooiwinst in Doha zo overtuigend was begonnen dat bookmakers in hem de favoriet zagen voor de eindzege in Melbourne.

Murray wist de beste drie tennissers stuk voor stuk twee keer op rij te verslaan, maar aan de nummer één positie van de wereldranglijst denkt hij nog niet. „Eerst maar eens een grandslamtoernooi winnen. Dat is voorlopig mijn grote doel. En dat is al moeilijk genoeg”, sprak Murray in Rotterdam.