Hof Karlsruhe beslist over lot van EU-verdrag

Het constitutionele hof in Karlsruhe buigt zich over de vraag of het nieuwe EU-verdrag verenigbaar is met de Duitse grondwet. Zijn oordeel is beslissend voor de toekomst van de EU.

Politici duimen voor hun gelijk. De zaak is explosief, de inzet hoog. Niets minder dan de Duitse grondwet en het gezag van de Bondsrepubliek in Europa staan ter discussie.

Dat is kort samengevat de essentie van een juridische strijd die vandaag en gisteren in Karlsruhe diende, voor het Bundesverfassungsgericht, het hoogste constitutionele hof van de Bondsrepubliek.

Het hof moet de klacht behandelen van een aantal Duitse politici die tegen het nieuwe EU-verdrag zijn, het Verdrag van Lissabon. Onder de klagers zijn de linkse politieke partij Die Linke, het conservatief-christelijke Bondsdaglid Peter Gauweiler (CSU), voorzitter Klaus Buchner van een kleine Duitse milieupartij en graaf Franz Ludwig von Stauffenberg, oud-Europarlementariër en zoon van de beroemde Duitse verzetsheld Claus von Stauffenberg.

Met hun gang naar de rechter willen zij voorkomen dat het nieuwe EU-verdrag wordt geratificeerd. Het regelt de verdeling van de bevoegdheden en de werking van de EU. De ‘dwarsliggers’ zijn van mening dat Duitsland door het nieuwe verdrag te veel bevoegdheden aan Europa afstaat. En dat zou strijdig zijn met de Duitse grondwet.

De hoogste democratische instituties van Duitsland, de Bondsdag en de Bondsraad, gingen vorig jaar akkoord met het nieuwe EU-verdrag. Maar de Duitse president Horst Köhler wil er pas zijn fiat aan geven na een uitspraak van Karlsruhe, waarschijnlijk in mei.

Als de rechters in Karlsruhe de klagers gelijk geven, is dat een grote tegenslag voor het nieuwe EU-verdrag. Het zou volgend jaar in werking moeten treden. Maar dat kan alleen als alle 27 lidstaten het hebben goedgekeurd. Met een Duitse juridische afwijzing is daarvan geen sprake. De vicepresident van het hof, Andreas Vosskuhle, zei gisteren dat het in deze zaak alleen gaat om de verenigbaarheid van het Verdrag van Lissabon met de Duitse grondwet. „Het is niet zo dat hier de Europese gedachte ter discussie staat.”

Behalve Duitsland is het nieuwe EU-verdrag ook (nog) niet goedgekeurd door Ierland, Polen en Tsjechië. Ierland houdt er komend najaar een tweede referendum over. In Polen en Tsjechië wacht ratificatie op de handtekeningen van de presidenten Kaczynski en Klaus. Bij een Duitse afwijzing hoeven zij niet meer in actie te komen.

De kernvragen in de Duitse zaak zijn: wordt de Duitse grondwet door het nieuwe EU-verdrag aan Brussel „uitverkocht”, zoals Peter Gauweiler stelt. Of is ratificatie een onvermijdelijk gevolg van de Europese integratie – waarvan Duitsland als haast geen ander land in Europa voorstander is.

Gauweiler en zijn medeklagers vinden dat het nieuwe verdrag strijdig is met hun democratische principes. Voor hen staat niets minder dan de Duitse soevereiniteit op het spel door „de ongrondwettige maatregelen” die in werking zouden treden als het EU-verdrag eenmaal is geratificeerd.

Die opvatting werd gisteren op de eerste zittingsdag weersproken door de Duitse ministers van Buitenlandse en van Binnenlandse Zaken, Frank-Walter Steinmeier en Wolfgang Schäuble. „Het Verdrag van Lissabon versterkt de democratische principes van de Europese Unie”, zei Steinmeier. Hij meent dat de Unie met 27 lidstaten niet efficiënt kan worden bestuurd als dat met regels gebeurt uit een tijd dat de EU veel kleiner was. Hij noemde onder andere grensoverschrijdende problemen als terrorisme, klimaatverandering en energieveiligheid. En Schäuble zei: „Het EU-verdrag doet geen afbreuk aan onze soevereiniteit. De lidstaten blijven de baas van het verdrag”.

De advocaten van Gauweiler en Stauffenberg brachten daar het „ondemocratische gehalte” van de EU tegenin. Het verdrag is een „onleesbaar monstrum”; de Europese Commissie is „een hydra” en het Europees Parlement is nog „ver verwijderd van een democratisch gekozen instituut”.

Wat gisteren in Karlsruhe vooral opviel waren de uiterst kritische vragen van ten minste vier van de acht rechters aan de ministers Steinmeier en Schäuble. Hetgeen een aanwezige jurist tot de verzuchting bracht dat deze zaak „nog geen gelopen race” is.