Het recht van spreken

Het Verenigd Koninkrijk wil niemand tot het eigen grondgebied toelaten die „de harmonie in de gemeenschap en derhalve de openbare veiligheid” bedreigt. Met dit argument is gisteren de parlementariër Geert Wilders (PVV) de toegang tot het land geweigerd. Er is zo een te hoge drempel opgeworpen tegen het vrije verkeer van personen en de vrijheid van meningsuiting. Behalve dat het recht van zowel de Europese Unie als de Raad van Europa hiermee geschonden lijkt, is ook schade toegebracht aan het politieke concept van een vrije Europese ruimte.

Het streven naar vrijheid maakt vaak tegelijk ook de gevangenis zichtbaar. Dat is nu gebeurd. Dat het verbod een parlementariër treft, maakt de beslissing behalve symbolisch ook politiek. Het gaat de Britten om een welomschreven gedachtengoed dat in Nederland democratisch is gelegitimeerd. Aan Voltaire wordt toegeschreven dat vrijheid van meningsuiting de verdediging van de ander omvat om dat te beweren waarmee hij het oneens is. Dat geldt zeker Wilders, die veel aanleiding biedt om hem tegen te spreken. Maar zijn vrijheid om dat te mógen zeggen, behoort groter te zijn. Evenals de plicht om dat recht te verdedigen. Het gaat bovendien om politieke vrijheid, zonder welke andere vrijheden haast ondenkbaar zijn.

Overigens schiet Wilders als politicus zelf tekort als het gaat om de verdediging van die vrijheid. Op 25 januari drong hij er in Kamervragen op aan om religieuze leiders van ‘radicale moskeeën’ de Nederlandse nationaliteit te ontnemen en het land uit te zetten. Beperking van de toegang tot Europa en Nederland van al diegenen tegen wie hij bezwaren heeft, staat in zijn programma centraal. Het Britse grenscriterium ‘harmonie in de gemeenschap’ moet hem dan ook niet vreemd voorkomen. Het ligt echter mijlenver af van het grondrecht om overal in Europa meningen te mogen uiten die kunnen ‘schokken, kwetsen en verontrusten’.

Nog op 3 februari bevestigde het Europese hof voor de rechten van de mens het recht van de Nederlandse abortusactivisten ‘Women on waves’ om in Portugal met een boot aan te meren. Dat de Portugese autoriteiten een oorlogsschip inzetten, was disproportioneel. De vrouwen waren niets illegaals van plan – Portugal had minder verregaande middelen ter beschikking om eventuele ordeverstoringen op te lossen. Dat geldt te meer voor Wilders die op uitnodiging van nota bene het Britse Hogerhuis zijn film Fitna daar wilde vertonen. Zou de veiligheid van het Verenigd Koninkrijk worden bedreigd door datgene wat een buitenstaander in een van de oudste parlementen komt beweren? En wel door een opruiend bedoelde film die via internet al tijden beschikbaar is.

Vroeger vonden extremisten en radicalen uit de hele wereld in Londen onderdak. Russen, Tsjetsjenen, Algerijnen, maar ook radicale moslimgroeperingen mochten zich er vestigen. Karl Marx vluchtte ernaartoe vanuit Parijs. Wilders neemt een retourtje. Ook bij een verscherpt toegangsbeleid moet dat kunnen.