Herten Terschelling dood voor toerist komt

De acht overgebleven edelherten op Terschelling moeten zijn afgeschoten voor dit weekeinde de eerste toeristen komen. „Dan begint de voorjaarsvakantie en kan op geen enkele wijze nog worden gejaagd”, aldus minister Donner (Sociale Zaken, CDA) gisteren tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer, waar hij minister Verburg (Landbouw, CDA) verving.

Terschelling kampt sinds november met een hertenkwestie. Tien dieren werden door een aantal Terschellingers bij wijze van grap op het eiland neergezet. „Ze komen bij een fokker vandaan en waren eigenlijk bedoeld voor de kersttafel”, aldus Donner.

Verdoven met pijltjes was tot nu toe weinig succesvol. Donner: „Op 28 januari is een bok verdoofd. Daarna zijn er geen resultaten meer geweest. De helft van de groep bleek onvindbaar. En je kan moeilijk wachten tot ze naar je toe komen.” Volgens Donner moet je voor verdoven de herten tot op veertig meter naderen.

Daarom besloot minister Verburg afgelopen weekeinde dat vijf jagers mogen proberen de overige herten af te schieten. Maandag werd het eerste dier gedood. Donner schetste gisteren in antwoord op vragen van Kamerlid Thieme (Partij voor de Dieren) waarom Verburg geen andere keus had: „Na het einde van de vakantie begint het broedseizoen, waarin niet kan worden geschoten. Daarna gaan de hindes werpen, voor zover ze drachtig zijn, waarna gedurende de zoogperiode ook niet gejaagd kan worden. Kortom, dan zitten wij bijna in het najaar. ”

Thieme sprak desondanks over „onzorgvuldig beleid”. Ze kreeg steun van Kamerlid Dion Graus (PVV), die zei dat herten verdoven van een grotere afstand dan veertig meter ook mogelijk is. „Als je maar uit de wind gaat staan.” De Partij voor de Dieren was van plan om vandaag een krans te gaan leggen, ter nagedachtenis aan de maandag doodgeschoten bok.

GroenLinks betitelde de jacht op wilde dieren als „CDA-hobby nummer één”. En Rita Verdonk vroeg hoe nuttig Donner het zelf eigenlijk vond, die vragen over de herten. Heel nuttig, antwoordde Donner: „Als minister heb ik geen nuttiger besteding van mijn tijd dan de Kamer uitleg te geven.”