Geslaagde slapstick in luie Pink Panther

The Pink Panther 2. Regie: Harald Zwart. Met: Steve Martin, Andy Garcia, Alfred Molina, John Cleese. In: 41 bioscopen. ***

Het tweede deel van de in 2006 hernieuwde Pink Panther-reeks ademt nostalgie. Het begint al met het recyclen van de bekende titelmuziek van Henry Mancini en de roze panter zelf die – zoals gebruikelijk – de rode draad vormt in de openingscredits.

The Pink Panther 2, met opnieuw Steve Martin als inspecteur Clouseau, is überhaupt schaamteloos in het recyclen van oud materiaal. Waar Clouseau in de klassieke Pink Panther-films uit de jaren zestig een robbertje kungfu vocht met Cato en daarbij het hele huis afbrak, daar doet hij dat hier met de twee kinderen van zijn assistent Ponton (Jean Reno). Ook de naamgever van de serie, de diamant Pink Panther, duikt weer op. Deze wordt gestolen door ‘The Tornado’, die eerder de lijkwade van Turijn, het Japanse keizerlijke zwaard en de Magna Carta ontvreemdde. Om hem te pakken wordt een dreamteam samengesteld, met Clouseau aan het hoofd en verder een ijdele Italiaan (Andy Garcia), een Japanse whizzkid, een Sherlock Holmes-type (Alfred Molina) en een Indiase schone (Aishwarya Rai Bachchan).

Tijdens het onderzoek botsen alle ego’s en probeert iedereen elkaar vliegen af te vangen. Alles wordt nog eens extra gecompliceerd als de Italiaan zich ontpopt als latin lover en probeert de assistente van Clouseau te versieren, wat blinde jaloezie bij de immer stuntelige inspecteur veroorzaakt.

Hoewel The Pink Panther 2 een luie film is, blijft er veel te glimlachen. Je weet wat je krijgt: slapstick, slapstick en nog meer slapstick, met als toefje slagroom het onnavolgbare Franse accent van Steve Martin. Aan diens personage is gelukkig ook weinig veranderd, hij blijft een groot kind dat ondanks alle gestuntel toch de misdaad oplost, tot diepe teleurstelling van chef Dreyfus (John Cleese) – ook hier niks nieuws.