Geest in de fles

Is Nederland al prooi van de crisis zoals op dit moment Amerika? Nee. Er zijn wel massaontslagen, het aantal faillissementen loopt op, maar de crisis heeft de straat nog niet bereikt. Er is hier iets anders aan de gang: de paniek sluipt naderbij.

Het dagelijks nieuws brengt op een of andere manier de boodschap dat ook wij ons moeten voorbereiden op het onontkoombare, zonder dat we ons er overigens een voorstelling van kunnen maken wat dit precies is. Een paar maanden geleden verkeerden we nog in de illusie dat de Nederlandse economie wel schade zou oplopen, maar sterk genoeg zou zijn om de storm te doorstaan. Dat is tegengevallen. Afgelopen weekeinde heeft Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de Sociaal Economische Raad, gezegd dat het kabinet te traag reageert op de recessie. Verstrekkende maatregelen zijn in voorbereiding, vakbonden en werkgeversorganisaties willen aan de slag, maar voorstellen laten op zich wachten. Kostbare tijd gaat verloren, zei Rinnooy Kan.

„Hoe hou je de geest in de fles?”, vraagt de Tilburgse hoogleraar economie Lans Bovenberg zich af. In deze krant van 10 februari, geciteerd door Maarten Schinkel, verklaart hij dat het grote gevaar van deze crisis hierin bestaat dat „werknemers cynisch en apathisch worden omdat ze zich een speelbal voelen van de internationale conjunctuur. Ze gaan geloven dat ze door de samenleving in de steek worden gelaten. Dit biedt ruimte voor rattenvangers die mensen, culturen en landen tegen elkaar opzetten. Het politieke draagvlak voor een internationaal georiënteerde economie en een samenleving (...) dreigt razendsnel te verdwijnen”. De crisis bevordert het protectionisme in de wereld van verkeerd begrepen eigenbelang.

Iedere economische toestand zoekt en vindt op den duur zijn eigen politieke vorm. Tegen het einde van de vorige eeuw, toen menig expert rotsvast geloofde in de Nieuwe Economie, de nooit ophoudende economische groei en de onstuitbaar stijgende welvaart, voelden in het Westen steeds minder mensen zich bij de politiek betrokken. Ze hadden als collectief geen probleem meer. Ze veranderden in geïndividualiseerde burgers die zelf het beste wisten hoe ze zonder inmenging van buiten zo rijk en gelukkig mogelijk konden worden. Had een politiek bestel dat niet ontdekt, dan kon het ervan lusten. Zo ongeveer is bij ons de ‘Fortuyn-revolutie’ ontstaan, een schijnomwenteling, mogelijk gemaakt door onder andere de combinatie van een toen volop florerende economie en een achtergebleven politiek.

De verhoudingen zijn veranderd. De economie gaat richting een diepe crisis en het politieke bestel is er de afgelopen tien jaar niet in geslaagd een antwoord te vinden op het nieuwe denken van de burger. En nu dreigt deze nieuwe burger te worden teruggeworpen in werkloosheid, afhankelijkheid. Een situatie die hij voorgoed achterhaald achtte. In het oude politieke bestel gelooft hij niet meer.

Dat was al het geval voor in de verste verte aan een crisis werd gedacht. Sociale en organisatorische ongemakken hielden hem bezig. De half mislukte integratie, criminaliteit in uiteenlopende vormen, stagnerende organisaties door een teveel aan ‘regeltjes’, en ook toen al overmatige bonussen aan mensen die niet zelden veel minder hadden gedaan dan waarvoor ze waren aangenomen. De geïndividualiseerde burger moest een grote hoeveelheid misstanden verdragen waarvoor hij nota bene niet verantwoordelijk was. Maar het bleef draaglijk zolang zijn welstand en bestaanszekerheid er niet door werden aangetast.

Door de crisis blijkt dit allemaal anders te worden. De westelijke mens heeft al de overtuiging dat hij belaagd wordt door een zee van plagen. Files, regeltjes, moslims, bureaucratie, plaatselijke ordeproblemen en verre oorlogen waarin hij betrokken is geraakt. Het is allemaal buiten zijn schuld ontstaan, hij kan het zelf niet oplossen en de zittende machthebbers kunnen het evenmin. En dan, bij alle ellende die hij moet verduren, dreigt het lot hem zijn welvaart af te nemen. Geen wonder dat er een massale behoefte ontstaat aan een verlosser.

In Amerika hebben Obama en zijn raadgevers dat goed begrepen. Met één toverwoord zijn ze hun opmars begonnen. CHANGE! In het begin van de campagne bedoelde hij in de eerste plaats de buitenlandse politiek, vooral Irak. Naarmate de crisis verder om zich heen greep, kwam de nadruk meer te liggen op de economische kanten van zijn programma. Wij zullen miljoenen banen scheppen, beloofde hij. De belofte heeft gewerkt. Dat kwam niet alleen door zijn oratorisch talent. Hij wordt omringd door een team van vakmensen. Of dit voldoende zal zijn om de economie nieuw leven in te blazen, moet nog worden bewezen. In ieder geval heeft zijn geloofwaardigheid diepgang.

In Nederland hebben zich de afgelopen tien jaar ook politici met de ambitie van een verlosser aangediend. Fortuyn, mevrouw Verdonk, Geert Wilders. De laatste heeft nu de conjunctuur mee. Hij hamert op de moslims die hij een dodelijk gevaar voor het vaderland acht, en de vrijheid van meningsuiting die volgens hem gesmoord dreigt te worden. Hij heeft een talent om de publieke opinie te mobiliseren. Maar door voortdurend schijnschandalen te veroorzaken, bevorder je het oplaaien van ouderwetse godsdiensttwisten. Daarmee is nog nooit de werkgelegenheid bevorderd.

Reageren kan op nrc.nl/hofland