Eindeloos overleg over een planbord

Werken bij de overheid wordt weer aantrekkelijk: daar zit je relatief veilig.

Vier (ex-)ambtenaren over wat er klopt van vooroordelen over het ambtenaar-zijn.

De overheid is weer een populaire werkgever. Het aantal sollicitatiebrieven dat binnenkomt op vacatures bij het Rijk is sinds vorig jaar fors toegenomen, met name voor financieel-economische functies. Bij het ministerie van Financiën kwamen voor de crisis gemiddeld twintig reacties op een vacature. Nu zijn dat er 76. Bijna de helft van de ambtenaren wil dit jaar een nieuwe baan, maar dan wel binnen de overheid.

In Nederland werken volgens ‘Kerngegevens Overheidspersoneel’ bijna 1 miljoen mensen in overheidsdienst. Dat is bijna 13 procent van de Nederlandse beroepsbevolking. Over deze groep werknemers bestaan veel vooroordelen. Ze zijn liever lui dan moe, vergaderen de hele dag en drinken te veel koffie. De raamambtenaar die de hele dag uit het raam staart, is voor de helft van de hogere ambtenaren een bekend verschijnsel. Althans, dat bleek uit een onderzoek van het weekblad Binnenlands Bestuur.

Wat is het waarheidsgehalte van deze ideeën? Vier (voormalig) ambtenaren reageren op de meest hardnekkige vooroordelen.

1Ambtenaren zijn bureaucraten. Een bureaucratie wordt geassocieerd met starre ambtenaren, ellenlange rijen en papieren rompslomp. Herman Jansen (45), ondernemer en schrijver van het boek De Ambtenarenplaag, schrijft in zijn boek dat dit beeld niet altijd heeft bestaan. De Duitse socioloog Max Weber zag in begin van de twintigste eeuw bureaucratie als een vooruitgang. Alle regels en voorschriften zouden rationeel en efficiënt zijn. En er zou een einde komen aan vriendjespolitiek, iedereen zou op gelijke wijze behandeld worden. Bovendien maken volgens Weber taakbeschrijvingen duidelijk wie wat moet doen in zijn stukje van het proces.

„Was het maar zo”, zegt Daniëlle Berloth (34), voormalig medewerker van justitie en nu werkzaam in het bedrijfsleven. Er werd bij haar vorige werkgever zo veel gediscussieerd dat er niets uit haar handen kwam. „Ik ging met angst en beven naar mijn functioneringsgesprek, omdat ik geen resultaten kon laten zien.” De zorgen waren voor niets geweest. Ze kreeg een prima beoordeling. „Ik had lekker meegepraat en leuke ideeën gehad.”

Jeugdverpleegkundige en genomineerde voor de titel Jonge Ambtenaar van het Jaar 2008 Annemarie de Bont (32) lacht bij het horen van de stelling: „Tja, regeltjes hangen samen met het overheidsapparaat”, zegt ze.

Maar regels hebben volgens haar een te negatief label. Regels zijn juist goed, stelt ze, als door regels bijvoorbeeld goede afwegingen worden gemaakt en elke klant gelijk behandeld wordt. „Soms stoor ik me er inderdaad wel aan. Dan denk ik: je hoeft toch niet al deze stappen te nemen?’ Toch wegen er soms andere dingen mee, waar je zelf geen zicht op hebt. Je overziet maar een klein gedeelte van de puzzel. Je kunt niet alles in je eentje afhandelen.”

Rijkstrainee bij Economische Zaken Bengü Manjeet-Özcan (25) onderschrijft de stelling ook. Ze heeft er echter een verklaring voor: het werk bij de overheid is dusdanig belangrijk dat veel mensen bij een beslissing betrokken moeten worden. „Een nota moet de lijn door.”

2Ambtenaren verzinnen te veel regels. Manjeet-Özcan kan zich voorstellen dat de burger het zo ervaart, maar zij heeft die ervaring niet. De regeldruk komt volgens haar doordat de bevolking te veel naar de overheid kijkt.

Annemarie de Bont lacht weer. „Nou ja, sommige hebben daar wel een handje vant. Regels hebben we nodig al heb ik het idee dat het doel uit ogen wordt verloren.” De Bont probeert met kritische vragen terug te gaan naar de basis. Waarom doen we dit en hebben we deze regels ook echt nodig?

Gek werd Jansen van alle regels. „Waarom moet elke factuur door acht mensen gecontroleerd worden?” En sommige mensen keken zelfs twee keer naar een factuur. Tien handelingen voordat een factuur betaald kon worden vond hij onbegrijpelijk. Als ondernemer kijkt hij er maar één keer naar. Ook Berloth is het met de stelling eens. „Op aanvragen voor iets als een computer moesten zo veel handtekeningen. Alles ging daardoor verschrikkelijk traag.” Bij haar nieuwe werkgever verontschuldigen collega’s zich dat zaken soms langzaam worden geregeld. Berloth lacht: „Dan denk ik alleen maar: je hebt geen idee.”

3Ambtenaren smijten ons geld over de balk. De Bont zucht. „Het klopt soms wel, ja.” Ze vindt het jammer dat er te veel wordt gekeken naar de korte termijn en niet naar de lange termijn. Er zijn bijvoorbeeld allerlei ‘potjes’ die voor een bepaalde termijn op moeten, omdat er dan weer verkiezingen zijn of de ambtstermijn van een wethouder afloopt. „Dan moet stante pede dat potje worden opgemaakt en wordt er nog snel een plan uit de hoge hoed getoverd. Ik vraag me dan af of dat begrote geld niet beter doorgesluisd kan worden naar een volgende periode.”

Herman Jansen had juist de ervaring dat bij zijn vorige werkgever, een culturele instelling, over elke kleine investering moest worden gesproken. Zo werden planningen van voorstellingen bijgehouden op kalenders. Jansen stelde een planbord voor. Iedereen reageerde enthousiast. Het kwam in meerdere vergaderingen naar voren. Er werd zelfs een studie van gemaakt welk planbord er moest komen. Het ging over een bedrag van driehonderd euro. De ex-ambtenaar zegt: „Na zes maanden was het planbord er nog steeds niet. Hoe moeilijk kan het zijn?” Er was geen bezwaar, maar iemand moest actie ondernemen.

Berloth heeft ook de ervaring dat voor elke beslissing zo lang moest worden vergaderd dat het geld niet over de balk werd gesmeten. Bovendien moest er worden bezuinigd. „Er werd ook elk jaar in de kosten gesneden.”

„Dat is ook weer zoiets”, zegt Bengü Manjeet-Özcan. Zij heeft deze ervaring helemaal niet in haar werk. Ambtenaren krijgen ook geen auto en een bonus zoals in het bedrijfsleven. Er kan echter nog wel bespaard worden.„Er kunnen best wel wat minder ambtenaren zijn”, aldus Manjeet-Özcan.

4Ambtenaren houden niet van transparantie. „Nou ik wel”, zegt de jonge ambtenaar Annemarie de Bont. „Je bent verantwoordelijk voor gemeenschapsgeld. Dan mag je collega’s erop aanspreken als zaken niet helder zijn.” Niet elke ambtenaar werkt zo transparant. Onderzoek van Vrije Universiteit in Amsterdam wees uit dat ongeveer tien procent van de bevolking van een grote stad de afgelopen twee jaar heeft gezien dat een ambtenaar iets deed dat niet integer was.

Volgens Bengü Manjeet-Özcan kunnen ambtenaren ook niet altijd transparant zijn, omdat ze met gevoelige informatie werken. „Over het dossier bescherming vitale infrastructuur kun je nou eenmaal niet te veel zeggen.”