Doe maar iets groens of een leuk watertje

Vandaag kiezen de inwoners van Aalten (Achterhoek) een naam voor de fusiegemeente.

De naamgeving is vaak een hele strijd, zeker als het om tien dorpen of kernen gaat.

Het blijft een beetje pijn doen. Ook vier jaar na de fusie tussen Aalten, Dinxperlo en Bredevoort steekt het nog dat de gemeente ‘alleen maar’ Aalten heet. „Want”, zegt Jan Rongen van Dinxpers Belang, „andere gemeenten krijgen óók een heel nieuwe naam. Waarom wij dan niet?”

Het was geen opzet om Dinxperlo en Bredevoort te negeren, zegt wethouder Hans Ostendorp van Aalten. Maar de werknaam van de fusiegemeente is „zoals dat gaat” de echte naam geworden. En Aalten is, met 13.000 inwoners, wel het grootst van de drie.

Dinxperlo (8.000 inwoners) en Bredevoort (1.500 én stadsrechten) lieten het er niet bij zitten. In „kerk en kroeg” werden burgemeesters en wethouders erop aangesproken, zegt Ostendorp. Vandaag kunnen de bewoners in een referendum alsnog zelf kiezen. En dan kan de gemeente in de Achterhoek straks zomaar Grensland heten, of Heerlijkheid Bredevoort (zo werd de regio vroeger genoemd). De bewoners kunnen ook kiezen voor Aalten, Aalten-Dinxperlo of Heurneland (een buurtschap tussen de gemeenten in).

Typisch Nederlands, zegt taalkundige Riemer Reinsma, auteur van het boek Namen op de kaart – Oorsprong van de geografische namen in Nederland en Vlaanderen dat volgende maand moet verschijnen. „In België krijgt een gefuseerde gemeente vrijwel altijd de naam van de plaats met de meeste inwoners”, vertelt Reinsma. „En daar doet niemand moeilijk over. Maar wij hebben geen the winner takes all-mentaliteit. Nederlanders willen het eens worden. En dat leidt ertoe dat 15 procent van de fusienamen in Nederland helemaal nieuw is.” Zoals Teylingen in Zuid-Holland, Montferland in Gelderland en de Limburgse fusiegemeente Leudal.

Ze klinken níét nieuw. Voor een nieuwe naam wordt vaak gezocht naar een bindende factor , zegt Reinsma. En die wordt geregeld gevonden in het verleden van een gebied of regio. De Groningse hoogleraar bestuurskunde Michiel Herweijer: „Er wordt even gebeld naar de historische vereniging: zijn er nog aanknopingspunten in de geschiedenis?” Oftewel: hebben we ooit een kasteel gehad of een oud geslacht met een chique naam?

Gemeenten presenteren zich het liefst als waterrijk, landelijk en groen. Veel nieuwe namen verwijzen naar water in de buurt (Maas en Peel, Roerdalen, Kaag en Braassem, Waterland). Reinsma: „Als vier van de zes dorpen aan dezelfde rivier liggen, vinden die anderen het ook wel goed.” Soms wordt het bindende element gevonden in de grondsoort (Ronde Venen).

Onder taalkundigen woedt een debat over de nieuwe namen, maar Reinsma vindt het „eigenlijk helemaal niet verkeerd” om te zoeken naar historische elementen voor een gemeentenaam. Zoals de gemeente Teylingen dat heeft gedaan, (naar het slot Teylingen) en de gemeente Bronckhorst (naar het stadje Bronkhorst dat zich als kleinste plaats van Nederland afficheert).

Reinsma moet alleen niet veel hebben van wat hij scrabblenamen noemt. Een „fascinerend maar afschuwelijk verschijnsel”, een samenraapsel van lettergrepen en delen van plaatsnamen. „Zoals Bellingwedde (ontstaan uit Bellingwolde en Wedde). „Het suggereert een lange geschiedenis, die er niet is.” En Hof van Twente „past in geen enkele naamgevingstraditie” vindt Reinsma. „Dikdoenerig”.

In de negentiende eeuw werden fusies meestal beklonken met een samengestelde naam, waarbij de grootste gemeente eerst werd genoemd, zoals Gemert-Bakel. Maar doordat nieuwe gemeenten steeds groter worden, is dat geen oplossing meer. Er zijn soms wel tien dorpen of kernen bij betrokken.

Johan Remkes (VVD) heeft als minister van Binnenlandse Zaken ooit een ondergrens van 20.000 inwoners gesteld voor gemeenten. Die grens is nooit in een wet opgenomen, maar wordt in de praktijk wel gehanteerd, volgens hoogleraar Herweijer.

Uit onderzoek van Herweijer en bureau Berenschot blijkt dat gemeenten, ook als zij zelf de regie over een fusie hebben, soms kiezen voor het grootst mogelijke formaat, om een vuist te kunnen maken tegen andere overheden. Zo ontstond bijvoorbeeld de gemeente Westland, met bijna honderdduizend inwoners en elf kernen. Als naam is Westland „een schot in de roos” volgens Herweijer , omdat die als aanduiding voor de regio al bekend was. Maar dat is ook de kritiek erop: mensen denken aan een – deels industriële – regio en niet aan steden en dorpen.

Wethouder Ostendorp van Aalten heeft „als privépersoon” vooral kritiek op de suggestie Grensland voor zijn gemeente. „Dat kan overal zijn, in Groningen en in Zeeland.”

Soms wordt het naamprobleem omzeild door een uitruil: de ene gemeente krijgt de naam, de ander het gemeentehuis. In Aalten had het college iets soortgelijks voorgesteld: naast de naam Aalten zou het wapen van Dinxperlo (een afbeelding van vrouwe Justitia) door de nieuwe gemeente worden gevoerd. Maar dat vond Dinxpers Belang „te makkelijk” zegt Jan Rongen. „Ze dachten, we maken er een handeltje van.”

Hij heeft trouwens niet veel vertrouwen in de goede afloop van het referendum vandaag. „Als je ziet dat Aalten dertienduizend inwoners heeft en Dinxperlo achtduizend dan zal alles wel blijven zoals het is.”