Diefstal en vandalisme bedreigen Parijse stadsleenfiets

Diefstal en vandalisme bedreigen het voortbestaan van de stadsleenfiets in Parijs. Van de 15.000 rijwielen die anderhalf jaar geleden bij de start ter beschikking kwamen voor Parijzenaars en toeristen is meer dan de helft kapot of zoek.

De exploitant, stadsreclamebedrijf JCDecaux, liet deze week weten dat het project dreigt te mislukken. Het bedrijf verwachtte er jaarlijks 20 miljoen euro aan over te houden, maar in plaats daarvan zou er geld bij moeten. Van alle fietsen die bij de start in juli 2007 werden ingezet, rijdt er vrijwel geen één meer. Nagenoeg allemaal zijn ze al eens vervangen, à raison van 400 euro per stuk.

Dat is niet langer vol te houden, zei directeur Remi Pheulpin van JCDecaux in dagblad Le Parisien. „Het is simpel. Alle voordelen zijn voor de stad. Alle kosten zijn voor ons.” Doorgaan kan volgens hem alleen als de gemeente met meer geld over de brug komt.

Het Parijse leenfietsenplan Vélib (van Vélos Libres) is bedoeld om het autoverkeer in de Franse hoofdstad te beteugelen. Het was bij zijn introductie de voorlopige bekroning van de ‘groene revolutie’ die de socialistische burgemeester Bertrand Delanoë sinds zijn verkiezing, in 2001, predikte.

Het Parijse plan is geïnspireerd op het (mislukte) wittefietsenplan in Amsterdam – met dit verschil dat de leenfiets in Amsterdam gratis was en in Parijs een (geringe) vergoeding wordt gevraagd plus een borgsom van 150 euro. Op zo’n achthonderd plekken zijn ze tegen betaling beschikbaar. De ‘deelnemers’ moeten een abonnement nemen, voor een dag, een week of een jaar. Zo’n 42 miljoen keer werden de fietsen tot nu toe gebruikt.

Maar vaak werden de stevige, muisgrijze Vélibs, met een mandje voorop, gestolen en vernield. Ook waren ze voor sommigen een gewild object om mee te stunten. Zo zijn op de videowebsite YouTube filmpjes te zien waarin men op Vélibs van de trappen bij Montmartre en in metrostations stuitert.

Verder werd een flink aantal fietsen uit de Seine gevist en werden exemplaren tot in Oost-Europa en Afrika gesignaleerd. (BBC)