De JSF-keuze is als een race met één paard

De aankoop van een nieuwe jager verloopt net zoals in de jaren ’70, concludeert het proefschrift ‘Hete Hangijzers’.

Defensie wint op kennis van de Kamer en de PvdA is tegen.

Toen de Amerikaanse ambassadeur Kingdon Gould junior zich op een ochtend in mei 1975 op het ministerie van Defensie in Den Haag meldde voor ondertekening van het koopcontract voor 102 F-16-straaljagers, was de Nederlandse minister van Defensie spoorloos. Henk Vredeling (PvdA) was de avond ervoor begonnen met een drankje in het perscentrum Nieuwspoort. Daarna was hij gaan stappen in Amsterdam. Om vier uur ’s ochtends was de minister naar Leiden getogen, om de nacht af te ronden op studentensociëteit Minerva.

„Ik had geen zin in een plechtigheid om de papieren voor de aanschaf van de F-16 te tekenen”, verklaarde Vredeling later. Pas laat in de avond gaven twee luchtmachtgeneraals met schaamrood op de kaken de ondertekende stukken af op de Amerikaanse ambassade.

Zo ging de aankoop van de F-16 in 1975. En zo zal het zeker níét gaan als staatssecretaris Jack de Vries (Defensie, CDA) volgend jaar tekent voor de koop van de volgende Amerikaanse jager, de F-35 Joint Strike Fighter (JSF). De politieke mores zijn anders, en De Vries staat niet afwijzend tegenover de aanschaf.

Verder, zegt defensiespecialist Bert Kreemers, zijn de overeenkomsten tussen toen en nu frappant: „De Koninklijke Luchtmacht wil hoe dan ook een Amerikaans toestel en domineert de informatiestroom. De Tweede Kamer heeft te weinig informatie om de keuze van Defensie te toetsen. En de PvdA wil iets anders, maar heeft geen goed alternatief.”

Voormalig Defensieambtenaar Kreemers, nu werkzaam bij de Raad voor Volksgezondheid & Zorg, promoveerde gisteren in Leiden op een proefschrift over de aanschaf van Nederlandse gevechtsvliegtuigen sinds het einde van de jaren vijftig. Hete Hangijzers. De aanschaf van Nederlandse gevechtsvliegtuigen is een kroniek van het touwtrekken rond drie jagers: de F-104 Starfighter, de NF-5 Freedom Fighter en de F-16.

Wat nu geldt voor de JSF, gold destijds voor de F-16, zegt Kreemers: „Het was een race met maar één paard.” De Koninklijke Luchtmacht wilde per se een Amerikaanse ‘kist’. Vredeling wilde liever een Europees toestel. Maar Nederland deed niet mee met de ontwikkeling van de Europese Tornado. En de Fransen kwamen niet met een financieel concurrerend voorstel voor hun Mirage. „De Fransen hebben het toen voor zichzelf verknald”, zegt Kreemers.

Dertig jaar later zou de geschiedenis zich herhalen met de Eurofighter en de Rafale. De fabrikanten, het Europese Eurofighter-consortium en het Franse Dassault, lieten vorig jaar weten niet mee te doen met een nieuwe kandidatenvergelijking van Defensie, omdat de keuze van Nederland toch al vast stond.

Parlementair toezicht op de specialisten van de luchtmacht is moeilijk. „Kamerleden moeten vechten om informatie”, zegt Kreemers. „Dat was toen ook al zo.”

En net als nu met de JSF, worstelde de PvdA met de F-16. Progressieve PvdA’ers wilden bezuinigen op Defensie, en meenden dat de luchtmacht met een eenvoudig toestel toe kon. „Maar de PvdA had geen geloofwaardig alternatief voor de F-16”, zegt Kreemers. Dan wilde men de Jaguar, dan de A-7. Er was geen visie.”

De luchtmacht won. En de F-16 bleek in de decennia daarna ruimschoots aan de verwachtingen te voldoen. Daardoor sneeuwden de tekortkomingen in de besluitvorming onder, zegt Kreemers.

Uit zijn onderzoek blijkt dat hoge luchtmachtofficieren in de jaren zeventig informatie doorspeelden aan de Amerikaanse vliegtuigbouwer General Dynamics om de Fransen op achterstand te zetten. „De Belgen hielden hun poot tot het laatst stijf, en kregen daardoor de ‘patatregeling’: een veel groter aandeel in de co-productie.”

De kosten van het project bleven beperkt door het wegzakken van de dollar. „Daardoor zijn we er nog goed vanaf gekomen.”

Ook nu hoopt Defensie dat de dollar laag blijft. Maar de kosten van de JSF zijn onduidelijk. De regering-Obama gaat bezuinigen op defensie, en koopt mogelijk minder toestellen. Dat doet de prijs van de andere stijgen. Kreemers ziet nog volop risico’s voor de JSF. „De Rekenkamer constateerde dat vorige week ook. Het is maar de vraag of het goed afloopt.”