Crisis versnelt aanpassing aan nieuwe wereld

Ruil verhoging van de AOW-leeftijd uit tegen versoepeling van de begrotingsregels, stelt Lans Bovenberg voor. En blijf van de hypotheekrente af.

De kredietcrisis wordt een test voor onze polderdemocratie. Het kabinet staat onder druk van belangengroepen om pleisters te plakken, nu de kredietcrisis de reële economie in zijn greep krijgt.

Het kabinet moet die druk van belangengroepen weerstaan. Als iedereen zijn financiële kommer en kwel bij de overheid legt, hollen we niet alleen de staatskas uit, maar tasten we ook de herstelkracht van onze economie aan.

En dan kan de crisis lang duren. Japan kende meer dan tien verloren jaren na het barsten van een economische zeepbel. Japan hield zwakke bedrijven zoveel mogelijk overeind en putte de staatskas uit met allerlei subsidies voor belangengroepen. Toen de bodem van de schatkist was bereikt, moesten de belastingen worden verhoogd. Dit draaide het beginnend herstel de nek om.

De Japanse les leert ons dat het onverstandig is om aanpassingen uit te stellen. De crisis moet haar louterende werk kunnen doen, door de excessen die in de afgelopen overspannen jaren zijn ontstaan, te corrigeren. Hoe langer zwakke bedrijven overeind gehouden worden, hoe lastiger deze het voor solide ondernemingen maken om te herstellen.

Japanse toestanden zijn ook in ons land niet ondenkbaar. Belangengroeperingen proberen de overheid te verleiden om maatregelen te nemen die sociaal lijken, maar in werkelijkheid contraproductief zijn. Langdurige werktijdverkorting is zo’n voorbeeld. Het kabinet stelt terecht dat werktijdverkorting een tijdelijke maatregel is. Maar belangengroepen pleiten keer op keer voor verlenging.

Hoe eerder we ons aanpassen aan een wereld waarin banken minder makkelijk krediet verstrekken, hoe sneller het herstel straks is.

Hoe zou een New Deal tussen werknemers en werkgevers er vandaag uit kunnen zien? In de crisis van begin jaren tachtig ging het om de uitruil van loonmatiging tegen korter werken. Nu zou het neerkomen op scholing en (publieke en private) investeringen in een hogere arbeidsproductiviteit en een duurzame economie aan de ene kant, tegen langer werken en een beter functionerende arbeidsmarkt voor ouderen aan de andere kant. Want waren de pensioenen al kostbaar door de stijgende levensverwachting, de crisis maakt ze ook nog duurder.

Een jaar langer doorwerken levert gemiddeld een 8 procent hoger pensioen op. Daarom moeten mensen die dat willen na hun 65ste gewoon kunnen blijven doorwerken zonder dat ze op hun 65ste vanwege hun leeftijd worden ontslagen. Werkgevers dienen de voorwaarden te scheppen waardoor dit kan; werknemers moeten bereid zijn zich als onderdeel van hun arbeidscontract te laten bijscholen zodat hun vaardigheden aansluiten bij de veranderende noden van de samenleving.

Er staan de economie in de komende jaren heel wat uitdagingen te wachten in de vorm van klimaatverandering, vergrijzing en energieschaarste. De economie zal in de toekomst moeten functioneren met minder werknemers van onder de 50, minder energie, minder krediet en risico. Dat vraagt om een compleet nieuwe manier van denken en produceren. De overheid moet mensen niet beschermen tegen het verloren gaan van hun baan, maar ze helpen bij het vinden van nieuw werk dat aansluit bij de veranderingen in onze economie.

Door de verslechterde overheidsfinanciën zal de AOW-leeftijd eerder moeten worden verhoogd dan de commissie-Bakker nog geen half jaar geleden suggereerde. Wanneer we in deze kabinetsperiode de begrotingsregels versoepelen en dat uitruilen tegen het geleidelijk verhogen van de AOW-leeftijd na de volgende verkiezingen in 2011, slaan we twee vliegen in één klap. Ten eerste vergroten we nu de budgettaire speelruimte voor dit kabinet om de vraag naar arbeid zoveel mogelijk op peil te houden en daarmee menselijk kapitaal te koesteren. In de tweede plaats vergroten we het arbeidsaanbod als de vergrijzing na 2011 niet alleen de economie maar ook arbeidsintensieve diensten zoals zorg en onderwijs onder druk zet.

Dit is goed voor de staatskas. Hierdoor kunnen we, door een ‘kop’ op de AOW, mensen met een klein pensioen bijstaan als de pensioenen langdurig niet worden geïndexeerd. En voor mensen van wie niemand mag verwachten dat ze doorwerken tot de nieuwe AOW-leeftijd, moet er een aanvullende inkomensvoorziening komen. Bij voorkeur op gemeentelijk niveau, omdat juist lokaal er van alles te doen valt in de vorm van vrijwilligerswerk.

De kredietverlening vermindert op dit moment, omdat banken minder risico’s willen lopen en hun balansen willen herstellen. Het is onverstandig dit proces te versnellen door het aanpakken van de hypotheekrenteaftrek. Overshooting moet worden voorkomen. Maar na de crisis moeten fiscale prikkels het lenen ontmoedigen.

Verder zal de huursector groeien omdat eigenwoningbezit relatief duurder wordt door een hogere risico-inschatting van banken en consumenten. Ook zal de bouwsector moeten leren leven met hogere kosten van krediet.

De wereld wankelt en Nederland staat op een kruispunt. De samenleving moet afrekenen met het onverantwoorde kortetermijngedrag. Niet alleen met bankiers maar ook met overgekrediteerde bedrijven. En niet alleen met werkgevers die onvoldoende investeren in hun werknemers, maar ook met werknemers die weigeren zich bij te scholen.

Als alle maatschappelijke groeperingen het aandurven om de verworvenheden uit het verleden ter discussie te stellen, komen we sterker uit deze crisis. Laten we de veranderingen die op ons afkomen niet uitstellen maar juist naar voren halen, zodat we zuiniger omspringen met energie, met mensen, met risico en met krediet. Dan kan de crisis het beste uit ons naar boven brengen en komt Nederland er economisch, sociaal en moreel sterker uit tevoorschijn.

Lans Bovenberg is hoogleraar economie aan de Universiteit Tilburg.