Biodiversiteit baart zorg

Diverse planbureaus rapporteerden gisteren over de toekomst van Nederland. Er zijn zorgen, en die veronderstellen straks „lastige keuzes”.

Van alle ‘zorgen voor morgen’ zijn klimaatverandering en achteruitgang van biodiversiteit de grootste. Althans, als we in Nederland nog lang en gelukkig willen leven.

Dat stellen het Centraal Bureau voor de Statistiek, het Centraal Planbureau, het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving in Monitor Duurzaam Nederland 2009. De studie is gisteren aangeboden aan de ministers Cramer (Milieu, PvdA) en Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA).

Het rapport is een weinig verrassende inventarisatie van obstakels op de weg naar een duurzaam Nederland. Opmerkelijker is de rangorde van zorgelijkheid die de planbureaus aanbrengen.

Zo hoeft Nederland zich geen zorgen te maken over gezondheid, inkomen en opleiding, die „flink” zijn gegroeid. Ook bestaat onder de bevolking „relatief veel vertrouwen” in politiek en instituties, vergeleken met andere EU-landen. Verder begint het beleid om lokale milieuvervuiling te verminderen succes te krijgen. De infrastructuur is redelijk op orde.

Dan de categorie lichte zorgen. Die betreft bijvoorbeeld de sociale cohesie: „hoe we met elkaar omgaan” in de samenleving. Verder verdient de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden aandacht. Niet alleen omdat de eerste groep zo veel meer geld verdient, maar ook omdat de laagopgeleiden gemiddeld tien jaar korter leven. Waakzaamheid is ook nodig bij de vraag of Nederland met de vergrijzing in aantocht voldoende arbeid weet te mobiliseren. Gaan we per week meer uren maken? Moeten vrouwen, ouderen en allochtonen meer werken? Wat gebeurt er met de pensioenleeftijd?

Maar échte zorgen moeten kabinet en de rest van Nederland zich maken over klimaatverandering en, vooral, afnemende biodiversiteit. Het aantal plant- en diersoorten is hier sinds 1900 „rap omlaag” gegaan, en bedraagt nog maar 15 procent van wat het destijds was. Mondiaal gezien is de biodiversiteit tot 70 procent gedaald.

Wat te doen? Klimaatverandering en gebrek aan biodiversiteit vereisen een internationale aanpak, en daarbij wordt steeds duidelijker dat er „lastige keuzes” moeten worden gemaakt. Als de wereld deze eeuw de temperatuurstijging wil beperken tot 2 graden Celsius, kost dat veel geld. Om de biodiversiteit te herstellen, moeten natuurgebieden worden beschermd. Vooral in het water is in Nederland veel te winnen wat biodiversiteit betreft.

Het zou ook voor de hand liggen minder vlees te eten. Hoe krijg je Nederlanders zo ver? „Indien men dit wil bereiken is ingrijpen door de overheid nodig, in de vorm van een hoge heffing of een opgelegde consumptiebeperking”, aldus de studie.

Het kabinet wil het volk in elk geval niets verbieden, lieten de ministers Cramer en Koenders gisteren weten. Wel wil het kabinet een „dialoog” met de samenleving om te wijzen op de consequenties die vlees eten heeft voor de toekomst van de planeet, en uiteindelijk ook voor Nederland.

Lees het rapport via nrc.nl/binnenland

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Biodiversiteit In het artikel Biodiversiteit baart zorg (11 februari, pagina 2) staat dat de biodiversiteit in Nederland nog maar 15 procent is vergeleken met het jaar 1900. Dat moet zijn 1700. Dat wil zeggen dat de grootte van populaties van alle inheemse planten- en diersoorten van Nederland is gereduceerd tot gemiddeld 15 procent van de grootte die er zou zijn in een ongestoorde situatie. Onder biodiversiteit wordt hier niet het aantal soorten verstaan maar ‘de gemiddelde mate van voorkomen van soorten’.