Aanpak 'giftige activa' mag per land verschillen

De ministers van Financiën van de EU-lidstaten spraken gisteren over de aanpak van de crisis. Nationale maatregelen staan op gespannen voet met Europese gedachten.

Vorig najaar dachten Europese regeringen het geldverkeer weer op gang te krijgen door banken te nationaliseren of te herkapitaliseren. Miljarden gaven ze eraan uit. Maar nog loopt de kredietverlening stroef. Banken functioneren nog steeds niet naar behoren. Ten einde raad proberen overheden nu de zogeheten ‘toxic assets’ bij de banken weg te halen.

Maar hoe moet dat, in Europa? Elk ingrijpen van de staat in het bedrijfsleven, zo is de afgelopen maanden gebleken, raakt aan Europese afspraken over de interne markt waarin bedrijven van het ene land niet voorgetrokken mogen worden vergeleken met bedrijven van het andere land. Moet er één bad bank komen in de Europese Unie, waarin iedereen zijn giftige activa tot nader order parkeert? Of zet elk land een nationale bad bank op? Kunnen banken zélf bad banks opzetten, zoals in Zweden in de jaren negentig, zodat er meer zijn in één land? Zulke vragen stonden centraal bij een vergadering van de 27 EU-ministers van Financiën, maandag en gisteren.

„Gelukkig hebben we besloten dat we het per geval aanpakken”, zei minister Wouter Bos na afloop. „Die aanpak mag van land tot land, van bank tot bank verschillen.” Andere ministers waren al even opgelucht.

Daarmee is een Europese bad bank, waar van tevoren maar weinigen vóór waren, van de baan. Maar veel vragen blijven over. Mogen landen met hoge staatsschulden en hogere begrotingstekorten dan de 3 procent die het Stabiliteitspact toestaat, giftige activa bij banken opkopen? En voor hoeveel? Mag dit alleen bij banken die slecht functioneren of ook – preventief – bij gezonde banken? In hoeverre draait de belastingbetaler voor de risico’s op?

De Europese Commissie zal binnen twee weken richtsnoeren produceren. Die laten regeringen de vrijheid om het model te hanteren dat hun het best uitkomt, zoals Nederland en Groot-Brittannië al deden en Duitsland nu probeert. Die richtsnoeren moeten duidelijke „do’s en don’ts” bevatten, volgens eurocommissaris van Monetaire Zaken Joaquín Almunia, om concurrentieverstoring te voorkomen. Daarbij hoort waarschijnlijk een regeling die banken die giftige activa van de balans halen, verplicht wekelijks te rapporteren hoeveel hun portefeuilles waard zijn.

Deze aanpak illustreert hoe de EU tot op heden met de crisis omgaat. Of het nu gaat om noodlijdende banken, autofabrikanten of de snel oplopende werkloosheid: de problemen zijn overal hetzelfde, maar de reflexen van regeringen zijn nationaal. Hoogdravende theorieën over één gemeenschappelijke Europese aanpak die door één overkoepelend Europees instituut ‘gemonitord’ of afgedwongen wordt, leggen – voorzover iemand er nog op komt – het loodje.

Niet alleen, benadrukken ministers en diplomaten constant, functioneert elke Europese economie anders. Ook de politiek is nationaal geregeld. Politici hebben een nationale achterban. Dus grijpen regeringen nationaal in. Dat ze tijdens de huidige crisis paniekerig te werk gaan en andere Europeanen op de tenen trappen, bleek ook gisteren tijdens de Brusselse ministersvergadering. Zo werd de Franse minister Christine Lagarde door collega’s bestookt met vragen over de Franse subsidies voor de auto-industrie zolang die maar geen fabrieken in Frankrijk sluit. President Sarkozy leek om werknemers van Renault- en Peugeotfabrieken in Oost-Europa niet te malen. Sterker, hij riep op de productie in Frankrijk te houden.

De Europese Commissie tekende protest aan. Sarkozy mag Tsjechen of Slowaken niet discrimineren. Commissaris Neelie Kroes (die gisteren de vergadering bijwoonde) wacht op details over deze deal, die dit weekend een sluimerende vete tussen de Franse en Tsjechische regeringsleiders tot ontploffing bracht. Maar de ministers bleven vriendelijk tegen Lagarde. Iedereen herinnert zich hoe Ierland in oktober iedereen in de gordijnen joeg door rekeningen bij Ierse banken te garanderen. Dat plan benadeelde andere landen zo dat het onder zware druk werd aangepast – en anderen de weg wees.

Sommige ministers wezen Lagarde op overeenkomsten met de gewraakte ‘Buy American steel’-clausule. „Protectionisme is „het slechtste der dingen”, zegt de Belgische minister Didier Reynders. Maar Lagarde werd niet gelyncht: „Ieder van ons kan zich in haar situatie verplaatsen. Frankrijk heeft te maken met een publieke opinie. Die kan het niet negeren. Dat kunnen wij geen van allen.”

Zolang het gebekvecht van regeringsleiders niet verder escaleert, zal het Franse autoplan in aangepaste vorm wel worden goedgekeurd door de Commissie. Andere landen zullen volgen – ieder op zijn manier. Zo ging het met de bankgaranties, en waarschijnlijk ook met de giftige bankactiva.

Dit is het Europa van de gereedschapkist, zoals de Luxemburgse premier Juncker maandagavond zei. „Iedereen pakt eruit wat hem bevalt. ‘One size fits all’ bestaat niet. Het enige wat van iedereen wordt verwacht, is respect voor de regels van het Europees verdrag.”