'Zowel mentaal als fysiek ben ik vaak gesloopt'

’s Werelds beste tennisser is een gewone man die nog vaak thuis in zijn jongenskamer slaapt. Zegt de Spanjaard in een vraaggesprek.

Zijn gezichtsuitdrukking valt als eerste op. Rafael Nadal mag dan ogen als een jonge god, de blik in zijn ogen verraadt de gekweldheid van iemand die te vaak zijn eigen grenzen heeft overschreden. „Ik ben bijna altijd moe”, zucht de Spanjaard na de verloren dubbelpartij met landgenoot Ignacio Coll-Riudavets op de openingsdag van het ABN Amro World Tennis Tournament in Rotterdam. „Mijn intensieve speelstijl is veeleisend. Zowel mentaal als fysiek ben ik vaak gesloopt.”

Onderuitgezakt in de bunkerachtige persruimte van sportpaleis Ahoy kijkt hij in een vraaggesprek met deze krant terug op zijn ervaringen eerder deze maand tijdens de Australian Open. „Mijn finale tegen Roger Federer was een emotionele gebeurtenis – zoals bijna al mijn partijen tegen hem dat zijn. Wij hebben een lange geschiedenis samen. En wat er na afloop van die partij gebeurde heeft mij flink beroerd. Maar ik weet zeker dat zowel hij als ik daar over een aantal jaren met veel voldoening aan terug zal denken. En vele sportfans met ons: het was goed voor het tennis wat daar gebeurde.”

Acht dagen geleden is het dat Rafael Nadal de trofee in Melbourne won na een spraakmakende vijfsetter tegen Roger Federer. Met ingehouden adem keek Nadal toe toen zijn Zwitserse rivaal in tranen uitbarstte tijdens de prijsuitreiking. Vervolgens sprak hij de verwachting uit dat Federer die veertiende grandslamtitel [een evenaring van het record van Pete Sampras] heus nog een keer zou gaan winnen; hij moest gewoon wat geduld hebben.

„Roger is een van de beste tennissers uit de geschiedenis”, zei Rafael Nadal nadat hij zijn arm om de voormalig nummer één had geslagen. „Laten we niet vergeten dat hier een groot kampioen staat.”

Vervolg Nadal: pagina 10

‘Ik doe mijn best om mezelf te blijven’

Woorden die rechtstreeks uit zijn hart kwamen, zegt Nadal over zijn zesde grandslamoverwinning in acht jaar tijd. „Mensen denken altijd dat ik Roger naar voren schuif uit een soort valse bescheidenheid. Maar niets is minder waar. Die jongen heeft al 57 titels bij elkaar geslagen. Hij heeft ruim vier jaar de wereldranglijst aangevoerd. En hij jaagt nog altijd op dat record van Pete Sampras. Dan is het toch een logische conclusie dat hij de beste speler van de wereld is?”

Over diens veelbesproken tranen in Melbourne kan Nadal kort zijn: „Een herkenbare reactie. Nadat ik twee jaar geleden de finale op Wimbledon van hem had verloren liet ik ze zelf ook rijkelijk vloeien in de kleedkamer.” De Spanjaard gelooft niet dat Federer huilde omdat hij besefte dat hij zijn laatste kans had verspeeld om ooit nog van zijn rivaal te winnen. „Zeker weten van niet”, zegt hij resoluut. „De rol van Roger is nog lang niet uitgespeeld. Hij zal nog veel kansen krijgen om van mij te winnen.”

Rafael Nadal Parera praat zoals hij leeft: zonder poespas. De Spanjaard mag dan over een groot kapitaal beschikken – alleen al aan prijzengeld won hij ruim 17 miljoen euro – maar hij houdt er een sobere levensstijl op na. Terwijl zijn collega’s villa’s laten bouwen in belastingparadijzen, woont hij op 22-jarige leeftijd nog in zijn ouderlijk huis op het vakantie-eiland Mallorca. Vader Sebastian runt daar een glasbedrijf, moeder Ana Maria is huisvrouw. „Ik slaap in dezelfde kamer als waar ik als twaalfjarige in sliep”, zegt hij zonder spoor van gêne. „Mijn jongere zus Maria Isabel slaapt op dezelfde verdieping. Mijn grootouders wonen in hetzelfde gebouw.”

De paparazzi beleven weinig plezier aan de ranglijstaanvoerder, die er sinds twee jaar een relatie met jeugdvriendin Francisca Perello op nahoudt. Het paar sierde enkele maanden de covers van roddelbladen, maar veel meer dan het feit dat zij haar economiestudie laat voorgaan boven zijn carrière, viel er niet te melden. Nadal rijdt het eiland rond in een Kia, houdt van vissen, brengt zijn spaarzame tijd door met jeugdvrienden en wint advies in bij zijn ouders voordat hij grote aankopen doet. „Ik ben een familieman”, zegt hij in de kale persruimte van het Rotterdamse sportpaleis Ahoy. „Niets maakt mij gelukkiger.”

Natuurlijk weet hij dat mensen hem vaak voor een krachtpatser houden. Een Don Juan die zowel mannen- als vrouwenharten sneller doet kloppen. „Maar dat is enkel het plaatje”, vertrouwt de Spanjaard toe. „Op de baan ben ik een vechter, erbuiten leid ik een rustig, doorsnee bestaan.” Dat anderen die twee kanten moeilijk kunnen rijmen begrijpt hij maar al te goed: zelfs zijn moeder kan na al die jaren niet wennen aan zijn gelaatsuitdrukkingen binnen de lijnen. De gedaanteverwisseling van onschuldig kind naar meedogenloze Rambo doet voor haar onwerkelijk aan. Het is een van de redenen dat zij zijn wedstrijden zelden vanaf de tribune volgt.

Rafa begon op zijn vierde te tennissen onder leiding van zijn oom Toni, die hem nog steeds coacht. Hij won zijn eerste ATP-wedstrijd op 15-jarige leeftijd in Mallorca en bereikte een jaar later de halve finales van het juniorentoernooi van Wimbledon. Als senior was hij in 2003 de jongste speler (zeventien) die de derde ronde van het grastoernooi bereikte sinds Boris Becker in 1984. In datzelfde jaar eindigde hij voor het eerst in de top-50. Sinds augustus vorig jaar voert hij de ranglijst aan.

„Veel van wat ik heb bereikt heb ik te danken aan mijn oom”, zegt Nadal. „Hij heeft mij al die jaren gefocust gehouden. En als ik het te kwaad krijg na een nederlaag – zoals die op Wimbledon van twee jaar geleden – is hij degene die mij weer oplapt. Op de baan is Toni mijn coach en praten we over niets anders dan tennis. Daarbuiten is hij een familielid voor wie ik veel respect heb.” Op de bewering van Toni Nadal, vorig jaar in deze krant, dat hij geen cent salaris van zijn neef ontvangt om hun gelijkwaardigheid te onderstrepen, fronst de tennisser zijn wenkbrauwen. „Die uitspraak laat ik voor zijn rekening. Maar dat we op gelijke voet met elkaar omgaan is zeker een feit.”

Oom Toni was ook degene die Rafa op zijn twaalfde dwong te kiezen tussen tennis en zijn grote liefde voetbal (hij zou over een goede rechtervoet beschikken volgens zijn andere oom Miguel Angel, die acht jaar lang voor Barcelona uitkwam). En Toni was de man die Nadal jaren geleden voorhield dat woede-uitbarstingen op de baan niet alleen energieverspillend zijn, maar ook van hoogmoed getuigen. „Hij zei dat het over en uit was als hij me ooit met een racket zou zien smijten. ‘Er zijn heel veel mensen die zich geen tennisracket kunnen veroorloven’, was zijn redenering. Sindsdien heb ik mijn boosheid altijd verborgen weten te houden.”

Met name de laatste maanden heeft Toni Nadal veel geschaafd aan het spel van zijn neef. Veel aandacht ging daarbij uit naar zijn service, die weliswaar goed geplaatst is, maar niet bijzonder hard. En ook de topspin forehand van de Spanjaard – die volgens Amerikaans onderzoek 3.200 voorwaartse rotaties per minuut maakt, 700 meer dan die van Roger Federer – werd zorgvuldig tegen het licht gehouden. „De achterliggende gedachte is om meer agressie in mijn spel te leggen”, zegt de verdedigend ingestelde speler. „Op dat punt valt volgens mijn oom nog aardig wat winst te behalen.”

Op fysiek gebied steekt Rafael Nadal met kop en schouders boven zijn collega’s uit – al wordt die kloof steeds kleiner, zoals krachtpatser Fernando Verdasco tijdens de halve finale in Melbourne bewees. Op de vraag hoe hij zijn conditie op peil houdt, antwoordt de nummer één van de wereld: „Door vooral in december een heel zwaar programma af te draaien. Meestal sta ik dan om acht uur op, doe ik een uur fitnesstraining, ga ik voor drie, vier uur de baan op en daarna weer voor twee uur het krachthonk in. Tijdens het seizoen sta ik in verhouding wat meer op de baan. Maar ik zorg altijd dat ik mijn lichaam in topconditie houd.”

Toch was het volgens Nadal niet zijn goede conditie die ervoor zorgde dat hij in Melbourne de ruim vier uur lange finale van Federer won. „Mijn mentale kracht heeft in die wedstrijd de doorslag gegeven. Na mijn marathonwedstrijd tegen Verdasco had ik nauwelijks een been meer om op te staan. Maar mijn oom heeft mij voorafgaand aan de eindstrijd een flinke peptalk gegeven. Hij zei ‘knok ervoor, geloof er in’. Dat heb ik gedaan.” Wie mentaal sterk is kan volgens Nadal iedere partij winnen, ongeacht zijn fysieke gesteldheid. „Dat is misschien wel de belangrijkste les die ik in Australië heb geleerd.”

In Rotterdam hoopt de Spanjaard zich deze week te revancheren voor zijn matige optreden van 2008, toen hij in de tweede ronde onderuit ging tegen de Italiaan Andreas Seppi – tot ontsteltenis van toernooidirecteur Richard Krajicek.

Nadal roemt de goede organisatie van het toernooi en grapt nog maar eens over het feit dat er vorig jaar een speciale voorziening in het spelershotel werd getroffen waardoor hij zijn geliefde club Real Madrid in actie kon zien in de Champions League.

„Ik word er wel eens moe van om steeds dezelfde riedels af te draaien”, glimlacht hij flauwtjes. „Maar ik doe mijn best om mezelf te blijven. Ik zal nooit iets doen dat tegen mijn eigen ethiek ingaat. Of mezelf een imago aanmeten dat niet strookt met de werkelijkheid. Authenticiteit is voor mij van groot belang.”