Oordelen zonder kijken werkt niet

Het Fonds voor de Podium-kunsten wees een subsidie-aanvraag van theatermaker Ab Gieteling af zonder zijn werk te kennen. De rechter oordeelt nu dat dat mag.

Het lijkt evident: wie subsidie aanvraagt, moet goede kunst maken. Om dat te beoordelen, komt er iemand kijken. De subsidiegever, of een adviseur.

Sinds woensdag is dat geschiedenis: de rechter bepaalde dat het podiumfonds NFPK terecht een subsidieaanvraag van Ab Gietelinks theatergroep Nomade heeft afgewezen, ook al gaf het fonds in tweede instantie toe geen voorstellingen van de groep te hebben gezien. George Lawson, directeur van het fonds, mailt desgevraagd: „De uitspraak van de rechter billijkt de werkwijze van het Fonds waarin het mogelijk is ook zonder voorstellingen gezien te hebben tot een oordeel te komen over de artistieke kwaliteit.”

Deze gang van zaken is volgens Lawson al jaren helaas een praktische noodzaak. Eerder leidden soortgelijke rechtszaken tot vernietiging van de beoordeling. De Raad voor Cultuur – waarvan het Fonds vorig jaar veel subsidieaanvragen overnam – is twee keer op de vingers getikt voor het beoordelen van groepen die het niet had gezien. In de zaak-Djazzex claimden raadsleden voorstellingen wel te hebben gezien, maar ze konden dit niet schriftelijk bewijzen.

Maar Djazzex was een groep die al subsidie kreeg van het ministerie. Dus had er een dossier met kijkverslagen over de groep moeten bestaan. Lawson beroept zich erop dat Gietelink een nieuwe aanvrager is, die hiervoor nog geen vierjarige subsidie kreeg. Als het NFPK nieuwe aanvragers ook zou moeten beoordelen op basis van het verleden, zo redeneert Lawson, zou er nooit ruimte zijn voor nieuw talent.

In werkelijkheid is wie voor vierjarige subsidie in aanmerking wil komen, nooit ‘nieuw’. Een vers toneelgroepje, net van school, moet zich eerst bewijzen om tot de eredivisie van de gesubsidieerden te worden toegelaten. Bovendien zei Lawson eerder dat zijn adviseurs waren gekozen op hun expertise: ze hadden veel gezien en konden daarom direct meepraten.

Ook als je Lawsons redering volgt, is de zaak-Gietelink een ongelukkig voorbeeld. Gietelink is slechts op formele gronden een ‘nieuwe aanvrager’. Zijn groep Nomade hoopt dit jaar haar 25-jarig jubileum te vieren, en Gietelink heeft vele malen, met wisselend succes, subsidie aangevraagd bij verschillende loketten. Je kunt een dossier over hem te maken waarop je een oordeel kunt baseren. Zelf kijken is beter, maar andermans oordeel is beter dan niets.

Het standpunt van het fonds zou steviger zijn geweest als het in de beoordeling eerlijk had gezegd: „We hebben niets van Gietelink gezien, maar zijn beleidsplan is waardeloos.” Maar de oorspronkelijke beoordeling bestond wel degelijk uit negatieve oordelen over zijn eerdere toneelstukken.

Zelfs in de aangepaste beoordeling staat: „De commissie is negatief over de artistieke kwaliteit van de projecten van Theater Nomade. De artistieke ontwikkeling en betekenis van de voorstellingen is te beperkt. De relatie die de aanvrager legt tussen actualiteit en klassiek repertoire doet geforceerd en weinig genuanceerd aan. Dit concept wordt bovendien iedere voorstelling herhaald.” Het NFPK legt uit dat dit een oordeel op basis van het beleidsplan is.

Gietelink overweegt naar de Raad van State te stappen.