Onderwijs, dé bestrijder van de crisis...

In de landen om ons heen wordt de economische crisis bestreden met extra geld voor onderwijs. Waarom aarzelt Nederland, vraagt Fred van Leeuwen zich af. Scholing betaalt zich terug.

Om de financiële crisis te bestrijden wil president Obama 150 miljard dollar in het onderwijs investeren, van kinderdagverblijf tot universiteit, van studiefinanciering tot lerarensalarissen. Dit is de grootste stijging van federale onderwijsuitgaven ooit. Op de jaarlijkse conferentie van het Wereld Economisch Forum in Davos werden de regeringsleiders en ondernemers het er ook al over eens: investeringen in onderwijs en scholing leveren vele malen meer rendement op dan welk aandeel ook.

Al vele jaren blijven de Nederlandse onderwijsuitgaven achter bij die van andere industrielanden, waar gemiddeld 5,8 procent van het bruto nationaal product aan onderwijs wordt besteed. Volgens de jongste cijfers geeft Nederland daar iets minder dan 5 procent aan uit. Het is opmerkelijk dat terwijl de kenniseconomie snel op ons afstevent, we hier te lande al geruime tijd steeds minder aan onderwijsvoorzieningen uitgeven. En die trend lijkt zich voort te zetten. Zal Nederland in 2009 nog 19,6 procent van de begroting aan onderwijs besteden, in 2011 loopt dit terug naar 18,8 procent.

In het rapport ‘De stand van educatief Nederland’ van de Onderwijsraad zegt men min of meer hetzelfde. We zijn achterop geraakt. Vooral in het middelbaar en het voorschoolse onderwijs moet er geld bij, vindt de raad. Ja, in het land van de leraar die ten einde raad dan maar zelf de toiletten schoon dweilde, wordt het tijd dat men zich achter de oren krabt.

Obama en de deelnemers in Davos zijn het erover eens dat er nu flink in onderwijs moet worden geïnvesteerd. Hiermee creëer je nu werkgelegenheid, terwijl het onderwijs er beter door wordt. En door te investeren in jonge mensen herstel je het vertrouwen in de toekomst, dat door de financiële crisis zo ernstig is geschaad.

Een mega-injectie in het onderwijs legt Nederland bovendien geen windeieren. De economen Soete en Kleinknecht becijferen dat elke euro die je in onderwijs steekt, 8 tot 12 procent rendement oplevert. Dat is fors meer dan een belegging, rente of aflossing van de staatsschuld. Niet alleen zal zo’n injectie de concurrentiekracht van het land versterken, ook zal het de oplossing van heikele sociale problemen dichterbij brengen. Inderdaad, elk nadeel heeft zijn voordeel: de crisis als trekpaard.

Terwijl Nederland zijn geld belegt in de bankwereld en nadenkt over meer asfalt, heeft Duitsland al besloten om in de komende twee jaar 6,5 miljard te steken in de bouw van kinderdagverblijven, scholen en universiteiten. Dat is 13 procent van een stimuleringspakket van 50 miljard waarmee Angela Merkel de Duitse economie door de aanzwellende storm wil loodsen. Ook het Verenigd Koninkrijk gaat extra geld, mogelijk 1,5 miljard euro, in scholen investeren, terwijl in Frankrijk extra middelen beschikbaar komen voor het hoger onderwijs.

Dat zijn stappen in de goede richting, hoewel het hier wel voornamelijk gaat om het stapelen van stenen, niet om investeringen in leerlingen, studenten en leerkrachten. Dat de strijd tegen de crisis toch vooral ook extra investeringen in mensen vereist, moet op 2 april duidelijk worden gemaakt als de leiders van de G20-landen in Londen de koppen bij elkaar steken om hun stimuleringsmaatregelen tegen het licht te houden.

Maar we weten het eigenlijk al; men gaat vooral investeren in infrastructuur, groene technologie, energiebesparing en innovatie om zo de moeizame overgang naar een CO2-arme kenniseconomie te versnellen. Wat men dreigt te vergeten is dat in die overgang kwaliteitsonderwijs een vitale rol speelt. Zo zal er extra geld moeten worden gestoken in het hoger onderwijs en in het beroepsonderwijs voor de ontwikkeling van bij- en omscholingsprogramma’s. Voor het volwassenenonderwijs dat ons tot het ‘levenlang leren’ moet bekeren, zijn extra investeringen zelfs onafwendbaar. Dat geldt ook voor Nederland.

Nieuwe schoolgebouwen neerzetten en de oude opknappen is belangrijk. Maar het gaat vooral ook om de inrichting van die gebouwen en om de aanpassing van de leeromgeving aan de eisen die kwaliteitsonderwijs stelt, zoals de beschikbaarheid van voldoende nieuwe technologie, zodat op iedere school elk kind een gelijke kans krijgt de mogelijkheden daarvan te benutten.

Ja, het is tijd voor de verwezenlijking van een droom: geen leerling, scholier, student zonder laptop, en geen school zonder een draadloos netwerk.

Het bedrijfsleven kan hier een belangrijke rol spelen. Door te investeren in samenwerkingsverbanden met overheden, schoolbesturen en onderwijsorganisaties brengen ze niet alleen de economie weer op stoom, maar kunnen ze ook het onderwijs een belangrijke dienst bewijzen. Wel moet de overheid de touwtjes stevig in handen houden. Het onderwijs is een publieke zaak. Dat is ook een advies dat de Onderwijsraad vandaag heeft uitgebracht: overheid herneem de leiding.

Het is helemaal niet moeilijk om wensenlijstjes voor het onderwijs samen te stellen. En bij de Nederlandse onderwijsbonden hebben ze die ook al lang klaar liggen. Bovenaan die lijstjes staat zeer terecht: investeren in meer en betere leerkrachten.

Volgens Unesco zullen in de komende tien jaar alleen al voor het Europese en Noord-Amerikaanse basisonderwijs maar liefst vijf miljoen leerkrachten moeten worden opgeleid en gerekruteerd. Nederland voorziet dat er in 2020 een tekort zal zijn van 30.000 leraren in het basis- en voortgezet onderwijs. Het is bekend: het leraarsberoep oefent weinig aantrekkingskracht uit op jonge mensen. Het bescheiden loon, de sobere arbeidsomstandigheden en de beperkte carrièremogelijkheden zijn hier debet aan.

Met het Convenant Leerkracht probeert onderwijsminister Plasterk dit proces te keren. Met bonden en werkgevers zijn afspraken gemaakt over de verhoging van salarissen, kortere carrièrelijnen en een stevig scholingsbudget. Maar het gaat allemaal veel te traag. De financiële crisis is de kans bij uitstek om dit proces te versnellen.

„Rupsje nooitgenoeg”, horen we de critici al zeggen, „er moet altijd weer gedokt worden”. Het is waar dat er in onderwijsvoorzieningen veel belastinggeld omgaat. Maar laten we wel wezen: onderwijs is geen consumptieve besteding, zoals sommige economen menen, maar een investering van de eerste orde – in gebouwen, jazeker, in materialen, dat ook natuurlijk, maar toch vooral in mensen en hun toekomst. De kost gaat voor de baat uit. Nu investeren loont écht.

Fred van Leeuwen, is secretaris-generaal bij Education International, de grootste mondiale vakorganisatie die de onderwijsorganisaties van 172 landen verenigt.