Machtsgreep in Rome

De politieke cultuur in Italië is van oudsher theatraal. Maar de wijze waarop de Italiaanse regering zich heeft gestort op comapatiënte Eluana Englaro was meer dan een wat opgewonden uiting van die Latijnse traditie. Premier Berlusconi heeft het verlangen van vader Englaro om zijn dochter na 17 jaar coma te kunnen laten sterven zodanig gepolitiseerd dat de rechtstaat nu in het geding dreigt te raken.

Die vader heeft de zaak aangekaart. Euthanasie is in Italië verboden. Hij had de hypocriete weg kunnen kiezen, de weg die gebruikelijk is als een burger een eigen keuze wil maken. Hij koos voor openheid – een beetje Hollands – en vroeg de rechter toestemming om zijn dochter te kunnen laten versterven. In hoogste instantie gaf de rechter hem gelijk.

De politisering van een individueel geval begon toen pas goed. Berlusconi had tijdens de procedure geen belangstelling getoond. Totdat hij politiek gewin zag. Want zo moeten de interventies van de premier worden opgevat. Nimmer was hij uit op weloverwogen meningsvorming over versterving, euthanasie en verwante ethische vraagstukken.

Het ging hem om macht. Eerst vaardigde Berlusconi een decreet uit om de kunstmatige voeding van staatswege voort te zetten. Toen president Napolitano weigerde de oekaze te ondertekenen, omdat die onconstitutioneel zou zijn, maakte de premier een gelegenheidswet die door het parlement zou worden gejaagd. Bovendien kondigde hij aan de grondwet, volgens hem een „een document geschreven door pro-sovjetfiguren”, te wijzigen. Ter toelichting zei Berlusconi onder meer dat „men dit land niet kan regeren zonder nooddecreten”. Dat mag de premier vinden, al zegt dit standpunt vermoedelijk veel over zijn heimelijke genoegens. Maar hij voegde er aan toe dat de president zich, door zijn handtekening niet te zetten, had „gelieerd aan rechterlijke feiten waarmee wij het niet eens zijn”. Met deze aaneenschakeling van enormiteiten liet Berlusconi blijken dat hij lak heeft aan de onafhankelijke rechterlijke macht en aan het constitutionele machtsevenwicht tussen regering en staatshoofd.

En dat is niet voor het eerst. Gedekt door comfortabele meerderheden in de Kamer van Afgevaardigden en de Senaat permitteert premier Berlusconi het zich steeds meer om de fundamenten van de toch al wankele Italiaanse democratie te ondermijnen. Hij heeft de rechterlijke macht een „staatsvijandig kankergezwel” genoemd en probeert met nieuwe wetgeving de daad bij het woord te voegen. Hij heeft het leger de straat op gestuurd om de orde te handhaven.

Dat raakt niet alleen de Italiaanse kiezers maar ook de rest van de wereld. Italië is immers een groot EU-land en, hoewel steeds minder terecht, lid van de industriële G7.

Bijna overal in Europa en in de Amerika’s is de scheiding der machten dé basis der burgerlijke democratie. Als een regering, die in tegenstelling tot de twee andere machten over het geweldsapparaat beschikt, dat fundament aan haar laars lapt, is de democratie in gevaar. In Italië dreigt dat. Wat rest is de hoop dat Berlusconi nu net één stap te ver is gegaan.