Het grote voordeel van innerlijke rust

Aksel Lund Svindal (26) is terug aan de skitop na een ernstig ongeluk. De Noor werd wereldkampioen, maar genoot in stilte. Hij weet dat elke seconde het gevaar op de loer ligt.

Aksel Lund Svindal straalt boven alles rust uit. De Noorse alpineskiër, die gisteren wereldkampioen werd op de supercombinatie (afdaling en slalom),reageert niet meer uitbundig op een titel, hoe prestigieus die ook is. Svindal heeft de keerzijde van topsport gezien en weet dat zijn wereld er morgen opeens anders kan uitzien.

De innerlijke rust die van Svindal bezit heeft genomen, kwam hem gisteren vooral van pas op de slalom. Met zijn grote lichaam mist de Noor de wendbaarheid die nodig is om uit te blinken op dat onderdeel. En toch moest hij op die discipline de tijdsvoorsprong verdedigen die hij in de afdaling had opgebouwd. Waar talrijke skiërs op de slalom te grote risico’s namen, bleef Svindal koel.

Door het uitvallen van zijn grootste concurrenten, de Amerikaan Bode Miller en de Fransman Jean-Baptiste Grange, begon hij weliswaar met een marge van bijna drie seconden op de Fransman Julien Lizeroux aan zijn beslissende slalom, maar dat was geen garantie voor succes. Svindal hield het hoofd koel en krulde zijn slungelachtige lichaam soepel langs de poortjes. Aan de finish hield hij negentiende van een seconde over.

Hij juichte, natuurlijk, want een wereldtitel telt bij het alpineskiën. Maar Svindal was als snel de sporter die de opwinding rondom hem tot normale proporties terugbracht. De emoties die anderen voelden over de uitzonderlijkheid van zijn prestatie raakten hem schijnbaar niet. Maar hij was niet te beroerd zijn lijdensweg naar de wereldtitel in Val d’Isère nog maar eens te beschrijven, ook al wordt hij er ongaarne aan herinnerd.

Alsof het een ongeluk van een onbekende was overkomen, zo zakelijk beschreef hij na afloop, zittend op een witte sofa, zijn zware revalidatie na een ernstige val in het Amerikaanse Beaver Creek, in november 2007. Svindals gezicht was zwaar gehavend, hij had een diepe vleeswond in zijn bil en gescheurde spieren in zijn lies. Het ski-jaar dat hij was begonnen als winnaar van de algemene wereldbeker met hoge verwachtingen was begonnen, veranderde in een medisch seizoen.

„Vooral de eerste maanden van mijn revalidatie waren zwaar”, riep Svindal die tijd in herinnering. „Ik kon weinig meer dan op bed liggen en ik heb lang getwijfeld of het goed zou komen. De opluchting was groot toen ik vorig jaar maart zodanig was hersteld, dat ik weer voorzichtig mocht skiën. Vanaf dat moment geloofde ik ook in mijn terugkeer.”

Svindal ziet zijn wereldtitel ook al een beloning voor zijn doorzettingsvermogen. „Ik heb hard gewerkt om weer bij de top te komen. En ik heb ook geluk gehad dat de alle wonden keurig geheeld zijn. Toen ik met een gewichtsverlies van vijftien kilo op bed lag, heb ik me vaak afgevraagd of ik me ooit weer de mentaliteit van een topsporter eigen kon maken.”

Svindal heeft zich het pré-olympische seizoen ten doel gesteld om terug te keren op zijn oude niveau. Hij is tot nu toe redelijk tevreden. De prestaties zijn nog wisselvallig, maar daar maakt Svindal zich met het oog op de Olympische Spelen van volgend jaar in Vancouver niet veel zorgen over. Dat het goed gevoel en de oude vechtersmentaliteit zijn teruggekeerd, geeft hem de zekerheid dat het met de prestaties ook weer goed komt. Bovendien heeft hij tot ‘Vancouver’ genoeg tijd voor verbetering.

Het gaat te ver om Svindals wereldtitel een verrassing te noemen, maar opmerkelijk was zijn prestatie wel. Hijzelf gaf er ook nog een andere, opvallende verklaring voor. „Bij wereldkampioenschappen zie je vaak skiërs opstaan die een ondergeschikte rol in de wereldbekerklassementen spelen. Zij hoeven minder te rekenen en skiën onbevangener. Ze willen een medaille en zijn bereid daarvoor meer risico’s te nemen. En ik vind dat bij de WK’s allrounders in het voordeel zijn ten opzichte van specialisten. Skiërs uit de laatste categorie hebben maar één kans op succes.”

Hoewel Svindal als winnaar geen reden had kritisch terug te kijken op de wedstrijd, deed hij dat toch. Net als het merendeel van de WK-deelnemers is hij niet gecharmeerd van de Bellevarde-piste. Hij vindt dat de organisatie het gevaar heeft vergroot door de piste met water te injecteren. Dat kan goed zijn voor de afdalers, die belang hebben bij een harde ondergrond, maar voor de andere disciplines kan dat gevaarlijk zijn. Svindal: „Door het vele water waren bepaalde delen van de piste ijzig; soms had je het gevoel te gaan vliegen. En op de plekken waar het ijs was gebroken liep je het risico te vallen. Gelukkig had het licht gesneeuwd, anders hadden er grote ongelukken kunnen gebeuren.”