Helpt elkaar, koopt ieders waar

Hoe stop je protectionisme? De krachten van creatieve destructie toch hun gang laten gaan, en de Doha-ronde snel afsluiten om met een schone lei te beginnen.

De wereldhandel krimpt dit jaar, en dan is er nog niet eens gerekend met een heropleving van het protectionisme van vorige grote crises. Hoe gevaarlijk is de huidige tendens om het eigen bedrijfsleven te bevoordelen, en wat moet daaraan worden gedaan? Dat was vorige week de kwestie. Eerst maar eens wat verhelderende gegevens, geleverd door de Utrechtse hoogleraar Charles van Marrewijk. „Sommige mensen denken dat waarschuwingen van economen voor toenemend protectionisme overdreven zijn. Anderen vergelijken de huidige crisis met die van de jaren dertig van de vorige eeuw. Voor beide groepen volgen hier wat ontnuchterende feiten. Gedurende de crisis van de 30-er jaren daalde de wereldwijde export van januari 1929 in de daarop volgende jaren met respectievelijk 9, 33, 34 en 18 procent, zodat de wereldwijde exportstromen in januari 1933 waren gedaald tot slechts 33 procent van de overeenkomstige waarde in januari 1929.” Als we de ervaringen van destijds vertalen naar de huidige handelsstromen, zegt Van Marrewijk, dan zou de wereldwijde goederenexport in vier jaar dalen van 13.619 naar 4.506 miljard dollar en de wereldwijde dienstenexport van 3.290 naar 1.089 miljard dollar. Voor Nederland zou het een goederenexport daling betekenen van 551 naar 182 miljard dollar en van diensten van 88 naar 29 miljard dollar.’

Dat leert volgens Van Marrewijk het volgende: „Gelukkig is de huidige malaise op de wereldhandelsmarkt nog bij lange na niet te vergelijken met de situatie van de jaren dertig. Maar de huidige waarschuwingen van economen tegen toenemend protectionisme zijn zeker niet overdreven. De geschiedenis leert hoe desastreus de instorting van het wereldhandelssysteem kan uitpakken.”

Volgens de Groningse hoogleraar Steven Brakman (RuG) is „de weg die de VS nu in lijken te slaan, namelijk die van het protectionisme, één van de slechtste scenario’s voor de wereldeconomie. Het ‘koopt in eigen land’ is protectionisme in een andere verpakking dan bijvoorbeeld een invoertarief. De les uit de jaren dertig van de vorige eeuw is dat de crisis dieper werd dan nodig, door dit type maatregelen.”

Wat moet er volgens Brakman nu gebeuren? „Protectionisme is een doodlopende weg, maar tegelijkertijd zit de Doha handelsronde (met als doel afschaffen van protectionistische maatregelen) al jaren vast en wordt er weinig meer bereikt. Het best is, denk ik, een nieuw initiatief. Sluit de Doha ronde af met wat er op dit moment is afgesproken, en maak gebruik van het momentum van de verkiezing van Obama. Hij is wellicht in staat om een nieuwe WHO handelsronde te starten onder een beter gesternte dan de huidige Doha ronde.”

Maar hoe hou je de geest in de fles? Volgens de Tilburgse hoogleraar economie Lans Bovenberg is het grote gevaar van de huidige crisis „dat werknemers cynisch en apathisch worden omdat ze zich een speelbal voelen van de internationale conjunctuur. Velen voelen zich door de samenleving in de steek gelaten. Dit biedt ruimte voor rattenvangers die mensen, culturen en landen tegen elkaar opzetten. Het politieke draagvlak voor een internationaal georiënteerde economie en een samenleving waarin mensen hun vaardigheden voortdurend aanpassen aan de veranderende behoeften van economie en samenleving dreigt razendsnel te verdwijnen. Het tegengaan van protectionisme vereist bovenal een flexibele arbeidsmarkt waarin mensen gemakkelijk kunnen overstappen van de ene baan naar de andere als hun baan verdwijnt als gevolg van de versnelde herstructurering waardoor de economie nu gaat. We gaan naar een nieuwe economie die het met minder energie (klimaat), mensen (vergrijzing) en krediet (financiële crisis) zal moeten doen.”

Het opkomende protectionisme geeft volgens Bovenberg ook de spanning aan tussen de democratie die nog steeds vooral lokaal is georganiseerd en de economie die zich steeds verder internationaliseert. „Dit zijn historische tijden. We staan op een kruispunt. Keren landen en culturen zich van elkaar af of werkt deze crisis internationale samenwerking bij het bestrijden en voorkomen van financiële crisis? Nu zal blijken of we leren van de geschiedenis en of de Europese Unie waarin landen steeds meer soevereiniteit delen een lichtend voorbeeld voor de rest van de wereld is.”

Maar hoe creëer je internationale samenwerking, als de middelpuntvliedende krachten zo groot zijn? Daar begint volgens Bovenbergs Tilburgse collega Harry van Dalen het ‘breinbreken’. „De eerste methode is: preken, preken, preken. De tweede methode begint met het besef dat preken alleen niet helpt en dat in de politieke arena spelregels noodzakelijk zijn die ook nageleefd worden. De weg van de rede is altijd te prefereren boven die van de dwang, maar ik moet altijd denken aan wat de Chicago-econoom Jacob Viner zei: ‘The instincts never fail, only reason does.‘ De instincten van politici die zich verzamelen in Londen in april is om vooral het landsbelang te dienen, in het eigen land zitten de kiezers en die bij een volgende verkiezing voor een afrekening op daden zorgen.” Het instinct achter de ‘Buy American’-deal is volgens Van Dalen logisch: „Amerikaans belastinggeld moet weer ten goede komen aan de Amerikaanse belastingbetaler, en niet aan een of andere Chinees, Europeaan of Indiër. Amerikanen zijn niet uniek in het koesteren van deze gedachte. De kunst is daarom op de Londense G-20-top spelregels te bedenken die een logica en kracht hebben en omarmd worden door de deelnemers. De belangrijkste (en misschien wel de enige) spelregel is dat korte termijn problemen nooit en te nimmer met maatregelen moeten worden opgelost die lange termijn groei verhinderen of vernietigen.”

Maarten Schinkel

NRC Handelsblad werkt voor deze rubriek samen met de website MeJudice, www.mejudice.nl

Lezers kunnen reageren op de bijdragen van Maarten Schinkel op nrc.nl/schinkel.